Kwartierstaat V

Generatie XLI

867. Ealhmund (ook Ealhmundus, Ealmundus, Ealmund; ? – 785) was van 779/784 tot 784/785 koning van het Angelsaksische koninkrijk Kent.

Mogelijkerwijs is Ealhmund met Eanmund, die rond 764/765 in Kent heerste, te identificeren. Volgens de traditionele overlevering was Ealhmund afkomstig uit het Huis Wessex. Zijn vader heette Eafa, de naam van zijn moeder is niet geweten. Ealhmunds zoon Ecgberht was van 802 tot 839 koning van Wessex. Enige zaken pleiten echter ook voor een Kentische afkomst. Mogelijkerwijs ontstond de “verwantschap” met het Huis Wessex pas in een latere periode toen Ealhmunds zoon Ecgberht en diens nakomelingen zich een bijkomende legitimatie als koningen van Wessex zochten te verschaffen. Koning Ecgberht II (764/765-779/784) van Kent behaalde in 776 in de slag bij Otford een overwinning op Offa (757-796), de koning van Mercia, schudde diens opperheerschappij af en heerste in de jaren die volgden als onafhankelijk koning vermoedelijk over heel Kent. Ecgberhts invloedssfeer strekte zich waarschijnlijk ook tot Surrey en delen van Essex en Sussex uit. Mogelijkerwijs was Ealhmund reeds in de jaren 770 mede- of onderkoning van Ecgberht mogelijkerwijs zijn broer was. Het ten laatste in 779 opgestelde charter S36 is het laatste document waarin Ecgberht II opduikt. In 784 wordt Ealhmund als zijn opvolger geattesteerd. In 784 droeg Ealhmund in het enige van hem in een vroeg afschrift bewaard gebleven oorkonde 12 aratra (hoeves, boerderijen) bij Scilduuic (Sheldwich bij Faversham) aan Hwitred, de abt van Reculver en stelde ze vrij van afgaven. Het moet echter wel worden opgemerkt dat deze oorkondes uit een cartularium afkomstig zijn waarvan de dateringen niet enorm betrouwbaar zijn, wat ook voor de datering van zijn regering problemen oplevert. Rond 784/785 geraakte Kent nogmaals onder de controle van Offa, die over dit land tot aan zijn dood in 796 zelf regeerde. Vermoedelijk kwam Ealhmund in deze strijd om Kent in 785 om het leven. Ealhmunds zoon Ecgberht moest in 786 voor Offa vluchten en vond aan het hof van Karel de Grote in het Frankische Rijk asiel. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

868. Alburga van KENT, geboren ca. 749, overleden ca. 803.

Uit dit huwelijk:

1.             833. Egbert van WESSEX, geboren ca. 770.

869. Pepijn III ‘de korte’ of ‘de jongere’ der FRANKEN.

Vanaf 741 hofmeier en vanaf 751 tot zijn dood de eerste koning der Franken uit het Karolingische huis, geboren dd‑mm‑714 te Jupile-sur-Meuse (B.), overleden 24‑09‑768 te Saint Denis (F.). Omdat hij was genoemd naar zijn grootvader, Pepijn van Herstal, die op zijn beurt ook genoemd is naar zijn grootvader, Pepijn van Landen, beiden hofmeiers, wordt Pepijn de Korte ook wel genummerd als Pepijn III. Pepijn werd in 714 geboren in een geslacht van machtige hofmeiers maar ten tijde van zijn geboorte was zijn vader nog lang niet zeker van zijn positie. Pas na enkele jaren van burgeroorlog kon Karel Martel zich in 719 als hofmeier van alle Franken vestigen. In 741 stierf Karel, in naam nog hofmeier maar in de praktijk koning van de Franken. Karel had niet eens de moeite genomen om de schijn op te houden en na de dood van de laatste koning had hij de positie vacant gelaten. Pepijn en zijn broer Carloman volgden hun vader op als hofmeier en de facto heersers van het koninkrijk tijdens een interregnum (737-743). Pepijn kreeg het gezag in het westelijk deel van het rijk (Aquitanië, Neustrië, Bourgondië, de Provence en de gebieden rond Metz en Trier), Carloman regeerde in het oostelijk deel (de rest van Austrasië, Thüringen, Alemannië en Beieren). Hun halfbroer Grifo kreeg enkele graafschappen in het westen van Austrasië. Aquitanië, Alemannië en Beieren waren onderworpen aan het Frankisch gezag maar behielden een hoge mate van zelfstandigheid. De bijzondere verdeling van het westelijke grensgebied van Austrasië was vermoedelijk gebaseerd op een tweede verdeling: naast de regering moest ook het familiebezit worden verdeeld. En het familiebezit van de Karolingen lag in de dalen van de Maas en de Moezel. Het lijkt erop dat Pepijn de bezittingen in het Moezeldal kreeg, Carloman die in het Maasdal en dat ook Grifo enkele restanten kreeg. In 742 bakenen Pepijn en Carloman hun domeinen af tijdens een bijeenkomst in Naintré. Grifo wordt in Laon gevangengenomen en gedwongen om in een klooster in te treden. Ze voeren samen veldtochten in Aquitanië en Alemannië. De broers halen in 743 de Merovingische troonpretendent Childerik III uit het klooster en maken hem koning, vermoedelijk als zet tegen de hertogen van Allemanië, Beieren en Aquitanië, die ontevreden zijn over de behandeling van Grifo. Ze verslaan aan de Lech een verbonden Beiers-Alemannisch leger dat wordt ondersteund door Saksische en Slavische hulptroepen. Het jaar daarop (744) verslaat Pepijn de opstandige Alemannen in de Elzas. In 745 laat Carloman het grootste deel van de adel van de Alemannen (wegens verraad) doden tijdens een landdag in Cannstatt (tegenwoordig een wijk in Stuttgart). Het verzet van de Alemannen is hiermee definitief gebroken. De hertog van Aquitanië heeft gebruikgemaakt van de verwikkelingen in Allemanië door Neustrië aan te vallen. Hij wordt op zijn beurt ook door de broers verslagen. Carloman treedt in 747, vermoedelijk onder dwang, in een klooster. Hij benoemt zijn zoon Drogo tot zijn opvolger en beveelt hem aan in de bescherming van Pepijn, maar Drogo wordt al snel door Pepijn terzijde geschoven. Pepijn is nu alleen hofmeier (dux et princeps Francorum). Grifo ontsnapt naar Beieren, waar zijn moeder, Swanahilde, de tweede vrouw van Karel Martel, vandaan komt, Pepijn dwingt hertog Odilo van Beieren om zijn gezag te erkennen. Wanneer in 748 Odilo van Beieren sterft, probeert Grifo in Beieren de macht te grijpen. Pepijn valt Beieren binnen en installeert de minderjarige Tassilo III als hertog. Hij benoemt Grifo tot markgraaf van de Bretonse mark. In 743 zijn op voorstel van Bonifatius in Austrasië hervormingen doorgevoerd in de kerk. Deze zijn gericht op handhaving van het celibaat en het opgeven van de onmatige manier van leven van de geestelijkheid. In 744 roept Pepijn een concilie bijeen te Soissons om de hervormingen ook in Neustrië door te voeren. Pepijn paaide de ontstemde geestelijkheid door eerder door zijn vader in beslag genomen kerkbezittingen weer terug te geven. Naast zijn actie in Beieren in 748 is van de eerste jaren van de regering van Pepijn als enige hofmeier alleen bekend dat hij in 749 bezittingen schenkt aan de Abdij van Prüm.. In 751 sluit Pepijn een overeenkomst met paus Zacharias. De paus is ernstig in het nauw gebracht door de Longobarden die van de interne problemen in het Byzantijnse Rijk gebruik maakten door eerst Ravenna te veroveren en vervolgens Rome te bedreigen. Als wederdienst steunde de paus Pepijn in zijn streven om zelf koning te worden. Volgens de overlevering vroeg Pepijn aan de paus wie koning moest zijn: diegene die de titel droeg of hij die de eigenlijke macht uitoefende. Tijdens een landdag in Soissons werd Childerik III, de laatste koning van de Merovingen, afgezet en gedwongen in te treden in het Abdij van Sint-Bertinus in Sint-Omaars, en werd Pepijn tot koning gekozen. In 752 zendt Pepijn Chrodegang naar Rome als gezant naar de nieuwe paus Stefanus II (III). Voordat Pepijn tegen de Longobarden kan optrekken, moet hij eerst nog enkele andere zaken afwikkelen. In 753 verslaat hij de Saksen en in datzelfde jaar wordt zijn halfbroer Grifo bij Maurienne gedood, wanneer hij de Alpen wil oversteken om zich bij de Longobarden aan te sluiten. In 754 reist paus Stefanus II naar Pepijn om het bondgenootschap tegen de Longobarden te bevestigen en zalft Pepijn en zijn zoons opnieuw. Paus Stefanus II ontvangt land van Pepijn de Korte in 754.

De Frankische edelen zweren op straffe van excommunicatie om alleen nakomelingen van Pepijn als koning te kiezen. Pepijn belooft op zijn beurt aan de paus een eigen staat rond Rome, onder zijn bescherming. Deze gift van land staat bekend als de Donatie van Pepijn. Carloman komt uit zijn klooster in Italië en trekt als onderhandelaar namens de Longobarden naar zijn broer, hij verblijft bij zijn schoonzuster Bertrada. Zijn missie blijft zonder succes, maar is vermoedelijk wel de aanleiding dat zijn zoon Drogo gedwongen wordt om in een klooster te treden. Carloman sterft korte tijd later in Vienne. In 755 belegert Pepijn de Longobarden in hun hoofdstad Pavia en sluit een vredesovereenkomst met hun koning Aistulf. In 756 verbreekt Aistulf de bepalingen van het verdrag en belegert de paus in Rome. Pepijn trekt opnieuw naar Italië en dwingt de Longobarden om het exarchaat van Ravenna af te staan, dat hij vervolgens aan paus Stephanus II schenkt.[15] Dit leidt tot spanningen met de Byzantijnen, omdat Ravenna voor de verovering door de Longobarden Byzantijns was. Pepijn wordt door de paus tot Patricius van Rome benoemd. Terug in eigen land voert hij een monetaire hervorming door waarbij de zilveren denarius als eenheidsmunt wordt ingevoerd. In 757 voert hij oorlog tegen de Saksen en dwingt hij Tassilo III van Beieren een eed van trouw aan hem af te leggen. In 758 volgt nog een campagne tegen de Longobarden en in 759 verdrijft hij de Arabieren uit Septimanië. In 760 begint Pepijn een campagne tegen hertog Waifar van Aquitanië. Hij slaagt erin zijn macht over dit hertogdom systematisch van noord naar zuid uit te breiden. In 761 verwoest hij de stad Clermont-Ferrand en schenkt, onder bedreiging van excommunicatie, grote sommen voor herbouw van de kerk. Gedwongen door een hongersnood moet hij zijn campagnes in 764 opschorten maar na het overlijden van Waifar weet hij zijn macht over Aquitanië definitief te vestigen. De bijnaam “de Korte” die veel wordt gebruikt lijkt geen enkele historische grond te hebben maar door middeleeuwse geschiedschrijvers te zijn geïntroduceerd. Pepijn zet het binnenlandse beleid van zijn vader voort (ontwikkeling naar feodale structuren, opbouw zware cavalerie) en legt het huwelijks- (en scheidings-) recht vast. Ook stelt hij een hofkapel en een kanselarij in, en bereidt een hervorming van de liturgie voor. Pepijn sterft in Saint-Denis in 768, en werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis naast zijn vrouw Bertrada van Laon.

Tijdens de Franse Revolutie is zijn graf, net als de andere Franse koningsgraven geschonden en leeggehaald. Volgens zijn eigen wens is hij begraven met zijn gezicht naar beneden, als boetedoening. Zijn rijk wordt verdeeld door zijn zonen Karel en Carloman. In zijn eerste huwelijk was Pepijn getrouwd met Leutberga, een prinses uit het Donaugebied. Zij hadden vijf kinderen. Hij verstoot haar voor Bertrada van Laon. Door te nauwe verwantschap zijn er jaren nodig voordat de kerk het huwelijk met Bertrada erkent. In 762 wil Pepijn haar verstoten maar dat mislukt door verzet van de paus. Pepijn en Bertrada hadden de volgende kinderen: Karel de Grote; Carloman I; Gisela (757 – Chelles, 30 juli 810). In 765 verloofd met de latere keizer Leo IV van Byzantium maar de verloving werd verbroken. In 788 tot abdis van Chelles benoemd; Pepijn (759-761); Chrotais, jong overleden, begraven in de abdij van St Arnulf in Metz; Adelais, jong overleden, begraven in de abdij van St Arnulf in Metz; mogelijk nog twee onbekende dochters, waarvan er een door Maximinus van Trier zou zijn genezen van een ernstige ziekte. Bron: Wikipedia.

Gehuwd voor de kerk 743/744 te Saint Denis (F.) met

870. Bertrade van LAON (Bertha met de grote voet), geboren ca. 725 te Laon (F.), overleden 12‑07‑783 te Choisy-au-Bac (F.).

Zij was een Frankische koningin, dochter van Charibert van Laon. Volgens een legende was zij echter de dochter van Floris ende Blancefloer. Deze legende verhaalt, volledig zonder historische grond, dat Bertrada een dochter zou zijn van Floris en Blancefloer: Floris, de zoon van een islamitische koning in Spanje en Blancefloer, de dochter van een buitgemaakte christelijke gravin, groeiden samen op, en waren al voor hun vijfde smoorverliefd. Floris’ vader was daar niet blij mee, en wilde Blancefloer vermoorden. De koningin was daar tegen en bedacht een ander plan. Floris moest naar een andere school, ver weg, om daar tussen andere meisjes geplaatst te worden. Hem werd beloofd dat Blancefloer later zou volgen. Blancefloer werd als slavin aan een emir uit Babylon verkocht. De koning en koningin richtten een praalgraf voor haar op, en vertelden Floris dat Blancefloer was gestorven. Toen Floris dat hoorde besloot hij zelfmoord te plegen. Zijn moeder vertelde hem de waarheid, en Floris ging Blancefloer zoeken. Toen hij haar ten slotte vond, vertrokken ze (na enige moeilijkheden) weer naar Spanje. Ze trouwden en kregen een dochter: Bertrada. Bertrada van Laon dankt haar bijnaam aan het lied “Li Romans de Berte aux grands pieds” van de Franse troubadour Adenes Le Roi. Ze kreeg deze bijnaam vermoedelijk omdat ze een klompvoet had. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             836. Keizer Karel de GROTE, geboren 02‑04‑748 te Ingelheim.

2.             840. Carloman I MARTEL, geboren dd‑mm‑751.

3.             834. Redburga, geboren ca. 768.

843. Gerold van VINTZGOUW(zie elders)

Gehuwd met

844. Imma NN (zie elders)

871. Karel Martel der FRANKEN, hofmeijer, geboren ca. 690 te Herstal (B.), overleden 22‑10‑741 te Quierzy-sur-Oise (F.).

Karel Martel was hofmeier van het Frankische Rijk. Hij reorganiseerde het Frankische leger en bestuur en wist daarmee met succes zowel zijn binnenlandse als buitenlandse tegenstanders, met name de Arabieren, Friezen en Saksen het hoofd te bieden. Zijn macht werd zo groot dat hij de plaats van de Merovingische koningen innam, zonder zichzelf tot koning uit te roepen. Karel wordt beschouwd als stamvader en naamgever van de Karolingen. Hij was zoon van Pepijn II en diens tweede vrouw in bigamie Alpaida, en is begraven in de abdij van Saint-Denis. Zijn bijnaam Martel (klemtoon op de laatste lettergreep: Martèl) komt van het Latijnse martellus, hamer. Karel is geboren uit een twijfelachtig huwelijk van zijn vader Pepijn van Herstal. Pepijn was al getrouwd met de aristocratische Plectrudis en Karels moeder was vermoedelijk uit de lagere adel afkomstig. Volgens Alexander van Roes (13e-eeuwse schrijver) was Plectrudis zeer dominant en toen Karel werd geboren, durfde de boodschapper die dit nieuws aan Pepijn kwam brengen, daar niet openlijk over te spreken omdat Plectrudis ook aanwezig was. De boodschapper en Pepijn (die hem heel goed begreep) spraken over de “kerel die was gekomen”, zo heeft Karel zijn toen ongewone naam gekregen. oen in 714 Karels halfbroer Grimoald II werd vermoord, had Pepijn geen zoons meer uit het huwelijk met Plectrudis en was Karel zijn oudste levende zoon. Plectrudis zorgde er echter voor dat Pepijn Karel en zijn jongere broer Childebrand uitsloot van de opvolging, en zijn minderjarige kleinzoon Theudoald (zoon van Grimoald) als opvolger benoemde. Toen Pepijn van Herstal nog in december van datzelfde jaar overleed, werd Theudoald inderdaad tot hofmeier voor het gehele Frankische rijk benoemd, met Plectrudis als regentes. Plectrudis liet Karel gevangennemen en sloot hem op in Keulen (of Aken). De adel in Neustrië en Bourgondië zag in het bewind van de minderjarige Theudoald zijn kans zich te bevrijden van de Austrasische dominantie en koos in 715 Raganfrid als hofmeier. Hierdoor was de situatie ontstaan, zoals in de kaart is weergegeven (Aquitanië was in die tijd een onafhankelijk Frankisch hertogdom). Ook de Friezen onder hun koning Radbod, profiteerden van de situatie door de gebieden die ze aan Pepijn van Herstal hadden verloren, waaronder Utrecht en omgeving, weer terug te veroveren. Raganfrid en Radboud sloten een bondgenootschap en vielen Austrasië aan. Een factie van de Austrasische adel besloot dat ze onder deze omstandigheden een volwassen hofmeier nodig hadden, en bevrijdden Karel uit zijn gevangenschap. Ze waren echter te laat om Karel een volwaardig leger te laten opbouwen. In 716 vielen Raganfrid en Radboud, die met een vloot over de Rijn kwam, Theudoald en Plectrudis in Keulen aan. Karel probeerde de stad nog te ontzetten, maar moest zich na de eerste schermutselingen al terugtrekken. Dit was het eerste en laatste gevecht dat Karel als veldheer zou verliezen. Plectrudis moest zich overgeven en de schatkist van Austrasië viel in handen van de aanvallers.

Na de verovering van Keulen wist Karel snel terug te slaan. Het Neustrische leger en een deel van de Friezen trokken door de Ardennen naar huis. Hun gezamenlijke leger was nog steeds veel groter dan het leger van Karel, maar hij wist door verrassing en list (hij veinsde op de vlucht te slaan, waardoor hij een achtervolging uitlokte, die hij vervolgens in een hinderlaag wist te lokken) de Slag bij Amel (Amblève) in zijn voordeel te beslissen. Hij kreeg bij die gelegenheid ook weer het grootste deel van de Austrasische schatkist in handen. In 717 voerde Karel zelf een veldtocht naar Neustrië. Op 21 maart van dat jaar boekte hij een beslissende overwinning bij Kamerijk (Cambrai). Hij achtervolgde Chilperic II en zijn hofmeier tot aan Parijs. Daarna keerde hij terug naar huis, versloeg de aanhang van Plectrudis en veroverde Keulen. Hij riep vervolgens Chlotarius IV uit tot koning van het gehele rijk, met hemzelf als hofmeier. Karel benoemde ook een nieuwe bisschop in Reims. In 718 verbonden Chilperik en Raganfrid zich met Odo van Aquitanië; in de Slag bij Soissons werd hun leger echter opnieuw verslagen. Odo vluchtte terug naar zijn hertogdom en leverde in ruil voor vrede Chilperik II en diens hofmeier uit aan Karel. Odo erkende Karel als de rechtmatige hofmeier en Karel erkende Odo als hertog. Opmerkelijk is dat Karel al zijn verslagen tegenstanders ongemoeid liet. Nadat hij in 718 zijn macht heeft gevestigd in het Frankische Rijk, begint Karel een programma om het Frankische gezag over de noordelijke buurvolken te herstellen en zijn noordelijke grenzen te beveiligen. In 718 verslaat hij de Saksen en verwoest Westfalen. Hij herovert vervolgens in 720 de verloren Friese gebieden en stelt Willibrord in staat om de zending vanuit Utrecht te hervatten. Van 720 tot 723 voert Karel campagnes tegen de Beieren, waarbij hij wordt gesteund door de Alemannen. Hertog Hugbert van Beieren erkent uiteindelijk het gezag van Karel. Terwijl Karel langere tijd in Beieren verblijft, komt Raganfrid (nog altijd graaf van Anjou) in opstand. Deze opstand wordt in 724 door Karel onderdrukt. In 730 verslaat hij de Alemannen en doodt hun hertog Lantfrid. Karel benoemt geen opvolger, wat betekent dat hij zelf het feitelijke gezag over de Alemannen heeft. In 734 verslaat hij de Friezen en doodt hun aanvoerder Poppo. Friesland ten westen van de Lauwers wordt ingelijfd. Toen Karel hofmeier werd, bestond er geen georganiseerd Frankisch leger. In tijden van oorlog verzamelden de lokale bestuurders hun weerbare mannen en stelden zich onder aanvoering van hun hertog. Doordat Karel steeds in oorlog was en zich bovendien bewust was van het dreigende gevaar van de Arabieren, voerde hij radicale veranderingen door. Karel vormde een strijdmacht van trouwe veteranen om in een beroepsleger, dat door de staat werd betaald en bewapend. Hiermee beschikte Karel altijd over een krachtige, trouwe en snel inzetbare legermacht, die in tijden van oorlog altijd kon worden aangevuld met de gebruikelijke strijders uit de bevolking. Het leger dat Karel vormde, bestond in eerste instantie uit zware infanterie. Toen de stijgbeugel werd geïntroduceerd, konden ruiters ook actief deelnemen aan de strijd, en begon Karel ook aan de opbouw van een zware cavalerie. Dit moment moet rond 735 zijn geweest omdat hij tijdens de Slag bij Poitiers in 732 nog geen cavalerie had, terwijl deze bij de slag aan de Berre in 737 al een beslissende rol speelde. Karel financierde zijn leger door kerkelijke bezittingen in beslag te nemen. De bisschoppen dreigden daarop om Karel te excommuniceren, wat alleen werd voorkomen doordat Bonifatius krachtige steun aan Karel gaf. Karel Martel is het bekendst door zijn overwinning in de Slag bij Poitiers in 732, die traditioneel wordt gezien als de ‘redding van Europa van de Arabieren‘. Tegenwoordig wordt de betekenis van deze veldslag genuanceerd: het was vermoedelijk niet meer dan een van de militaire acties in de grensconflicten tussen de Arabieren en het hertogdom Aquitanië die toen geregeld plaatsvonden. Het was niet de eerste keer dat de Arabieren werden verslagen door de Franken (in 721 had Odo van Aquitanië hen bij een verrassingsaanval verslagen tijdens het beleg van Toulouse). Het was ook niet hun noordelijkste expeditie – in 725 hadden ze Autun geplunderd en zonder succes Sens belegerd – en evenmin het einde van hun activiteiten in Frankrijk. Odo had een bondgenootschap gesloten met de emir van Catalonië, maar toen die in opstand kwam tegen de emir van Andalusië, kwam die in de problemen. Nadat de opstand was onderdrukt, viel een Andalusisch leger Aquitanië binnen, veroverde Bordeaux en versloeg Odo bij de Garonne. De Arabieren trokken al plunderend naar Tours. Odo vroeg Karel om hulp maar in ruil daarvoor vroeg die de onderwerping van Aquitanië aan zijn gezag. Karel stelde zijn leger (zware infanterie) op in een defensieve positie op een beboste heuvel tussen Poitiers en Tours. Karels plan was om de Arabieren te laten aanvallen omdat hun cavalerie-charge tegen de helling op in een bos veel van zijn kracht zou verliezen. De Franken waren goed voorzien en warm gekleed (het was oktober) en konden hun positie lang volhouden. Na een week van afwachten viel de Arabische cavalerie aan. De slag zou twee dagen hebben geduurd zonder een duidelijke uitkomst. De volgende dag waren de Moren weggetrokken omdat ze bang waren dat de Franken hun buit zouden roven. Na deze veldslag had Karel ook de controle over Aquitanië. Na de slag bij Poitiers gaat Karel door met het consolideren van zijn macht. Van 732 tot 735 vervangt hij de Bourgondische hertog en graven door zijn eigen getrouwen. Wanneer in 735 hertog Odo van Aquitanië aftreedt, wordt diens zoon Hunold tegen Karels zin (hij wilde zelf hertog worden) tot hertog gekozen door de adel. Karel erkent Hunold, die op zijn beurt Karel als heer erkent. Wanneer in 737 koning Theuderik IV overlijdt, laat Karel de positie van koning vacant. Hoewel hij zich niet zelf tot koning uitroept, is het duidelijk dat hij alleen de macht heeft. De hertog van Provence, Maurontius, wilde meer zelfstandigheid ten opzichte van Karel Martel en sloot in 737 een bondgenootschap met de Arabieren uit Narbonne en hielp ze om Avignon te bezetten. Karel stuurde zijn broer Childebrand om de stad te belegeren en sloot zich later bij hem aan. Met stormrammen en touwladders werd de stad ingenomen en tot de grond toe afgebrand. Maurontius vluchtte naar de Alpen, waarna niets meer van hem is vernomen. Karel belegerde daarna Narbonne. Een Arabisch leger dat de stad kwam ontzetten, werd vernietigend verslagen tijdens de slag aan de rivier de Berre. Karel dankte deze overwinning aan de inzet van zijn zware cavalerie, waar de Arabieren niet op hadden gerekend. De belangrijkste Arabische steden in Septimanië werden veroverd, behalve Narbonne. Moderne historici vinden deze overwinningen belangrijker dan die van Poitiers omdat hier echt van een doelgerichte Arabische invasie kan worden gesproken. Later in het jaar volgde nog een campagne tegen de Provence; Karel veroverde onder andere Arles en Aix – met hulp van de Longobarden. In 739 biedt Paus Gregorius III Karel de titel van consul van Rome aan, in ruil voor hulp tegen de Longobarden. Karel slaat dit aanbod af omdat hij goede banden met de Longobarden heeft. Karel versterkt in deze periode zijn gezag door verdere veldtochten tegen Beieren, Allemanië, Saksen en Aquitanië. Karel Martel stierf op 22 oktober 741 in Quierzy-sur-Oise in wat nu het departement Aisne in Hauts-de-France is. Hij werd begraven in de Kathedraal van Saint-Denis in Parijs.

Zijn gebieden waren al een jaar eerder onder zijn volwassen zonen verdeeld: Carloman kreeg Austrasië en Alemannië (met Beieren als een vazalstaat) en Pepijn de Korte kreeg Neustrië en Bourgondië (met Aquitainië als vazalstaat). De toen minderjarige Grifo kreeg niets, hoewel sommige bronnen aangeven dat er over gesproken was hem een strook land tussen Neustrië en Austrasië te geven. Bron: Wikipedia.

Gehuwd voor de kerk (1) ca. 709 met

872. Rotrude van TRIER. Rotrude van TRIER, geboren 08‑07‑690 te Austrasië, overleden 22‑10‑724 te Quirzy (F.). Rotrude van Trier (afwisselend gespeld als Chrotrude, Chrotrud, Rotrude, Chotrude, Chrotude, Chrotrudis, op zijn Frans ook bekend als Rotrou de Trèves), mogelijk de dochter van de heilige Liutwin, rond 700 bisschop van Trier, was de eerste vrouw van Karel Martel en zodoende ook (lineair) de grootmoeder van Karel de Grote. Het is lang niet zeker dat zij inderdaad de dochter was van St. Liutwin, bisschop van Trier. Bron: Wikipedia.

Gehuwd (2) met

909. Ruodhaid NN.

Uit het eerste huwelijk:

1.             869. Pepijn III ‘de korte’ of ‘de jongere’, geboren dd‑mm‑714 te Jupile-sur-Meuse (B.).

2.             847. Carloman III MARTEL, geboren dd‑mm‑713 te Austrasië.

3.            874. Landrada (Hesbaye) MARTEL, geboren dd‑mm‑712 te Herstal (B.).

4.             839. Aldane MARTEL, geboren dd‑mm‑722 te Herstal (B.).

5.             902. Hiltrude, geboren ca. 716.

Uit het tweede huwelijk:

6.             889. Bernhard von SACHSEN, geboren ca. 725.

869. Pepijn III ‘de korte’ of ‘de jongere’ der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd voor de kerk 743/744 te Saint Denis (F.) met

870. Bertrade van LAON (zie elders)

873. Lambert II van HASPENGOUW, geboren voor 682, overleden dd‑mm‑741.

Gehuwd met

874. Landrada (Hesbaye) MARTEL, geboren dd‑mm‑712 te Herstal (B.), overleden 17‑08‑755 te Cassino, Frosinone (I.).

Uit dit huwelijk:

1.             929. Robert I, geboren ca. 697.

2.             842. Thuringbert, geboren ca. 745.

875. Hnabi der ALEMANNEN, geboren ca. 705, overleden ca. 788? Hnabi (ca. 705 – 788?) was hertog van de Alemannen. Hij was zoon van Huoching en kleinzoon van Gotfried van de Allemannen. In 720 doet hij een schenking aan de abdij van Sankt Gallen. In 724 helpt hij samen met de edelman Berthold, de heilige Pirminius bij de stichting van een klooster op het eiland Reichenau in het Bodenmeer.

Hij erft bezittingen in de omgeving van Zürich, van zijn oom Odilo van Beieren. Hnabi was getrouwd met Hereswind (geb. ca. 720, ouders onbekend) en ze hadden twee kinderen: Robert, vanaf 770 graaf in de Hegau; Imma, getrouwd met Gerold van Vintzgouw. Ouders van Hildegard, derde vrouw van Karel de Grote. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

876. Hereswind NN, geboren ca. 720. Ouders onbekend.

Uit dit huwelijk:

1.             844. Imma NN, geboren ca. 740.

877. Adalric van de ELZAS, geboren dd‑mm‑645, overleden na 683.

Adalrich (Latin: Adalricus; reconstructed Frankish: *Adalrik, also known as Eticho, was the Duke of Alsace, the founder of the family of the Etichonids and of the Habsburg, and an important and influential figure in the power politic of late-seventh-century Austrasia. Adalrich’s family originated in the pagus Attoariensis around Dijon in northern Burgundy. In the mid-seventh century they began to be major founders and patrons of monasteries in the region under a duke named Amalgar and his wife Aquilina. They founded a convent at Brégille and an abbey for men at Bèze, installing children in both abbacies. They were succeeded by their third child, Adalrich, who was the father of Adalrich, Duke of Alsace. Adalrich first enters history as a member of the faction of nobles which invited Childeric II to take the kingship of Neustria and Burgundy in 673 after the death of Chlothar III. He married Berswinda, a relative of Leodegar, the famous Bishop of Autun, whose party he supported in the civil war which followed Childeric’s assassination two years later (675). Adalrich was duke by March 675, when Childeric had granted him honores in Alsace with the title of dux and asked him to transfer some land to the recently founded (c. 662) abbey at Gregoriental on behalf of Abbot Valedio. This grant was most probably the result of his support for Childeric in Burgundy, which had often disputed possession of Alsace with Austrasia. Later writers saw Adalrich as the successor in Alsace of Duke Boniface. After Childeric’s assassination, Adalrich threw his support behind Dagobert II for the Austrasian throne. Adalrich abandoned Leodegar and went over to Ebroin, the mayor of the palace of Neustria, sometime before 677, when he appears as an ally of Theuderic, who granted him the monastery of Bèze. Taking advantage of the assassination of Hector of Provence in 679 to bid for power in Provence, he marched on Lyon but failed to take it and, returning to Alsace, switched his support to the Austrasians once more. After the assassinatin of Dagobert II, Adalrich was dispossessed of his lands in Alsace by the now undisputed king King Theuderic III, who was controlled by Ebroin. Adalrich’s possessions fell to the Abbey of Bèze that year. Adalrich maintained his power in a restricted dukedom which did not encompass land west of the Vosges as it had under Boniface and his predecessors. This land was a part of the kingdoms of Neustria and Burgundy, and only the land between the Vosges and the Rhine south to the Sornegau, later Alsace proper, remained with Austrasia under Adalrich. The west of Vosges was under duke Theotchar. In Alsace, however, the civil war had resulted in a curtailed royal power and Adalrich’s influence and authority, though restricted in territory, was augmented in practical scope. After the war, parts of the Frankish kingdom saw a more powerful viceregal hand under the exercise of the mayors of the palaces, while other regions were even less directly affected by the royal prerogative. The Merovingian palace at Marlenheim in Alsace was never visited by a royal figure again in Adalrich’s lifetime. While southern Austrasia had been the centre of Wulfoald‘s power, the Arnulflings were a north Austrasian family, who took scarce interest in Alsatian affairs until the 730s and 740s. Adalrich had initially made his allies counts, but in 683 he granted the comital office to his son and eventual successor Adalbert. By controlling monasteries and counties in the family, Adalrich built up a powerful regional duchy to pass on to his Etichonid heirs. Adalrich had a rocky relationship with the monasteries of his realm, upon which he relied for his power. He is infamous for the suppression of that of Moutier-Grandval, and for lording it over monasteries, including his own foundations. According to the Life of Germanus of Grandval, Adalrich “wickedly began oppressing the people in the vicinity [Sornegau] of the monastery and to allege that they had always been rebels against his predecessors.” He removed the centenarius ruling in the region and replaced him with his own man, Count Ericho. He exiled the people of the Sornegau, who denied being rebels against previous dukes. Many of the people exiled from the valley were attached to Grandval and could not thus be exiled. Adalrich marched into the valley of the Sornegau with a large army of Alemanni at one end while his lieutenant Adalmund entered with a host by the other. The abbot, Germanus himself, and his provost Randoald met Adalrich with books and relics in order to persuade him not to make violence. The duke granted a wadium, a device of recompense or promise, and offered thus to spare the valley devastation, but for unknown reasons Germanus refused it. The region was ravaged. Perhaps as penance for his relationship to the deaths of two future saints, Leodegar and Germanus of Grandval, or perhaps out of a secret desire—disclosed it is said to his intimate friends—to found a place to the service of God and take up the religious life, Adalrich founded two monasteries in north central Alsace between 680 and 700: Ebersheim in honour of Saint Maurice and Hohenburg on the site of an old Roman fort (of the emperor Maximian) discovered by his huntsmen and which he appropriated for his own military uses. Adalrich’s daughter Odilia served as Hohenburg’s first abbess and was later named patron saint of Alsace by Pope Pius VII in 1807. His daughter Odilia was reputedly born blind, which Adalrich took as a punishment for some offence done to God. In order to save face with his retainers, he tried to persuade his wife to kill the infant child in secret. Bereswinda instead sent the child into hiding with a maid at the monastery of Palma. According to the Life of Odilia, a bishop named Erhard baptised the adolescent girl and smeared a chrism on her eyes, which miraculously restored her sight. The bishop tried to restore the duke’s relationship with his daughter, but Adalrich, fearing the effect of admitting to having a daughter hiding in poverty in a monastery would have on his subjects, refused. A son of his, ignoring Adalrich’s orders, brought his sister back to Hohenburg, where Adalrich was holding court. When Odilia arrived, Adalrich, in a rage, struck a blow with his sceptre to his son’s head, accidentally killing him. Disgraced, he reluctantly allowed Odilia to live in the monastery, which had no abbess, with a minimal wage under a British nun. Towards the end of his life he was reconciled to her and made her the first abbess of his foundation, handing the abbey over as if it were private property. Through his daughter Adalrich was reconciled to God and as early as the twelfth century was regarded as a saint with a local cult. His burial garments were displayed to pilgrims in his foundation at Hohenburg and a feast day was celebrated annually by the nuns. The portrayal of Adalrich as a nobleman who became holy while retaining his noble status and rank was very popular in the Rhineland and as far away as Bavaria in the Middle Ages. The Life probably sought to show how by simply maltreating a blind daughter in order to save face, Adalrich ended up far more dishonoured than he otherwise would have. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

878. Berswinde ALSACE, geboren dd‑mm‑650.

Uit dit huwelijk:

1.             845. Adalbert, geboren dd‑mm‑675.

871. Karel Martel der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd voor de kerk (1) ca. 709 met

872. Rotrude van TRIER (zie elders)

879. Gunderland (Chrodegang) van HESBAYE, geboren dd‑mm‑715, overleden 16‑04‑778.

Kind:

1.             849. Ingramm van HASPENGOUW, geboren ca. 745.

880. Tassilo III van BEIEREN, geboren ca. 741, overleden 11‑12‑796.

Tassilo III was hertog van Beieren van 748 tot zijn gedwongen aftreden in 788. Hij was de zoon van hertog Odilo van Beieren uit het huis Agilolfingen en Hiltrude, een dochter van Karel Martel en een zuster van de Frankische koning Pepijn III de Korte. Door deze afstamming was hij een volle neef van Karel de Grote. Hij was de laatste min of meer onafhankelijke heerser van het oude Beieren. Bij de dood van zijn vader Odilo in 748 trachtte de adel van Beieren de onafhankelijkheid van de Franken zeker te stellen. Tassilo was nog maar een jaar of zes en zijn moeder was Frankisch. Pepijn III dwong hen echter toch om zijn neefje als hertog te aanvaarden, met zijn zuster Hiltrude als regentes. In 757 werd Tassilo meerderjarig en reisde hij naar Compiègne om er de eed van trouw aan Pepijn en zijn zoons Carloman en Karel af te leggen. Tot zeker 763 gedroeg hij zich als een trouwe vazal van het Frankische hof. Daarna begon hij zich echter onafhankelijker op te stellen. Hij trouwde met Liutberga, de dochter van Desiderius, de koning van de Longobarden. Tassilo was een vooruitstrevend man die veel leerde van het bestuur van het hof van zijn schoonvader in Pavia. Hij bevorderde kunst en cultuur. In 772 vroeg hij de Beierse bisschoppen om scholen te verbinden aan hun kerken, een voorbeeld waarin zijn machtige neef Karel de Grote hem graag zou volgen. Desiderius was een belangrijke tegenspeler van de Franken, wiens rijk echter in 774 door Karel de Grote veroverd werd. Tassilo verloor zijn Longobardische bondgenoot (en schoonvader). Voor Tassilo was de val van Desiderius een ramp, omdat hiermee ook de Beierse onafhankelijkheid bedreigd was. Een deel van de Beierse adel had ondertussen partij gekozen voor de nieuwe sterke man, Karel de Grote. In 781 eiste Karel de Grote dat hij naar Worms moest komen om zijn eed van trouw als vazal te hernieuwen. Tassilo vreesde voor zijn leven en eiste de uitwisseling van gijzelaars om zijn veiligheid zeker te stellen. In 787 trachtte hij steun van de paus te krijgen, maar paus Adrianus I verklaarde dat Karel in zijn recht stond en verleende bij voorbaat absolutie aan Karels soldaten in het geval van gewelddadig optreden. Karel eiste opnieuw dat Tassilo naar Worms moest komen en toen Tassilo weigerde, vielen Frankische troepen Beieren binnen. Op 3 oktober zag Tassilo zich gedwongen op het Lechveld toch de eed van trouw af te leggen. Hiermee was de onafhankelijkheid van Beieren tot een eind gekomen. Zijn vrouw Liutberga trachtte nog de steun van de Avaren te krijgen voor een opstand. Toen had Karel er echt genoeg van. Tassilo werd naar de keizerpalts Ingelheim gesommeerd en wegens eedbreuk berecht. De doodstraf werd weliswaar uitgesproken door de edelen van het Karolingische rijk, maar Karel deinsde er toch voor terug zijn eigen neef ter dood te brengen. Hij liet Tassilo de tonsuur geven en dwong hem met Liutberga en hun kinderen het klooster in te gaan tot hun dood. Hiermee kwam het huis van de Agilolfingen ten einde. In 794 haalde Karel zijn ongelukkige en weerspannige neef nog eenmaal uit het klooster om ten overstaan van het synode van Frankfurt afstand te doen van alle aanspraken op de Beierse troon. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

881. Liutberga NN, geboren ca. 740.

Uit dit huwelijk:

1.             850. Rotrud, geboren dd‑mm‑760.

882. Heimerich (Heimo) van BABENBERG, graaf van de Wetterau, geboren ca. 755 te Wetterau (Dl.) ? Overleden 05‑05‑795 te Lüne aan de Elbe (Dl.). Die fränkischen Babenberger oder auch Popponen stammen ursprünglich aus dem Grabfeldgau. Der Name steht mit der einstigen Babenburg auf dem Bamberger Domberg in Verbindung. Der älteste bekannte Ahn der fränkischen Babenberger war Poppo, der wahrscheinlich von dem Robertiner Cancor abstammt. Insofern sind die Popponen eine frühe Nebenlinie der Robertiner, aus denen das französische Königsgeschlecht der Capetinger hervorging. Nach Poppo wird das Geschlecht auch Popponen genannt. Poppo war im frühen 9. Jahrhundert Graf im Grabfeld, das heute im Grenzgebiet zwischen Bayern und Thüringen liegt. Einer seiner Söhne war Heinrich, der zunächst unter Ludwig dem Jüngeren das Amt des princeps militiae bekleidete. Zur Zeit Karls des Dicken, der die Familie bevorzugte, wurde Heinrich marchio francorum (Markgraf der Franken) und dux Austrasiorum (Herzog der Austrasier). Er fiel 886 im Kampf gegen die Normannen. Sein Bruder, Poppo (II.) war zur gleichen Zeit Markgraf von Thüringen (880–892), wurde aber von Karls Nachfolger Arnulf abgesetzt. Dieser begünstigte statt der Popponen die aus dem Lahngau stammenden Konradiner, die mit seiner Frau Oda verwandt waren. Die Rivalität zwischen den beiden fränkischen Grafengeschlechtern der Konradiner und fränkischen Babenberger wurde von ihren Bemühungen verstärkt, ihre jeweilige Autorität im mittleren Maingebiet zu intensivieren. Dieser Streit, bekannt als die Babenberger Fehde, erreichte seinen Höhepunkt Anfang des 10. Jahrhunderts während der unruhigen Regierungszeit des Ostfrankenkönigs Ludwig IV., des Kindes. Führer der fränkischen Babenberger waren die drei Söhne von Herzog Heinrich – Adalbert, Adalhard und Heinrich – die sich nach der Babenburg (Castrum babenberch) auf dem Bamberger Domberg benannten, in deren Umgebung ihre Besitzungen lagen. Als die fränkischen Babenberger im Jahre 902 ihrem Herrschaftsbereich kleine Gebietsteile des Bistums Würzburg einverleibten, entzog ihnen König Ludwig IV. im Gegenzug mehrere Güter und gab sie an Bischof Rudolf von Würzburg, einen Konradiner. Das führte zu jahrelanger Fehde zwischen den beiden Geschlechtern. Zunächst vertrieb Graf Adalbert den Bischof aus Würzburg, woraufhin dessen Brüder, die Grafen KonradGebhard und Eberhard, diesem zu Hilfe kamen und der Streit sich bis nach Hessen ausweitete. 906 schließlich, bei einem Überfall der Babenberger auf die Konradiner bei Fritzlar, fielen sowohl Konrad als auch Heinrich von Babenberg im Kampf. Adalhard wurde bald darauf von Gebhard aus Blutrache für den Tod seines Bruders Eberhard getötet. Der einzig Überlebende der Babenberger Brüder, Adalbert, wurde vom Kanzler und Regenten Hatto I.Erzbischof von Mainz, einem Förderer der Konradiner, an den königlichen Hof gerufen. Er weigerte sich zu erscheinen und hielt für einige Zeit seine Burg Theres (heute Obertheres bei Haßfurt) gegen das königliche Heer, ergab sich aber noch im Jahre 906 und wurde, trotz Hattos Versprechens auf freies Geleit, verurteilt und enthauptet. Der Sohn des oben erwähnten Konrad, Konrad der Jüngere, wurde unangefochtener Herzog von Franken (und im Jahre 911 König des ostfränkischen Reichs), während die Babenberger einen Großteil ihrer Besitzungen und Ämter in Franken verloren. Die Popponen zogen sich auf den nordöstlichen Teil ihres Stammlandes zurück, wo sie um die Burgen Struphe und Henneberg die Grafschaft Henneberg begründeten. Auf dem Boden des ehemaligen babenbergischen Kernlandes, das als erledigtes Reichslehen eingezogen wurde und das Kaiser Otto II. 973 seinem streitbaren Vetter Herzog Heinrich den Zänker schenkte, entstand 1007 das Bistum Bamberg. Adalberts Sohn Heinrich von Babenberg überlebte die Fehde. Es wird vermutet, dass er der Stammvater der Schweinfurter Grafen und der jüngeren Babenberger Linie war. Bron: Wikipedia.

Gehuwd.

Uit dit huwelijk:

1.            851. Heimerich, geboren ca. 774.

847. Carloman III MARTEL (zie elders)

Gehuwd met

848. NN NN (zie elders)

883. Reginbert von SACHSEN, geboren ca. 745, overleden ca. 825.

Gehuwd met

884. Baba van THÜRINGEN, geboren ca. 747, overleden ca. 806.

Uit dit huwelijk:

1.             853. Ekbert, geboren ca. 770 te Horestadt (Dl.).

885. Karloman I van NEUSTRIë, geboren ca. 750, overleden ca. 771.

Hij was koning der Franken van 768 – 771. Hij was de tweede zoon van Pepijn de Korte. Samen met zijn broer Karel de Grote werd hij in 754 door paus Stephanus II tot koning gezalfd. Na Pepijns dood in 768 werd het koninkrijk verdeeld onder Karel en Karloman. Karloman kreeg de zuidoostelijke regio toebedeeld, bestaande uit het zuidelijk deel van Austrasië (waarin onder andere Thionville), het zuidelijk deel van Neustrië (waarin onder andere ParijsSoissonsSamoussy en Attigny), Bourgondië, de ProvenceSeptimanië, de ElzasAlemannië en zuidelijk Aquitanië. Hij liet zich kronen in Soissons. Er was behoorlijk wat spanning tussen de broers en dat is mogelijk de reden van het overlijden van Karloman. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

886. Gerberga van LOMBARDIJEN, geboren ca. 750, overleden ca. 773.

Uit dit huwelijk:

1.             854. Ida von HERZFELD, geboren ca. 769.

810. Gerard I van PARIJS (zie elders)

Gehuwd met

811. Rotrudis der FRANKEN (zie elders)

887. Warin van THÜRINGEN, geboren ca. 685.

Gehuwd met

888. Adelinde van SPOLETO, geboren ca. 720, overleden ca. 787. Spoleto is een stad in de Italiaanse regio Umbrië en in de provincie Perugia. Spoleto is door de Umbriërs gesticht en was een belangrijke stad in de Romeinse periode. In de zevende eeuw was het de hoofdplaats van de Longobarden, en na een korte onafhankelijke tijd viel de stad in handen van de paus. In 1155 werd de stad door Frederik Barbarossa verwoest. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             861. Isanbart, geboren ca. 720 te Narbonne (Fr.).

889. Bernhard von SACHSEN, graaf en abt van Saint-Quentin en hofmeier van Austrasië, Neustrië en Bourgondië, geboren ca. 725, overleden ca. 787. Bernhard was een halfoom van Karel de Grote en een belangrijk edelman in zijn rijk. Hij was de zoon van Karel Martel en zijn minnares Ruodhaid. Hij was legeraanvoerder van Karel de Grote tijdens de campagne tegen de Longobarden (773 – 774). Bernhard leidde zijn leger over de Grote Sint-Bernhardpas, terwijl Karel zelf over de Mont Cenis trok. Door deze omtrekkende beweging werd de verdediging van de Longobarden omzeild en konden de Franken hun koninkrijk eenvoudig veroveren. In zijn eerste huwelijk was Bernhard getrouwd met een onbekende Frankische vrouw en had bij haar een zoon: Adalardus (ca. 751 – 2 januari 826), een belangrijk politicus onder Lodewijk de Vrome en Lotharius I en abt van Corbie. In zijn tweede huwelijk was Bernhard getrouwd met een onbekende Saksische vrouw. Zij kregen de volgende kinderen: Wala (ca. 772 – 31 augustus 836), eveneens een belangrijk politicus onder Lodewijk de Vrome en Lotharius I, net als zijn halfbroer gedwongen in het klooster getreden en zijn opvolger als abt van Corbie; Theodrada, gehuwd met de Saksische edelman Isanbarth. In 810 abdis van de Maria abdij te Soissons; Gundrada; Bernhard (ca. 776 – 821), monnik in Corbie; Ida (volgens sommige bronnen de moeder van Bernhard van Italië, hoewel dat door verwantschap met diens vader niet erg waarschijnlijk is). Bron: Wikipedia.

Kind:

1.            862. Theodrada, geboren ca. 725.

812. Lodewijk I (de Vrome) der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd voor de kerk (1) dd‑mm‑795 met

813. Ermengarde van HASPENGOUW (zie elders)

Generatie XLII

890. Æthelberht II van KENT, geboren 11‑03‑720 te Kent Castle, overleden 30‑06‑762 te Kent Castle.

Æthelberht II van Kent

Æthelberht II was koning van Kent. Na de dood van zijn vader, Wihtred van Kent werd het koninkrijk bestuurd door diens drie zonen Æthelberht II, Eadbert I en Aelfric. Samen met zijn broers volgde hij zijn vader in 725 op als koning van Kent. Æthelberht lijkt zijn beide broers te hebben overleefd en regeerde later samen met zijn neef Eardwulf. Hij stierf volgens de Angelsaksische kroniek in 762 (als gevolg van chronologische dislocatie opgenomen onder het jaar 760). Æthelberht lijkt een zoon te hebben gehad, Eadberht II. Mogelijk trad een niet met name genoemde dochter van hem in het huwelijk met Ealhmund van Kent, koning van Kent in 784. Er is een oorkonde bekend van voor zijn aantreden als koning, gedateerd op 11 juli 724, waarbij zijn vader als getuige bij de schenking optrad. Als koning vaardigde hij meerdere bewaard gebleven oorkonden uit, bevestigde hij een oorkonde van zijn broer Eadberht I en trad bij een oorkonde van zijn neef Eardwulf als getuige op. Hij stuurde ook een brief naar Bonifatius (748-754) om hem achter valken te vragen en stuurde tegelijkertijd ook geschenken met deze brief mee. Tijdens de tweede helft van zijn Æthelberhts bewind stond Kent onder de opperheerschappij van Mercia. Æthelberht II slaagde er echter in zijn positie als koning van Kent te handhaven. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             868. Alburga, geboren ca. 749.

871. Karel Martel der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd met

872. Rotrude van TRIER (zie elders)

891. Charibert van LAON, geboren ca. 700, overleden voor 762. Charibert van Laon, ook Caribert of Heribert, was graaf van Laon. Hij is de zoon van Bertrada de oudere. Van hem is bekend dat hij in 721 samen met zijn moeder de Abdij van Prüm sticht, met hulp van de Abdij van Echternach. Ze doen ook samen een schenking aan de abdij van Echternach. De Abdij van Prüm zal een van de belangrijkste kloosters worden voor de Karolingen. Uit een akte van zijn dochter, Bertrada van Laon, en zijn schoonzoon, Pepijn de Korte, uit 762 blijkt dat hij dan al is overleden omdat daarin wordt gesproken over goederen uit zijn erfenis. Bron: Wikipedia.

Gehuwd voor de kerk dd‑mm‑725 met

892. Bertha der MEROVINGEN, prinses van Neustrië, geboren dd‑mm‑680, overleden dd‑mm‑740.

Uit dit huwelijk:

1.             870. Bertrade (Bertha met de grote voet), geboren ca. 725 te Laon (F.).

893. Pepijn II der FRANKEN, hofmeier, geboren ca. 645 te Herstal (B.), overleden 16‑12‑714 te Jupile-sur-Meuse (B.). Hij is bekend onder de bijnamen de Jonge, de Middelste of de Dikke. Hij was de zoon van de hofmeier Ansegisel en van (de heilige) Begga, een dochter van de hofmeier Pepijn van Landen. Hij werd begraven in de abdij van Sint-Arnulf (zijn grootvader) in Metz.

In 679 was Pepijn een van de leidende edelen in Austrasië. Samen met Martin van Laon leidde hij het verzet tegen de hofmeier Ebroin van Neustrië en Bourgondië, die ook de macht in Austrasië wilde verwerven. De Austrasiërs werden bij Laon verslagen, Martin werd gedood en Pepijn moest vluchten. In 680 werd hij hofmeier van Austrasië. Een jaar later werd Ebroin vermoord, en Pepijn sloot een verdrag met diens opvolger Waratton. In 687 kwam hij echter in conflict met Berthar, de nieuwe hofmeier van Neustrië en Bourgondië. Pepijn versloeg hem in de Slag bij Tertry. Koning Theuderik III benoemde Pepijn tot hofmeier van het gehele rijk en Pepijn erkende Theuderik als enige koning. Verder liet Pepijn zijn zoon Drogo trouwen met een dochter van Berthar. In 695 versloeg hij de Friezen, onder aanvoering van Radboud, in de Slag bij Dorestad en veroverde hij alle gebieden ten zuiden van de Rijn. Aan de missionaris Willibrord gaf hij een oud Romeins fort, nu de stad Utrecht, als steunpunt voor zijn zending onder de Friezen. Ook onderwierp hij de Alemannen. In 691 deed hij een schenking aan de abdij van Sint-Arnulf te Metz. In 695 benoemde hij zijn zoon Grimoald II tot hofmeier in Neustrië en zijn zoon Drogo tot hofmeier in Bourgondië. Nadat zijn zonen Drogo (708) en Grimoald (714) nog tijdens zijn leven waren overleden, benoemde Pepijn op aandringen van Plectrudis zijn minderjarige kleinzoon Theudoald, de zoon van Grimoald, tot zijn opvolger. Theudoald was echter nog te jong om zelf te regeren. Toen Pepijn van Herstal op 16 december 714, bijna tachtig jaar oud, plots in Jupille (nu een deel van de Luikse agglomeratie in het moderne België) overleed, zou Plectrudis voorlopig het regentschap uitoefenen. Zijn rechtmatige kleinkinderen riepen zichzelf inderdaad uit tot Pepijn van Herstals ware opvolgers, en probeerden met de hulp van Plectrudis hun positie als hofmeier van het paleis in stand te houden. Karel Martel, de oudste zoon van zijn tweede vrouw, had echter de gunst van de Austrasische adel gewonnen. Hij had zich bewezen als een krachtig militair, die zijn volgelingen door succesvolle plundertochten van omvangrijke buit kon voorzien. Ondanks de inspanningen van Plectrudis, die hem enige tijd gevangen liet zetten, slaagde Karel er in de enige hofmeier van het paleis en de de facto heerser van het Frankische Rijk te worden. Hier ging echter wel een meer dan drie jaar durende machtsstrijd, de zogenaamde Frankische Burgeroorlog (715-718), aan vooraf. Karel Martel wordt de eerste van de Karolingen genoemd (oorspronkelijk een partijnaam tijdens de Frankische Burgeroorlog), en de kinderen en kleinkinderen van Plectrudis de laatsten van de Pepiniden. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

894. Chalpaida/Alpaïde ALFAIS, geboren dd‑mm‑654 te Herstal (B.), overleden 16‑12‑714 te Vogezen. Haar plaats van herkomst en het adellijke geslacht waaruit zij stamt zijn niet met zekerheid bekend. Er zijn theorieën dat zij een zuster zou zijn geweest van Dodo, een domesticus van Pepijn van Herstal. Dodo zou de man zijn geweest, die – naar men zegt – bisschop Lambertus van Maastricht zou hebben vermoord omdat Lambertus weigerde het huwelijk tussen Pepijn en Alpaida te erkennen. Ook wordt wel gezegd dat zij een nicht in de tweede graad van Bertrada van Prüm zou zijn. Haar geboorteplaats wordt in de nabijheid van Prüm vermoed. Volgens recente bevindingen heeft Pepijn van Herstal toch een kerkelijk geldig huwelijk met Alpaida gevoerd, dat meer dan tien jaar zou hebben geduurd. Pepijn wendde zich na 702 echter weer tot zijn eerste vrouw, Plectrudis. Tijdens de Frankische Burgeroorlog, die na de dood van Pepijn van Herstal uitbrak tussen Alpaida’s zoon Karel Martel en Plectrudis, wordt Alpaida niet meer genoemd. Daarom vermoedt men dat zij reeds voor de dood van Pepijn van Herstal in 714 was gestorven. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             871. Karel Martel, geboren ca. 690 te Herstal (B.).

895. Lievin van TRIER, bisschop, geboren ca. 655, overleden dd‑mm‑717 te Reims (D.).

Saint Liutwin (ook Lutwin of Ludwin of Leodewin , Lat. Lutwinus , was kloosterstichter in Mettlach en bisschop in Trier , legendarisch ook in Reims en Laon . Zijn herdenkingsdag is 23 september . Elk jaar, in de week voor Pinksteren, vindt de Lutwin-bedevaart plaats in Mettlach, waarbij de relikwieën van de heilige in een plechtige processie door het dorp worden gedragen. Liutwin was een Frankische edelman uit de familie van de Widons . Zijn oom Basin was tot 705 Bisschop van Trier. Aanvankelijk was Liutwin niet van plan een kerkelijke carrière na te streven. Hij trouwde passend, vermoedelijk een vrouw uit de familie Robertine , en had twee zonen, Milo en Wido, en mogelijk een dochter, Rotrude . Over zijn vermeende dochter Rotrude Liutwin schoonvader Karl Martells en overgrootvader van Karel de Grote. Volgens de legende rustte Liutwin op een open plek tijdens een jachttocht in de buurt van de Saarschleife en viel in slaap. Een adelaar vloog naar binnen, stopte in de lucht boven de slapende man en beschermde hem tegen de zon. Toen Liutwin van zijn dienaar hoorde, interpreteerde hij de gebeurtenis als een door God gezonden teken. Hij liet een kapel bouwen ter ere van Sint Dionysius in plaats van het Adelaarswonder . De Dionysiuskapel werd al snel een christelijk zendingscentrum. In plaats daarvan staat vandaag de parochiekerk St. Gangolf in Mettlach. Rond 690 stichtte Liutwin het klooster Mettlach . Na de dood van zijn oom Basin volgde Liutwin hem naar de bisschoppelijke zee in Trier. Even later nam hij de legende, de bisdommen van Reims en Laon over en was daarmee een van de belangrijkste kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders in het Frankische koninkrijk. Liutwin stierf in Reims in 717 en werd daar begraven. De opvolger van Liutwin als bisschop van Trier en Reims was zijn zoon Milo . Hij liet het stoffelijk overschot van zijn vader naar Trier brengen om in zijn vaderland te worden begraven. Volgens de traditie was het echter niet mogelijk Liutwin in Trier te begraven. Dus werd besloten dat de doden hun eigen begraafplaats moesten zoeken. De doodskist werd naar een schip gebracht dat eerst alleen de Moezel en vervolgens de Saar bewoog en tenslotte aanmeerde in Mettlach, waar de kerkklokken begonnen te luiden. Liutwin werd begraven in de Marienkirche van het klooster Mettlach. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

896. Willigarde van BEIEREN, geboren ca. 665, overleden dd‑mm‑705.

Uit dit huwelijk:

1.             872. Rotrude, geboren 08‑07‑690 te Austrasië.

897. Chrodobertus II van HASPENGOUW, geboren ca. 640. Chrodbert II , ook Robert II, was een Frankisch edelman en bestuurder. Hij zou de zoon zijn van Lambert en kleinzoon van Chrodbert I die rond 630 hertog was van koning Dagobert I. Hij was getrouwd met Doda (ca. 645 – voor 12 september 677); haar ouders zijn niet bekend. Chrodbert wordt meerdere malen vermeld:

Chrodbert en Doda hadden ten minste een zoon: Lambert II, over wie alleen bekend is dat hij vader was van Robert I van de Haspengouw. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

898. Doda van SALZBURG, geboren ca. 645, overleden ca. 677.

Uit dit huwelijk:

1.             873. Lambert II, geboren voor 682.

871. Karel Martel der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd met

872. Rotrude van TRIER (zie elders)

899. Sigramine van POITIERS, geboren dd‑mm‑685, overleden dd‑mm‑745.

Gehuwd met

900. Landrade van HESBAYE, geboren dd‑mm‑680, overleden dd‑mm‑740. Landrade, vivante au viiie siècle, est la fille de Lambert, noble en Hesbaye, et la sœur de Robert Ier de Hesbaye. En 764, elle fonda avec son neveu Cancor, cité comte en Rheingau 764782, l’abbaye de Lorsch. Son fils Chrodegang de Metz en devint l’abbé l’année suivante. Elle épouse Sigramm, dont elle eut un fils : saint Chrodegang, né vers 712 et mort en 766, qui fut évêque de Metz, fondateur de l’abbaye de Gorze, référendaire de Charles Martel et conseiller de Pépin le Bref. Des études récentes, notamment les travaux de Christian Settipani, formulent l’hypothèse qu’elle est probablement la sœur de Rotrude, née vers 695, morte en 724, épouse de Charles Martel. Bron: Wikipédia.

Uit dit huwelijk:

1.             879. Gunderland (Chrodegang), geboren dd‑mm‑715.

901. Odilo van BEIEREN, geboren ca. 712, overleden ca. 748. Odilo was van 736 tot 748 hertog van Beieren uit het geslacht Agilolfingen. Hij zette het op onafhankelijkheid gerichte beleid van zijn voorgangers, zijn neef Hugbert en oom Theodo voort en zag erop toe dat de nieuwe bisdommen die door toedoen van Bonifatius in Salzburg, Freising, Regensburg en Passau gesticht werden onder Beiers (en niet onder Frankisch) toezicht kwamen te staan. Om zijn betrekkingen met de Franken te verbeteren, huwde hij met Chiltrudis, een dochter van Karel Martel en zijn eerste vrouw Rotrude van Trier. Karel Martel zelf huwde na de dood van zijn vrouw Rotrude van Trier met de Beierse Swanahilde, een vrouw uit het Agilolfingenhuis. Odilo stierf vrij onverwachts en werd opgevolgd door zijn jonge zoon Tassilo III. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

902. Hiltrude der FRANKEN, geboren ca. 716, overleden dd‑mm‑754. Zij zou, tegen de wil van haar broers en op instigatie van haar stiefmoeder, de Beierse Swanahilde, rond 740 in het huwelijk zijn getreden met Odilo I van Beieren. Haar broers Carloman en Pepijn de Korte voerden in 744 een oorlog tegen haar man. De uitkomst was dat Odilo de Frankische suzereiniteit over Beieren moest erkennen. Na de dood van haar echtgenoot werd zij in 748 regentes voor haar zoon Tassilo. Zij stierf in 754. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             880. Tassilo III, geboren ca. 741.

903. Ruprecht II (Cancor) van HASPENGOUW, graaf van Oberrheingau, geboren ca. 720, overleden dd‑mm‑782 te Vangadizza (I.).

Gehuwd met

904. Angila NN, geboren ca. 720.

Uit dit huwelijk:

1.             882. Heimerich (Heimo) van BABENBERG, geboren ca. 755 te Wetterau (Dl.) ?

905. Ricbert van SACHSEN, geboren ca. 715, overleden ca. 790.

Gehuwd met

906. Frenkin van BABENBERG, geboren ca. 710.

Uit dit huwelijk:

1.             883. Reginbert von SACHSEN, geboren ca. 735.

861. Isanbart van THÜRINGEN (zie elders)

Gehuwd met

862. Theodrada von SACHSEN (zie elders)

907. Hildebrand van SPOLETO, koning der Longobarden, geboren ca. 700, overleden ca. 789. Hildeprand was the Duke of Spoleto from 774 to 789. When Theodicius of Spoleto died fighting at the Siege of Pavia in 774, the Lombards of the Duchy of Spoleto elected Hildeprand their duke and quickly submitted to the Franks. Hildeprand fled to Rome before the Frankish host and did homage to Pope Hadrian I. However, the dispute between Charlemagne and Hadrian as to who had the proper suzerainty over Spoleto was solved in the Frank’s favour over the next few years. In January 776, Hildeprandus gloriosus et summus dux ducatus Spoletani made a donation to the Abbey of Farfa dating it to the year of Charles’ reign. This form was continued in 777 with language implicitly excluding papal suzerainty. In 775, Hadrian alleged that Hildeprand had joined a conspiracy of Hrodgaud of Friuli and Arechis II of Benevento, but there is no evidence of Hildeprand’s involvement. Hildeprand remained a staunch opponent of the papacy thereafter. In 779, Hildeprand travelled to Virciniacum, probably near Compiègne, to profess fealty to Charlemagne. He brought with him gifts and left with promises that the king would protect his interests from those of the pope. In 788, Hildeprand joined Frankish and Lombard troops in resisting a Byzantine invasion. He died the next year and was succeeded by a royal appointee: a Frank, named Winiges. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

908. Segarde der ALEMANNEN, geboren ca. 700.

Uit dit huwelijk:

1.             888. Adelinde, geboren ca. 720.

871. Karel Martel der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd (2) met

909. Ruodhaid NN. Ruodhaid was een bijvrouw of friedelvrouw van Karel Martel met wie zij de volgende kinderen had: Bernard (voor 732-787); Hieronymus; Remigius, aartsbisschop van Rouen (gestorven 771); Aldana, echtgenote van Theoderik, graaf van Autun (niet in de bronnen vermeld). Bron: Wikipedia.

Generatie XLIII

910. Wihtred van KENT, geboren ca. 673, overleden 23‑04‑725. Wihtred (Latin: Wihtredus) (c. 670 – 23 April 725) was king of Kent from about 690 or 691 until his death. He was a son of Ecgberht I and a brother of Eadric. Wihtred ascended to the throne after a confused period in the 680s, which included a brief conquest of Kent by Cædwalla of Wessex, and subsequent dynastic conflicts. His immediate predecessor was Oswine, who was probably descended from Eadbald, though not through the same line as Wihtred. Shortly after the start of his reign, Wihtred issued a code of laws—the Law of Wihtred—that has been preserved in a manuscript known as the Textus Roffensis.

The laws pay a great deal of attention to the rights of the Church (of the time period), including punishment for irregular marriages and for pagan worship. Wihtred’s long reign had few incidents recorded in the annals of the day. He was succeeded in 725 by his sons, Æthelberht IIEadberht I, and Alric. The dominant force in late-seventh-century politics south of the River Humber was Wulfhere of Mercia, who reigned from the late 650s to 675. The king of Kent for much of this time was Ecgberht, who died in 673. Ecgberht’s sons, Eadric and Wihtred, were probably little more than infants, two or three years old, when their father died; Wulfhere was their uncle by virtue of his marriage to Eormenhild, Ecgberht’s sister. Hlothhere, Ecgberht’s brother, became king of Kent, but not until about a year later, in 674, and it may be that Wulfhere opposed the accession of Hlothhere and was the effective ruler of Kent during this year-long interregnum. Eadric raised an army against his uncle and Hlothhere died of wounds sustained in battle in February 685 or possibly 686. Eadric died the following year, and according to Bede, whose Ecclesiastical History of the English People is one of the primary sources for this period, the kingdom fell apart into disorder. Cædwalla of Wessex invaded in 686 and established his brother Mul as king there; Cædwalla may have ruled Kent directly for a period when Mul was killed in 687. When Cædwalla departed for Rome in 688, Oswine, who was probably supported by Æthelred of Mercia, took the throne for a time. Oswine lost power in 690, but Swæfheard (son of Sebbi, the king of Essex), who had been a king in Kent for a year or two, remained. There is clear evidence that both Swæfheard and Oswine were kings at the same time, as each witnessed the other’s charters. It seems that Oswine was king of east Kent, which was usually the position of the dominant king, while Swæfheard was king of west Kent. Wihtred emerged from this disarray and became king in the early 690s. Bede describes his accession by saying that he was the “rightful” king, and that he “freed the nation from foreign invasion by his devotion and diligence”. Oswine was also of the royal family, and arguably had a claim to the throne; hence it has been suggested that Bede’s comments here are strongly partisan. Bede’s correspondent on Kentish affairs was Albinus, abbot of the monastery of St. Peter and St. Paul (subsequently renamed St. Augustine’s) in Canterbury, and these views can almost certainly be ascribed to the Church establishment there. Two charters provide evidence of Wihtred’s date of accession. One, dated April 697, indicates Wihtred was then in the sixth year of his rule, so his accession can be dated to some time between April 691 and April 692. Another, dated 17 July 694, is in his fourth regnal year, giving a possible range of July 690 to July 691. The overlap in date ranges gives April to July 691 as the likely date of his accession. Another estimate of the date of Wihtred’s accession can be made from the duration of his reign, given by Bede as thirty four and a half years. He died on 23 April 725, which would imply an accession date in late 690. Initially Wihtred ruled alongside Swæfheard. Bede’s report of the election of Beorhtwald as Archbishop of Canterbury in July 692 mentions that Swæfheard and Wihtred were the kings of Kent, but Swæfheard is not heard of after this date. It appears that by 694 Wihtred was the sole ruler of Kent, though it may also be that his son Æthelberht was a junior king in west Kent during Wihtred’s reign. Wihtred is thought to have had three wives. His first was called Cynegyth, but a charter of 696 names Æthelburh as the royal consort and co-donor of an estate: the former spouse must have died or been dismissed after a short time. Near the end of his reign, a new wife, Wærburh, attested with her husband and son, Alric. It was also in 694 that Wihtred made peace with the West Saxon king Ine. Ine’s predecessor, Cædwalla, had invaded Kent and installed his brother Mul as king, but the Kentishmen had subsequently revolted and burned Mul. Wihtred agreed compensation for the killing, but the amount paid to Ine is uncertain. Most manuscripts of the Anglo-Saxon Chronicle record “thirty thousand”, and some specify thirty thousand pounds. If the pounds are equal to sceattas, then this amount is the equal of a king’s wergild—that is, the legal valuation of a man’s life, according to his rank. It seems likely that Wihtred ceded some border territory to Ine as part of this settlement. The earliest Anglo-Saxon law code to survive, which may date from 602 or 603, is that of Æthelberht of Kent, whose reign ended in 616. In the 670s or 680s, a code was issued in the names of Hlothhere and Eadric of Kent. The next kings to issue laws were Ine of Wessex and Wihtred. The dating of Wihtred’s and Ine’s laws is somewhat uncertain, but there is reason to believe that Wihtred’s laws were issued on 6 September 695, while Ine’s laws were written in 694 or shortly before. Ine had recently agreed peaceful terms with Wihtred over compensation for the death of Mul, and there are indications that the two rulers collaborated to some degree in producing their laws. In addition to the coincidence of timing, there is one clause that appears in almost identical form in both codes. Another sign of collaboration is that Wihtred’s laws use gesith, a West Saxon term for noble, in place of the Kentish term eorlcund. It is possible that Ine and Wihtred issued the law codes as an act of prestige, to re-establish authority after periods of disruption in both kingdoms. Wihtred’s laws were issued at “Berghamstyde”; it is not known for certain where this was, but the best candidate is Bearsted, near Maidstone. The laws are primarily concerned with religious affairs; only the last four of its twenty-eight chapters do not deal with ecclesiastical affairs. The first clause of the code gives the Church freedom from taxation. Subsequent clauses specify penalties for irregular marriages, heathen worship, work on the sabbath, and breaking fasts, among other things; and also define how members of each class of society—such as the king, bishops, priests, ceorls, and esnes—can clear themselves by giving an oath. In addition to the focus of the laws themselves, the introduction makes clear the importance of the Church in the legislative process. Bertwald, the Archbishop of Canterbury, was present at the assembly which devised the decrees, and so was Gefmund, the Bishop of Rochester; and “every order of the Church of that nation spoke in unanimity with the loyal people”. The privileges given to the Church are notable: in addition to the freedom from taxation, the oath of a bishop is “incontrovertible”, which places it at the same level as the oath of a king, and the Church receives the same level of compensation for violence done to dependents as does the king. This has led one historian to describe the Church’s power, less than a century after the original Roman mission landed in Kent, as “all but co-ordinate with the king himself in the Kentish state”, and it has also been described as presupposing “a frightening degree of royal power”. However, the presence of clauses that provide penalties for any of Wihtred’s subjects who “sacrifice to devils” makes it clear that although Christianity was dominant, the older pagan beliefs of the population had by no means died out completely. Clause 21 of the code specifies that a ceorl must find three men of his own class to be his “oath-helpers”. An oath-helper would swear an oath on behalf of an accused man, to clear him from the suspicion of the crime. The laws of Ine were more stringent than this, requiring that a high-ranking person must be found to be an oath-helper for everyone, no matter what class they were from. The two laws taken together imply a significant weakening of an earlier state in which a man’s kin were legally responsible for him. On his death, Wihtred left Kent to his three sons: Æthelberht IIEadberht I, and Alric. The chronology of the reigns following Wihtred is unclear, although there is evidence of both an Æthelbert and at least one Eadbert in the following years. After Wihtred’s death, and the departure of Ine of Wessex for Rome the following year, Æthelbald of Mercia became the dominant power in the south of England. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

911. Thelburga van SAKSEN, geboren ca. 690, overleden ca. 756.

Uit dit huwelijk:

1.             890. Aethelbert II, geboren 11‑03‑720 te Kent Castle.

912. Martin van LAON, geboren ca. 660, overleden ca. 680. Martin van Laon was graaf van Laon. In 679 leidde hij samen met Pepijn van Herstal van Austrasië het verzet tegen de hofmeier Ebroin van Neustrië en Bourgondië. De Austrasiërs werden in 680 bij Laon verslagen en Martin werd hierbij gedood. Hij was getrouwd met Bertrada de oudere en kreeg met haar een zoon: Charibert van Laon. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

913. Bertrada ‘de oudere’ van PRÜM, geboren ca. 680, overleden na 721. Bertrada de Oudere, ook Bertrada van Prüm, is de overgrootmoeder van Karel de Grote. Zij is vermoedelijk dochter van Hugobert en Irmina van Oeren. Van haar is alleen bekend dat ze in 721 samen met haar zoon Charibert van Laon de Abdij van Prüm sticht, met hulp van de Abdij van Echternach. Ze doen ook samen een schenking aan de Abdij van Echternach. De Abdij van Prüm zal een van de belangrijkste kloosters worden voor de Karolingen. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             891. Charibert, geboren ca. 700.

914. Theodorik (Diederik) III der MEROVINGEN, geboren dd‑mm‑654, overleden dd‑mm‑691.

Theuderik III

Theuderik III (Frans: Thierry III ) was koning van Neustrië in 673 en van 675 tot 691. Hij was ook koning van Austrasië van 679 tot zijn dood in 691. Theuderik III volgde zijn oudere broer Chlothar III op als koning van Neustrië in 673, onder supervisie van hofmeier Ebroin. Maar de stadsgraven van AutunParijs en Lyon kwamen in opstand, namen Ebroin gevangen, Theuderik III werd onttroond en in een klooster gestopt en men zette Childerik II van Austrasië op de troon. Na het overlijden van Childerik II in 675, werd Theuderik weer op de troon gezet in Neustrië en Bourgondië. In 679 werd hij ook koning van Austrasië en regeerde daarmee over alle Franken. De hofmeier van AustrasiëPepijn van Herstal, versloeg hem in 687 bij Tertry en werd hofmeier van heel het Frankische rijk, hoewel Theuderik, tenslotte zijn zwager, mocht aanblijven als koning. Theuderik was gehuwd met Clothildis van Herstal, dochter van Ansegisel en Begga van Herstal en daarmee een zus van Pepijn van Herstal. Theuderik was de vader van de koningen Clovis IV en Childebert III en mogelijk ook van de Austrasische koningen Clovis III en Chlotharius IV. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

915. Clothilde van HERSTAL, geboren dd‑mm‑650, overleden 03‑06‑692. Clothildis van Herstal, Chrodechild, ook wel naar haar grootmoeder Doda genoemd, was een Merovingische koningin van ongeveer 677 tot 692. Haar ouders waren de hofmeier Ansegisus en de later heiligverklaarde Begga. Omstreeks 677 trouwde ze met de koning van Neustrië Theuderik III. Na diens dood in 690/691 oefende ze voor haar onmondige zoon Clovis IV[4] nog minstens een jaar het regentschap uit. In een geïnterpoleerde oorkonde van mei 692 wordt zij voor de laatste maal als zodanig genoemd. Daarnaast heeft ze haar gade nog een jongere zoon Childebert III geschonken. Mogelijk vond ze naast haar man in de Abdij van Sint-Vaast in Arras haar laatste rustplaats. Telt men de usurpator Chlotharius IV mee, dan zijn van de volgende zes laatste Merovingische koningen geen echtgenotes bekend. Chrodechild is daarmee de laatste bij naam gekende Merovingische koningin en ze schijnt als regentes voor haar minderjarige zoon Clovis nog over een zekere invloed te hebben beschikt. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             892. Bertha, geboren dd‑mm‑680.

916. Ansegisel van METZ, hofmeier, geboren ca. 610, overleden ca. 662. Ansegisus (verlatijnst, oorspronkelijk Ansegisel) was een Frankische hofmeier. Hij was een zoon van Arnulf van Metz en zijn vrouw Doda. In 633 werd de toen drie jaar oude Sigibert III koning van Austrasië. Een jaar later werd Ansegisus benoemd tot een van zijn opvoeders en waarschijnlijk kreeg hij toen ook het ambt van hofmeier, dat Pepijn van Landen moest neerleggen. Hij onderdrukte samen met Pepijn, Kunibert van Keulen, Bubo van Auvergne en Leuthar van Allemanië een opstand van de edelen Radulf en Fara. In 662 nam hij deel aan de mislukte staatsgreep van zijn zwager Grimoald I en werd daarbij gedood door Gundewin. Rond 645 huwde hij met Begga, de dochter van Pepijn van Landen. Bron: Wikipedia.

Gehuwd

voor de kerk ca. 645 met

917. Begga van LANDEN, overleden dd‑mm‑693.

Begga van Herstal

De heilige Begga (± 620 – Andenne, 17 december 693) was een Frankische edelvrouw, dochter van hofmeier Pepijn van Landen en de ook heilig verklaarde katholieke kloosterlinge Ida van Nijvel. De Collegiale kerk Sint-Begga te Andenne is aan haar toegewijd. In deze kerk bevindt zich (in de Sint-Beggakapel, links van het koor) een 12de-eeuws funerair monument in zwart marmer dat genoemd wordt: “Het graf van Begga”. Erboven staat de zogenaamde “Tafel van Begga” waaraan bovennatuurlijke eigenschappen zijn toegeschreven. Een relikwie van Begga wordt bewaard in de Sint-Amanduskerk te Wezeren in Vlaams-Brabant. Begga werd omstreeks 620 geboren als dochter, enerzijds van Pepijn van Landen, hofmeier van Austrasië, stamvader van de Pepiniden en katholieke zalige, en anderzijds van diens vrouw Ida, beter bekend als de heilige Ida van Nijvel. Begga was de zuster van Grimoald -die zijn vader opvolgde als hofmeier- en van de heilige Gertrudis. Begga huwde omstreeks 643 met Ansegisel, een hofmeier die werd vermoord. Deze laatste was een zoon van bisschop Arnulf van Metz en van diens vrouw Doda van Metz. Zowel Arnulf als Doda werden heilig verklaard. Uit het huwelijk tussen Begga en Ansegisus werden verscheidene kinderen geboren. Echter heerst er onzekerheid over sommige mogelijke kinderen. Na de dood van haar man en een groot deel van haar mannelijke familieleden tijdens een mislukte staatsgreep in 662 werd Begga erfgename van het uitgestrekte familiebezit in het Maasdal. Als weduwe maakte ze een pelgrimstocht naar Rome en deed daar de gelofte om een klooster en zeven kerken te stichten. Pas nadat haar zoon Pepijn in 691 zijn politieke positie en zijn bezit veilig had gesteld, stichtte zij een klooster in Andenne, bevolkte het met nonnen uit Nijvel en werd er de eerste abdis. Begga stierf in Andenne, waarschijnlijk op 17 december 693. De heilige Begga is de patrones van stotteraars, van mensen met botbreuken. Zij wordt aangeroepen tegen reuma. Het Walcherse dorpje Biggekerke is waarschijnlijk naar haar vernoemd. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             893. Pepijn II der FRANKEN, geboren ca. 645 te Herstal (B.).

2.             915. Clothilde van HERSTAL, geboren dd‑mm‑650.

918. Erwig (Ervigio) der VISIGOTEN, geboren ca. 640 te Toledo (Sp.), overleden 15‑11‑687 te Toledo (Sp.).

Erwig (Latin: Flavius Ervigius was a king of the Visigoths in Hispania (680–687). According to the 9th-century Chronicle of Alfonso III, Erwig was the son of Ardabast, who had journeyed from the Byzantine Empire to Hispania during the time of Chindasuinth, and married Chindasuinth’s niece Goda. Ardabast (or Artavasdos), was probably an Armenian or Persian Christian exile in Constantinople or in Byzantine Africa. In Hispania he was made a count. 17th-century Spanish genealogist Luis de Salazar y Castro gave Ardabast’s father as Athanagild, the son of Saint Hermenegild and Ingund, and his mother as Flavia Juliana, a daughter of Peter Augustus and niece of the Emperor Maurice. This imperial connection is disputed by Christian Settipani, who says that the only source for Athanagild’s marriage to Flavia Julia is José Pellicer, who he claims to be a forger. After his predecessor Wamba had taken the monastic habit while on the verge of death, he was forced to retire from the kingship on 14 October 680, even though he recovered, and enter a monastery. He appointed Erwig his successor and the latter was anointed in Toledo on 31 October 680. Later, 9th-century legends attributed to Erwig the poisoning of the king, who was made a penitent by his supporters while Erwig’s supporters raised him to the throne. The bishops of the Twelfth Council of Toledo, which Erwig opened on 9 January 681, confirmed that the documents of abdication and confirmation of Erwig from Wamba were authentic and contained his own signature. Nonetheless, some historians have seen in the rapidity of Erwig’s unction after the king had received the penitential sacrament evidence for a pre-planned palace coup. Erwig began his reign in a climate of uneasiness concerning the way in which he reached the throne. Probably feeling insecure himself, the nobles and bishops took advantage. Erwig restored to favour those who had been out of it in the time of Wamba. After the Twelfth Council, the Thirteenth (683) and Fourteenth (684) followed in quick succession. The councils confirmed Erwig’s legitimacy for a second time and wrote many laws to protect the life and rule of the king and his family, including that of his queen, Liuvigoto. After falling seriously ill, Erwig proclaimed his son-in-law Ergica, the husband of his daughter Cixilo, as his heir on 14 November 687 and retired to a monastery as a penitent the next day, after giving leave to his court to return to Toledo with Egica for the anointing and crowning. Erwig issued 28 laws condemning Jews with the support of the Twelfth Council. He himself stated to the council his desire to return to the legislation of the reign of Sisebut, though he was a little more lenient, dispensing with the death penalty. These laws were part of a revised and expanded version of the Liber Iudiciorum which is attached to Erwig’s name. All of the laws, which dealt with Jews, have been attributed to the influence of Julian of Toledo, the fanatically anti-Jewish archbishop of Toledo. When the Ervigian code was promulgated in November 681, Erwig had added six more of his own new laws and three laws of Wamba, as well as revised eighty laws of Recceswinth. There is no evidence, however, that the Ervigian code “superseded” the Recceswinthian and manuscripts of both continued to be produced and sold. Declaring them a plague on the kingdom, he called for the total removal of the Jews from the kingdom. Such a decree had been issued by Erwig’s predecessor Wamba and much as that one Erwig’s also failed. So in 681 he issued another decree, this time requiring that all Jews become Christians or leave the kingdom. Jews were officially discriminated against from henceforth as the monarchy attempted to restrict Jewish commercial activities. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

919. Liubigotona der VISIGOTEN, geboren ca. 617 te Toledo (Sp.), overleden na 654 te Toledo (Sp.).

Uit dit huwelijk:

1.             894. Chalpaida/Alpaïde ALFAIS, geboren dd‑mm‑654 te Herstal (B.).

920. Querin (Warinus) van TRIER, graaf, geboren dd‑mm‑630 te Autun (Fr.), overleden dd‑mm‑677 te Poitiers (Fr.). Warinus of Poitiers (also Warin, Guerin, Gerinus, Varinus) was the Franco-Burgundian Count of Poitiers and Count of Paris and later Saint Warinus, Martyr of the Franks. He was the son of Saint Sigrada of Sainte-Marie de Soissons and the brother of Saint Leodegarius. He was the father of Saint Leudwinus. In 677 AD, Warinus was stoned to death near Arras, Pas-de-Calais, France because of a feud between his brother Leodegarius and Ebroin, the Frankish Mayor of the Palace of Neustria. Warinus was born in AutunSaône-et-LoireBurgundy. He was the son of Bodilon, a Count of Poitiers and of Sigrada of Alsace, Sainte-Marie de Soissons. He was the founder of the famous noble family of the Guideschi. As a nobleman, Warinus spent his childhood at the court of Clotaire II. He married Gunza von Treves, a Frankish noblewoman in France. His wife came from an influential Frankish family and was the sister of Saint Basinus of Treves. They had three or four children:

  • Leudwinus, Count of Poitiers (born 660 AD – died 722 AD)
  • Grimgert, Count of Paris (born c. 667 AD)
  • Lambert I of Hesbaye (born 632 AD – died 725 AD) married to Doda of Poitiers (born 654 AD – died 678 AD)

Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

921. Gunzie van METZ, geboren ca. 635, overleden ca. 677.

Uit dit huwelijk:

1.             895. Lievin, geboren ca. 655.

2.             926. Lambert van POITIERS, geboren dd‑mm‑660.

3.             Girard de ROUSILLON, overleden dd‑mm‑719. Gehuwd met Frenande van AQUITANIë.

922. Theodo II van BEIEREN, hertog van Beieren, geboren dd‑mm‑645, overleden dd‑mm‑717. Theodo speelt een belangrijke rol in de opbouw van de Beierse staat. Hij kiest Regensburg als hoofdstad en begint de opbouw van een eigen Beierse kerk. Hij creëert bisdommen en stuurt zendelingen door geheel Beieren: de heiligen Rupert van Salzburg, Erhard, Emmeran en Corbinianus. In 702 biedt hij onderdak aan de Longobardische troonpretendent Ansprand en zijn zoon Liutprand. Daarna verdeelt hij het bestuur van Beieren onder zijn vier zonen: Theudebert (ook Theodo III van Beieren), Theudebald, Tassilo en Grimoald. Zelf kiest hij Salzburg als residentie. De naamgeving van de Beierse hertogen is zeer verwarrend: Er zijn drie legendarische hertogen met de naam Theodo, die in de zesde eeuw zouden hebben geregeerd. De vader van Theodo wordt in sommige bronnen ook Theodo genoemd. Daarmee wordt deze Theodo zowel als Theodo I, Theodo II, Theodo IV of Theodo V genummerd. Sommige bronnen zien deze Theodo en zijn zoon Theudebert (Theodo III) als dezelfde persoon. Volgens de legende was zijn dochter Uta zwanger van een onbekende minnaar en was zij bang voor de woede van haar vader en broers. Daarom bood de zendeling Emmeran aan om de schuld op zich te nemen, omdat hij toch naar Rome zou reizen. Toen Uta gedwongen werd om de naam van haar minnaar te noemen, noemde ze inderdaad de naam van Emmeran. Daarop achtervolgde Lantpert, een van haar broers, de zendeling en doodde hem. Theodo was getrouwd met Folchaid. Naast Theudebert, Theudebald, Tassilo, Grimoald, Lantpert en Uta, hadden ze vermoedelijk nog een onbekende dochter die trouwde met hertog Gotfried van de Allemannen. Haar zoon Odilo van Beieren werd later hertog. Bron: Wikipedia.

Gehuwd (1) met

923. Folchaide van SALZBURG, geboren ca. 645.

Gehuwd (2) met

951. Regintrud der FRANKEN.

Uit het eerste huwelijk:

1.             896. Willigarde, geboren ca. 665.

Uit het tweede huwelijk:

2.             928. Oda, geboren ca. 667.

924. Lambert I van HASPENGOUW, geboren ca. 620, overleden dd‑mm‑650.

Kind:

1.             897. Chrodobertus II, geboren ca. 640.

925. Robert Gerard van SALZBURG, geboren dd‑mm‑610 te Salzburg, overleden dd‑mm‑677.

Kinderen:

1.             923. Folchaide, geboren dd‑mm‑645.

2.             898. Doda, geboren ca. 645.

926. Lambert van POITIERS, geboren dd‑mm‑660, overleden dd‑mm‑710.

Kind:

1.             900. Sigramine, geboren dd‑mm‑685.

927. Godofrid der ALEMANNEN, geboren ca. 651 te Canstadtt, overleden ca. 709 te Canstatt.

Gehuwd met

928. Oda van BEIEREN, geboren ca. 667.

Uit dit huwelijk:

1.             908. Segarde, geboren ca. 700.

2.             901. Odilo van BEIEREN, geboren ca. 712.

Gehuwd voor de kerk (1) ca. 709 met

872. Rotrude van TRIER.

929. Robert I van HASPENGOUW, graaf van de Haspengau, vanaf 750 graaf van Rheingau en Wormsgau, geboren ca. 697, overleden dd‑mm‑764. Robert I van de Haspengouw was een Frankische edelman. Zijn vader was Lambert II, zijn grootvader was Chrodbert II. In veel bronnen wordt de Haspengouw met zijn Franse naam genoemd: Hesbaye. Omstreekst 715 is hij graaf van de Haspengouw. Hij trouwt met Williswinda (ca. 715 – na 764), dochter van Adalhelm – een grootgrondbezitter in het Rijndal. In 742 is hij paltsgraaf en doet hij een schenking aan de abdij van Sint-Truiden. Rond 750 wordt hij graaf van Rijngouw en de Wormsgau. Op 12 juli 764 is Williswinda weduwe en sticht ze samen met haar zoon Cancor de abdij van Lorsch in de Rijngouw.

Robert en Williswinda hadden de volgende kinderen: Cancor, graaf van de Rijngouw, voorouder van de Babenbergers; mogelijk Anselm, die zou zijn gesneuveld in de slag van de Roncevaux-Pas; Robert, abt van Saint-Germain-des-Fosses; Thuringbert, grootgrondbezitter in de Rijngouw en de Wormsgau, doet in 767 en 770 schenkingen de abdij van Lorsch, vader van Robert II van Haspengouw. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

930. Williswinda van WORMSGAU, geboren dd‑mm‑698 te Worms (D.), overleden 12‑07‑776 te Roche, Departement de l’Allier, Auvergne (Fr.).

Uit dit huwelijk:

1.             903. Ruprecht II (Cancor), geboren ca. 720.

927. Godofrid der ALEMANNEN (zie elders)

Gehuwd met

928. Oda van BEIEREN (zie elders)

Generatie XLIV

931. Egbert I van KENT, geboren ca. 650, overleden 04‑07‑673. Egbert, ook Ecgberht, was koning van Kent vanaf 664. Hij was de zoon van Earconbert en Sexburga. Egbert werd koning na het overlijden van zijn vader. Omdat hij minderjarig was, was zijn moeder regentes. Van hem is alleen bekend dat hij twee van zijn neven zou hebben laten doodmartelen (zoons van zijn oom Earmonred) en dat hij de kerk actief steunde. In 667 kiest hij samen met de koning van Northumberland, Wighard als bisschop van Canterbury maar die sterft direct na zijn wijding in Rome aan de pest. Ook helpt hij zendelingen en bisschoppen bij de bekering van de Angelsaksen en bij hun reizen naar Gallië en Rome. Ook sticht hij het klooster van Chertsey. Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn broer Hlothere. Later zal ook zijn zoon Withred koning van Kent worden. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             910. Wihtred, geboren ca. 673.

932. Clovis II der MEROVINGEN, koning van Neustrië en Bo, geboren 27‑11‑637, overleden dd‑mm‑657, begraven te Parijs (Fr.) in de kathedraal St. Denis.

Clovis II

Clovis of Chlodovech II, was de zoon van de Merovingische koning Dagobert I en zijn tweede echtgenote Nanthilde. Na het overlijden van zijn vader op 16 januari 638 / 639 (het exacte jaartal is niet bekend), werd Clovis in oktober 640 koning van Neustrië en BourgondiëAustrasië ging al eerder naar zijn halfbroer Sigibert III. Clovis was op dat moment nog te jong om zelf te regeren. In de periode tussen het overlijden van zijn vader en zijn troonsbestijging trad zijn moeder Nanthilde op als regentes, hierin bijgestaan door Aega, de hofmeier van het paleis. Aega werd opgevolgd door Erchinoald, een neef van moederszijde van Dagobert. Deze had in Neustrië al snel de touwtjes stevig in handen. Teneinde zijn machtspositie te kunnen consolideren, zorgde hij ervoor dat Clovis trouwde met de Angelsaksische slavin Balthildis, een gevangengenomen aristocrate. Zij werd na haar dood heilig verklaard (feestdag 26 januari). Koning Clovis stierf omstreeks 657 een vroegtijdige dood, nauwelijks in de twintig. Clovis II is begraven in de basiliek van Saint-Denis. Hij werd opgevolgd door zijn zonen Chlotharius III, koning van Neustrië en Bourgondië, en Childerik II, koning van Austrasië. Bron: Wikipedia.

Gehuwd voor de kerk dd‑mm‑649 met

Clovis II

933.Bathilde (heilige Bathilde) van ASCANIE, prinses, geboren dd‑mm‑625, overleden 30‑01‑680 te Chelles, Ile-De-France (Fr.).

Uit dit huwelijk:

1.            914. Diederik I, geboren dd‑mm‑651.

916. Ansegisel van METZ (zie elders)

Gehuwd voor de kerk ca. 645 met

917. Begga van LANDEN (zie elders)

934. Arnulf van METZ, bisschop van Metz, geboren 13‑08‑582 te Lay-Saint-Christophe (F.), overleden 16‑08‑640 te Saint-Mont (F.).

Saint Arnould.jpg

Arnulf van Metz was een Frankische edelman en later bisschop van Metz. Hij was een van de belangrijkste Frankische politici van zijn tijd en is na zijn dood heilig verklaard. Hij was eerst begraven in Remiremont, maar is in 717 herbegraven in Metz in een abdij die daarna naar hem werd genoemd. Arnulf diende aan het Austrasische hof onder Theudebert II (595-612) en was beheerder van de koninklijke domeinen en graaf aan de Schelde. In 613 leidde hij, met Pepijn van Landen en hofmeier Warnachar II van Bourgondië, de aristocratische opstand tegen de nieuwe minderjarige koning van Austrasië en Bourgondië, Sigebert II, en de koningin-overgrootmoeder Brunhilde van Austrasië die de feitelijke macht bezat – wat de oorzaak was van het conflict. De opstandelingen sloten een bondgenootschap met Chlotarius II van Neustrië. Tezamen versloegen ze de troepen van Sigebert en Brunhilde bij de Aisne, waarna Sigebert en Brunhilde werden gedood. In Andernach werd een verdrag gesloten waarin de autonomie van Austrasië en de leidende rol van de Austrasische adel werden vastgelegd. In 614 gaf Arnulf te kennen dat hij in een klooster wilde treden, maar in plaats daarvan benoemde Chlotarius hem tot bisschop van Metz, wat een ook politiek belangrijke functie was. In 623 werd hij voogd van Dagobert I, die door zijn vader tot koning van Austrasië was benoemd (wat een erkenning was van de Austrasische autonomie). Een jaar later onderdrukte hij samen met Pepijn een opstand in Thüringen. In 625 bemiddelde hij bij de totstandkoming van een overeenkomst tussen Chlotarius en Dagobert. In 629 trad hij in het klooster van Remiremont. De overlevering vertelt dat hij zorg droeg voor zieken en leprozen en dat hij de rest van zijn leven als kluizenaar leefde. Van de voorouders van Arnulf is volgens alle bronnen niets met zekerheid bekend. Ze worden alleen genoemd in latere genealogieën, die vooral tot doel lijken te hebben de Karolingen te verbinden met de Merovingen en met Romeinse voorouders. De Vita van Arnulf vermeldt alleen dat hij uit een rijke adellijke familie komt. Zijn familie had vermoedelijk bezittingen bij Metz en Verdun. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

935. Doda van SCHELDE (van Metz/d’Astarac), geboren ca. 590 te Herstal (B.), overleden ca. 650. Van Doda is eigenlijk niets bekend; de stelling dat zij een dochter van Arnoald was, lijkt alleen gebaseerd te zijn op het gegeven dat zowel Arnoald als Arnulf graaf was aan de Schelde, welke functie dan via Doda zou zijn doorgegeven. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             944. Clodulphe, geboren dd‑mm‑605 te Metz (F.).

2.             916. Ansegisel, geboren ca. 610.

936. Pepijn van LANDEN, hofmeier van Austrasië, geboren ca. 580, overleden 21‑02‑639.

Pepijn I van Landen of de Oudere ( Pépin le-Vieux) was van 623 tot 629 en vanaf 639 hofmeier van het Frankische koninkrijk Austrasië onder de Merovingische koningen Chlotharius II, Dagobert I en Sigibert III. Pepijn van Landen wordt in de Kronieken van Fredegar, de belangrijkste bron over zijn leven, genoemd als zoon van Carloman van Landen. Verder is over zijn afkomst weinig met zekerheid bekend. Zijn naam komt van de Vlaams-Brabantse stad Landen, zijn waarschijnlijke geboorteplaats. Pepijn was afkomstig uit een familie van grootgrondbezitters in het Maasdal. In 613 leidde hij met Arnulf van Metz en hofmeier Warnachar II van Bourgondië, de aristocratische opstand tegen de nieuwe minderjarige koning van Austrasië en Bourgondië, Sigibert II, en de koningin-overgrootmoeder Brunhilde van Austrasië, die de feitelijke macht bezat – de oorzaak van het conflict. De opstandelingen sloten een bondgenootschap met Chlotharius II van Neustrië. Tezamen versloegen ze de troepen van Sigibert en Brunhilde bij de Aisne, waarna Sigibert en Brunhilde werden gedood. In Andernach werd een verdrag gesloten waarin de autonomie van Austrasië en de leidende rol van de Austrasische adel werden vastgelegd. Hij werd in 623 benoemd tot hofmeier van de in dat jaar tot (onder)koning benoemde Dagobert I. In 629 stierf koning Chlotharius II en werd Dagobert I koning over het gehele Merovingische rijk. In datzelfde jaar verloor Pepijn zijn functie en werd hij verbannen naar Orléans. Volgens de traditie was de kritiek van Pepijn op het overspel van Dagobert de aanleiding voor de verbanning. Pas na de dood van Dagobert I (19 januari 638/639) werd Pepijn wederom benoemd tot hofmeier. Hij stierf echter niet lang daarna (in 639 of 640). Pepijn en Arnulf van Metz zijn erin geslaagd de feitelijke macht in de Frankische koninkrijken in handen van de aristocratie te leggen. Zo begon de periode van de “Vadsige of Luie koningen”: de Merovingische koningen die alleen in naam regeerden terwijl de hofmeiers de feitelijke macht uitoefenden. Bron: Wikipedia.

Gehuwd voor de kerk dd‑mm‑635 met

937. Iduberga van NIJVEL, geboren dd‑mm‑592, overleden 08‑05‑652 te Nijvel (B.). Ook Itta of Iduberga genoemd. Na het overlijden van haar man stichtte zij diverse kloosters, onder andere de abdij van Nijvel (650)

en die van Fosses-la-Ville. Ida wordt, net als haar kinderen Gertrudis, Begga en Bavo, vereerd als heilige. Haar feestdag is op 8 mei. Zij wordt aangeroepen tegen de huidziekte erysipelas en tegen tandpijn. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             917. Begga.

938. Aquilo NN, geboren dd‑mm‑611.

Gehuwd met

939. Goda van BOURGONDIë, geboren dd‑mm‑620.

Uit dit huwelijk:

1.             918. Erwig (Ervigio) der VISIGOTEN, geboren ca. 640 te Toledo (Sp.).

940. Swinthila der VISIGOTEN, koning der Visigothen, geboren ca. 567, overleden dd‑mm‑633.

Swinthila (ook wel Suintila of Svinthila) was na de moord op de Visigotische koning Reccared II in 621 de nieuwe koning van de Visigoten. Hij was de zoon van de Gotische koning Reccared I en trouwde met Theodora, dochter van koning Sisebut. Onder de opvolger van Sisebut, Reccared II, was hij regent en generaal en nadat hij Reccared II uit de weg geruimd had en diens plaats als koning had ingenomen (hij werd daartoe trouwens gekozen door de Gotische edelen) gebruikte hij zijn vakkundigheid om de laatste bezittingen van Byzantium in Spanje te heroveren. Onder zijn bewind ontstond er ook zoiets als een ‘Spaanse identiteit’. Isidorus van Sevilla beschrijft in de proloog van zijn Historia Gothorum de lof over Spanje (De Laude Spaniae): het Iberisch Schiereiland als een Gotische natie. Swinthila wordt beschreven als eerste koning van deze ‘natie’. Overigens werd Swinthila ondanks zijn succesvol lijkende regeerperiode door een staatsgreep ten val gebracht. In 631 namen Sisenand en diens broer Agellenus[bron?] de macht over. Swinthila en zijn familie werden verbannen. Opmerkelijk is dat het bij verbanning bleef; een ‘normale’ staatsgreep bij de Goten verliep niet zonder bloedvergieten. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

941. Theodora der VISIGOTEN, geboren ca. 575, overleden na 617. Dochter van koning Sisebut. Sisebut (of Sisebuth) (612 – 620/21) was koning over de Visigoten in wat nu Spanje is. Hij was succesvol in zijn strijd tegen de laatste steunpunten van het Byzantijnse Rijk in Spanje. De Gotische greep op Spanje werd versterkt door belangrijke delen van Noord-Spanje te onderwerpen, waaronder het gebied van de Basken. In zijn buitenlandse politiek zocht hij toenadering tot de Longobarden in Italië. De door zijn voorganger Leovigild opgerichte vloot werd door hem verder uitgebreid. In zijn binnenlandse politiek werd Sisebuts regering gekarakteriseerd door het in de middeleeuwen zo bekende antisemitisme. In 616 werden alle Joden verplicht zich te bekeren tot het christendom. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             919. Liubigotona, geboren ca. 617 te Toledo (Sp.).

942. Bodilon van TRIER, geboren dd‑mm‑595, overleden na 643.

Gehuwd met

943. Sigrade van THURGOVIE, geboren ca. 604, overleden 04‑08‑678.

Uit dit huwelijk:

1.             920. Querin (Warinus), geboren dd‑mm‑630 te Trier (D.).

944. Clodulphe van METZ, bisschop van Metz, geboren dd‑mm‑605 te Metz (F.), overleden 08‑06‑696 te Metz (F.). Voorafgaand aan zijn wijding was hij getrouwd met een onbekende vrouw. Uit dat huwelijk had hij een zoon die Aunulf heette.In 657 werd hij bisschop van Metz, de derde opvolger van zijn vader. Hij bekleedde dit ambt gedurende veertig jaar. In deze tijd decoreerde hij de St.-Stefaanskathedraal van Metz. Hij stond in nauw contact met zijn schoonzuster Sint Gertrudis van Nijvel. Hij stierf in Metz en werd begraven in de kerk van Sint Arnulf. In Nijvel werd hij lokaal vereerd als Saint Clou, dit vanwege zijn connectie met Sint-Gertrudis. Zijn feestdag is op 8 juni. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

945. Gleisnod NN, geboren ca. 615.

Uit dit huwelijk:

1.             921. Gunzie, geboren ca. 635.

946. Agilolf van BEIEREN, geboren ca. 612, overleden dd‑mm‑680.

Gehuwd met

947. Gleisnod NN, geboren dd‑mm‑615.

Uit dit huwelijk:

1.             922. Theodo II, geboren dd‑mm‑645.

925. Robert Gerard van SALZBURG (zie elders)

948. Chrodobertus van NEUSTRIE, geboren ca. 600.

Kind:

1.            924. Lambert I van HASPENGOUW, geboren ca. 620.

920. Querin (Warinus) van TRIER (zie elders)

Gehuwd met

921. Gunzie van METZ (zie elders)

949. Leuthari der ALEMANNEN, geboren ca. 595, overleden na 643.

Gehuwd met

950. Acca van FRIULI, geboren ca. 600.

Uit dit huwelijk:

1.             927. Godofrid, geboren ca. 650.

922. Theodo II van BEIEREN (zie elders)

Gehuwd (2) met

951. Regintrud der FRANKEN, geboren ca. 640. Regintrud, ook bekend als Reginlind en Regentrud, was waarschijnlijk de vrouw van hertog Theodbert van Beieren of van zijn vader hertog Theodo van Beieren . Een mogelijk identieke Regintrud werd abdis van de abdij van Nonnberg in 720-725. Details over haar afkomst en leven worden echter breed betwist onder historici. Volgens verschillende opvattingen was Regintrud ofwel een dochter van koning Dagobert I, of van Pfalzgraf Hugobert en Irmina van Oeren, of van Childebert III. Ervan uitgaande dat ze getrouwd was met Theudebert van Beieren, waren haar kinderen uit dit huwelijk: Hugbert van Beieren, erfgenaam van het hertogdom; Guntrud, echtgenote van Liutprand. Historici onderzochten onduidelijk bewijs over verdere kinderen, zoals een dochter genaamd Pilitrud uit een eerder huwelijk met een onbekende echtgenoot. Tassilo II en Swanachild worden ook voorgesteld als kinderen uit haar huwelijk met Theudebert. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk: 1 kind (922).

873. Lambert II van HASPENGOUW (zie elders)

Gehuwd met

874. Landrada (Hesbaye) MARTEL (zie elders)

Uit dit huwelijk: 2 kinderen.

952. Adelhelm van WORMSGAU, geboren ca. 680, overleden dd‑mm‑764.

De Wormsgau of pagus wormatiensis (ook Wormsfeldgau ) was een graafschap in de middeleeuwen , dat zich niet alleen in de buurt van de stad Worms uitstrekte , maar soms ook de Rijn langs het noorden tot vlak voordat Koblenz greep: de stad Mainz was net als in het begin de 9e eeuw Boppard , die echter in 825 weer verloren ging. In de 10e eeuw verloor Wormsgau meer Midden-Rijngebieden, vooral ten gunste van de Nahegaus , waaronder Ingelheim 937, Spiesheim960, Saulheim 973 en Flonheim 996, totdat de Selz na het einde van deze krimp de noordgrens vertegenwoordigde. De verliezen in het noorden kunnen gedeeltelijk worden gecompenseerd door winsten ten westen en weg van de Rijn, vooral in het Paltserwoud . De Wormsgau was een van de centrale bezittingen van de Salier . Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             930. Williswinda, geboren dd‑mm‑698 te Worms (D.).

Generatie XLV

953. Earconbert van KENT, geboren ca. 620, overleden 14‑07‑664. Earconbert was koning van Kent vanaf 640 tot aan zijn overlijden. Hij was de zoon en opvolger van Eadbald van Kent en diens vrouw Emma. Hij was getrouwd met Sexburga en werd opgevolgd door zijn zoon Egbert I van Kent. Hij was volgens Beda de eerste koning in Engeland die beelden van traditionele godsdiensten liet vernietigen en de vastentijd verplicht stelde. In 655 stelde hij Deusdedit als de eerste Angelsaksische aartsbisschop van Canterbury aan. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

954. Sexburga van MERCIA, geboren ca. 620, overleden rond 700.

Sexburga was een Angelsaksische koningin en heilige. Sexburga was de oudste dochter van koning Anna van East Anglia uit de Wuffingen-dynastie. Tussen 640 en 645 huwde ze met koning Earconbert van Kent, op wiens regering ze veel invloed had. Het echtpaar zou vier kinderen hebben gekregen: Ecgberht, koning van Kent; Hlothhere, koning van Kent na zijn broer; Eorcengota, kloosterzuster in Faremoutiers; en Ermenhilda, echtgenote van Wulfhere, de koning van Mercia, en daarna abdis in Ely. Na de dood van haar echtgenoot in 664 fungeerde Sexburga twee jaar als regentes voor haar minderjarige zoon Ecgberht, waarna ze abdis werd in het door haar opgerichte Benedictijnenklooster van Minster-in-Sheppey. In 675 verliet ze het klooster en verhuisde ze naar het door haar zus Ethelreda gestichte en geleidde klooster van Ely, waar ze kloosterzuster was. Na de dood van haar zus in 679 werd ze zelf abdis van het klooster. In 695 liet Sexburga het gebeente van haar zus bijzetten in een nieuwe sarcofaag van wit marmer, waarbij het lijk van Ethelreda onaangeroerd zou zijn aangetroffen. Zij wordt eveneens als heilige vereerd. Sexburga overleed omstreeks het jaar 700 en werd bijgezet naast haar zus. Op 17 oktober 1106 werd haar lijk als reliek bijgezet in een schrijn van de Normandische kathedraal van Ely. Haar naamdag als heilige valt op 6 juli. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             931. Egbert I, geboren ca. 650.

955. Dagobert I der MEROVINGEN, geboren dd‑mm‑605, overleden 19‑01‑639. Hij was koning der Franken van 629 tot 639. Hij was de oudste zoon van koning Chlotharius II. Toen in 629 zijn vader, koning Chlotharius II, stierf, volgde Dagobert I zijn vader op als koning der Franken. In datzelfde jaar verloor Pepijn zijn functie als hofmeier en werd naar Orléans verbannen. Volgens de traditie was de kritiek van Pepijn op het overspel van Dagobert de aanleiding voor de verbanning. Tijdens zijn koningschap maakte hij Parijs hoofdstad van het Frankische rijk. Dagobert zocht samenwerking met keizer Heraclius van het Oost-Romeinse/Byzantijnse Rijk (ca. 630). Dagoberts halfbroer Charibert II kreeg in 629 het deelrijk Aquitanië toevertrouwd, maar werd al in 632 vermoord (en zijn minderjarige zoon Chilperik van Aquitanië kort daarop ook). In datzelfde jaar (632) kwam ook de adel van Austrasië in opstand en Dagobert moest in 634 zijn toen amper driejarige zoon Sigibert III koning van Austrasië maken. Dagobert I zou het castellum Trajectum met een daar sinds 630 aanwezig, maar verwoest kerkje aan Kunibert de aartsbisschop van Keulen hebben geschonken, mits die voor de kerstening van de Friezen zou zorgen.

Toen Dagobert I op 19 januari 638 of 639 overleed, werd het Rijk definitief onder zijn twee zonen verdeeld en werd Pepijn van Landen wederom benoemd tot hofmeier. Pepijn stierf echter niet lang daarna (in 639 of 640). Zijn zonen Sigibert III (630-656) van Austrasië en Clovis II (634-657) van Neustrië zouden, mede door hun weinig energieke koningschap, bekend worden als de eerste van de reeks vadsige koningen. Dagobert I zelf ging de geschiedenis in als ‘goede koning’. Bron: Wikipedia.

Gehuwd voor de kerk dd‑mm‑630 met

956. Ragntrude van de ARDENNEN, geboren dd‑mm‑610, overleden dd‑mm‑640. Ragntrude of Nantilde, koningin der franken, regentes 639-640, kort na het bestijgen van de troon verstootte Dagobert Gomatrude, de vrouw die hem door zijn vader was opgedrongen voor Nantilde die hij trouwde in ca. 629. Haar afkomst is onbekend, we weten echter dat haar broer Landegisel uitgebreide landgoederen bezat in de Limousin, bovendien was zij de tante van de echtgenote van Floachad, hofmeier, ze was dus niet van geringe afkomst. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             932. Clovis II, geboren 27‑11‑637.

957. Bodosigel van BYZANTIUM, geboren dd‑mm‑562, overleden dd‑mm‑589.

Gehuwd met

958. Chrodore van SAVOYE, geboren dd‑mm‑560, overleden voor 634.

Uit dit huwelijk:

1.             934. Arnulf van METZ, geboren 13‑08‑582 te Lay-Saint-Christophe (F.).

959. Arnoald van SCHELDE, markgraaf van de Schelde en bisschop van Metz (601-611), geboren ca. 550, overleden ca. 611 te Metz (Fr.). Arnoald volgde zijn oom Agilulf op. Hij is stichter van een klooster bij Saarbrücken dat een centrum van zending wordt. Volgens de overlevering is hij ook daar begraven. Hij wordt genoemd in het testament van St. Bertrand van Le Mans uit 616, als iemand die zich (net als zijn oom) vele eigendommen van de kerk had toegeëigend. Desondanks is hij heilig verklaard, zijn naamdag is 9 oktober. Arnoald was de zoon van Ansbert, een Gallo-Romeins edelman, en zijn vrouw Bilichilde. Via Ansbert was Arnoald achterkleinzoon van Tonantius Ferreolus (senator) en van Cloderic. Er is veel discussie rondom zijn nakomelingen. Traditioneel wordt Arnulf van Metz als zijn zoon gezien maar nu wordt dat zeer onwaarschijnlijk geacht. Tegenwoordig wordt aangenomen dat Doda van Metz, de vrouw van Arnulf van Metz, en/of Ida van Nijvel zijn dochter(s) zijn. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

960. Oda von SCHWABEN, geboren dd‑mm‑564. Chrodoare ( Ste. Oda), abdes van Amay na 589- voor 634. Er waren veel twijfels rond zowel haar naam als het bestaan van het klooster van Amay, er bestond echter het testament van Adalgisel Grimon, diaken te Verdun waarvan de echtheid boven twijfel verheven was, waarin hij beschreef dat zijn zuster Ermentrude, zijn broer Adon, zijn neef hertog Babon en zijn tante van vaderszijde begraven waren in Amay; in 1977 werd bij opgravingen in Amay een graf gevonden van “de nobele Chrodoare, abdes van Amay”, dit betreft zeker Ste. Ode en de tante van Adalgisel. Het eerste gegeven omtrent de moeder van St. Arnulf kwam van Ummon, schrijver uit de IXe eeuw die preciseerde dat ze uit Suavië (=van de stam der Alemanen) afkomstig was,”Het leven van Ste. Ode” uit de XIIIe eeuw bevatte een tekst dat Bodogisel als vader van St. Arnulf noemde en tevens Bodogisel als echtgenoot van Ste Ode, in een ander geschrift uit de XIe/XIIe eeuw werd Ode van Suavië als moeder van de bisschop van Metz genoemd, dit bevestigde enigszins de hypothese maar helaas ontbrak een referentie aan Amay. Bron: Stamboom van Vugt.

Uit dit huwelijk:

1.             935. Doda (van Metz/d’Astarac), geboren ca. 590 te Herstal (B.).

961. Carloman van LANDEN, geboren ca. 547, overleden ca. 615.

Gehuwd met

962. Gertrude van BEIEREN, geboren ca. 550.

Uit dit huwelijk:

1.             936. Pepijn, geboren ca. 580.

963. Grimold ‘de oude’ van AQUITANIE, geboren dd‑mm‑560, overleden dd‑mm‑599.

Gehuwd voor de kerk dd‑mm‑582 met

964. Itte van GASCOGNE, geboren ca. 560, overleden dd‑mm‑612.

Uit dit huwelijk:

1.             937. Iduberga van NIJVEL, geboren dd‑mm‑592.

965. Recarred I der VISIGOTEN, koning van het Visigotische Rijk in Spanje van 586 tot 601, geboren dd‑mm‑545, overleden dd‑06‑601 te Toledo (S.).

Recaredo I, rey de los Visigodos (Museo del Prado).jpg

In tegenstelling tot zijn vader voerde hij een politiek van vredelievendheid, hoewel hij oorlog voerde tegen de Franken en de Basken. Een belangrijke politieke beslissing was de vrede die hij sloot met het Byzantijnse Keizerrijk. Zijn regering werd verder gekarakteriseerd door het zoeken van verzoening met de onderworpen Romeinse bevolking. Van grote betekenis is Reccareds bekering tot het Rooms-katholicisme geweest. Heel soepel ging dit trouwens niet. De Visigoten hadden altijd het Arianisme beleden en Reccared moest afrekenen met enkele grote opstanden en samenzweringen van hen die aan het oude geloof wilden vasthouden. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

966. Chodoswintha van AUSTRASIE, geboren ca. 547.

Uit dit huwelijk:

1.             940. Swinthila, geboren ca. 567.

967. Ansaud van Trier (de Treves).

Kind:

1.             942. Bodilon van TRIER, geboren dd‑mm‑595.

968. Leutherius (Egas) von SCHELDE d’ELZAS, graaf van Peronne, geboren ca. 577 te Metz (Fr.), overleden dd‑mm‑673. When Leutharius II Duke D’Alsace was born ,his father, Luitfried I Herzog Von Alemania, was 32 and his mother, Wilibalda of Burgundy, was 29. He had at least 3 sons and 13 daughters with Gerberge de Bourgogne et de Franconia. He died in 0609, in Lorraine, France, at the age of 32. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

969. Gerberge van FRANCONIE, geboren dd‑mm‑588, overleden dd‑mm‑646.

Uit dit huwelijk:

1.             943. Sigrade van THURGOVIE, geboren ca. 604.

934. Arnulf van METZ (zie elders)

Gehuwd met

935. Doda van SCHELDE (zie elders)

Uit dit huwelijk: 2 kinderen.

970. Garibald II van BEIEREN, hertog, geboren dd‑mm‑585, overleden dd‑mm‑630. Garibald II was Duke of Bavaria from 610 until his death. He was the son of Tassilo I. He married Geila, daughter of Gisulf II of Friuli and Romilda. The successors of Garibald II are not completely known. Bavarian tradition places Theodo I, Theodo II, and Theodo III in the realm of legend, as mythical Agilofing ancestors. The next well-documented Agilofing duke is Theodo. This, however, leaves a half-century gap between Garibald and his next known successor. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

971. Geila (Galia) van FRIULI, geboren dd‑mm‑590. Longobardische prinses.

Uit dit huwelijk:

1.             946. Agilolf, geboren ca. 612.

972. Charibert van NEUSTRIE, geboren ca. 575, overleden dd‑mm‑636.

Gehuwd met

973. Wulfgurd van PARIJS, geboren ca. 575.

Uit dit huwelijk:

1.             948. Chrodobertus, geboren ca. 600.

974. Unzelinus (Uncilien) der ALEMANNEN, geboren ca. 568, overleden ca. 613.

Kind:

1.             949. Leuthari, geboren ca. 595.

975. Gisolf II van FRIULI, geboren dd‑mm‑545, overleden dd‑mm‑611. Gisolf was the Duke of Friuli from around 591 to his death. He was the son and successor of Gisulf I. Gisulf and Gaidoald of Trent were at odds with King Agilulf until they made peace in 602 or 603. Gisulf also allied with the Avars to make war on Istria. Gisulf was involved in the local church. The bishops of “the schismatics of Istria and Venetia,” as Paul the Deacon calls them, fled to the protection of Gisulf. Gisulf also took part in the confirmation of the succession of Candidianus to the patriarchate of Aquileia in 606. The most significant event of his reign occurred probably in 611. When the Avars invaded Italy, Gisulf’s territory was the first they passed through. Gisulf summoned a large army and went to meet them. The Avars were a larger force, however, and they soon overwhelmed the Lombards. Gisulf died in battle, and his duchy was overrun. He left four sons and four daughters by his wife Romilda (or Ramhilde). His elder two sons, Tasso and Kakko, succeeded him. Gisulf’s younger sons, Radoald and Grimoald, fled to Arechis I of Benevento, a relative of Gisulf’s. They both eventually became dukes of Benevento in turn, and Grimoald even became king. Gisulf left two daughters, Appa and Geila (or Gaila). Paul the Deacon says that one married the King of the Alemanni (uncertain) and another the Prince of the Bavarians, probably Garibald II of Bavaria, but he does not identify who married whom. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

976. Romilde van BEIEREN, geboren dd‑mm‑565, overleden 611. She served as regent of Friuli in 611, during the invasion of the Pannonian Avars. Romilda was reportedly the daughter of Garibald I of Bavaria. She married Gisulf II of Friuli, and became the mother of the sons TassoKakkoRadoald and Grimoald, and the daughters Appa and Geila (or Gaila), married to the King of the Alemanni (uncertain) and the Prince of the Bavarians, probably Garibald II of Bavaria. In 611, the Duchy of Friuli was invaded by the Pannonian Avars under their king Cacan. Gisulf II died on the battle field, and the Avars besieged the main capital Friuli, which was defended by Romilda, who had taken command as regent. Romilda famously offered the Avarian king Cacan to surrender the city peacefully, if he accepted her peace offering by a marriage between them. Cacan accepted the offer, and the siege was lifted. However, when Romilda surrendered the city, Friuli was pillaged by Cacan, who broke his word. He reportedly spent one night with Romilda and raped her, after which he allowed her to be raped by his soldiers. After this, he is claimed to have had her executed by impalement. Her children managed to escape. Romilda has been given a very bad reputation in history because Paul the Deacon, who in his chronicle from the following century claimed that she made the offer of marriage to Cacan out of personal attraction and betrayed her city out of sexual lust. However, to make peace through proposal of a marriage alliance was in fact a common and accepted political peace method of the time. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             971. Geila, geboren dd‑mm‑590.

2.             950. Acca, geboren ca. 600.

977. Dagobert I der FRANKEN, geboren ca. 603, overleden 19‑01‑639 te Parijs (Fr.).

Hij was koning der Franken van 629 tot 639 en de oudste zoon van koning Chlotharius II. In 623 werd hij door zijn vader aangesteld als onderkoning in Austrasië. In 629 volgde hij zijn vader Chlotharius II op als koning der Franken samen met zijn halfbroer Charibert II, die het deelrijk Aquitanië toevertrouwd kreeg maar al in 632 overleed. Tijdens zijn koningschap maakte hij Parijs hoofdstad van het Frankische rijk. Dagobert zocht samenwerking met keizer Heraclius van het Oost-Romeinse/Byzantijnse Rijk. Pepijn van Landen was de eerste hofmeier van betekenis. Hij was raadgever van Dagobert I, samen met de heilige Eloi of Eligius en de heilige Ouen. In 632 kwam de adel van Austrasië in opstand en moest hij zijn toen amper driejarige zoon Sigibert III koning van Austrasië maken. Zijn zonen Sigibert III (630-656) van Austrasië en Clovis II (634-657) van Neustrië zouden, mede door hun weinig energieke koningschap, bekend worden als vadsige koningen. Dagobert I ging de geschiedenis in als ‘goede koning’. Dagobert I zou het castellum Trajectum met een daar aanwezig, maar verwoest kerkje aan de aartsbisschop van Keulen hebben geschonken, mits die voor de kerstening van de Friezen zou zorgen. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

978. Ragnetrudis NN, geboren ca. 610.

Uit dit huwelijk:

1.             951. Regintrud, geboren ca. 640.

Generatie XLVI

979. Eadbald van KENT, geboren ca. 580, overleden 20‑01‑640.

Eadbald was een koning van Kent van 616 tot 640. Hij volgde zijn vader koning Æthelbert op in 616 en werd opgevolgd door zijn zoon Earconbert in 640. Hoewel hij meer macht en aanzien had dan de gemiddelde Kentische prins, wordt hij beschouwd als een lakse koning, aan wiens hof de Frankische vorsten veel invloed hadden. Eadbald had de bekering van zijn vader niet gevolgd en was na diens dood getrouwd met zijn stiefmoeder. Dit paste in de oude traditie waarbij een zoon tegelijk met de troon van zijn vader ook diens vrouw erfde, in dit geval dus zijn stiefmoeder. Nadat hij koning werd vluchtten de bisschoppen van Rochester en Londen naar Gallië. Eadbald werd pas later gedoopt, waarschijnlijk in 625 (of 619)[door aartsbisschop Laurentius van Canterbury. Dit gebeurde nadat de aartsbisschop de koning verhaalde van diens ontmoeting met de Heilige Petrus en hem zo kon bekeren tot het christendom. Na deze bekering werd hij een respectabel christen die de Kentische kerk onder koninklijke bescherming plaatste en veel privileges verleende. In 624 bouwde hij een kerk in Canterbury. In diezelfde periode keerde bisschop Justus van Rochester naar Kent terug. Daarnaast verstootte hij ook zijn eerste vrouw (zijn stiefmoeder) en trad hij in het huwelijk met de Frankische prinses Emma. Waarschijnlijk was zij een dochter van koning Chlotarius II hoewel er ook een theorie is die beweert dat zij een dochter van de machtige hofmeier Erchinoald was. Met Emma kreeg hij twee zoons, Eormenred en Earconbert, en dochter Eanswith. In 625 huwde hij zijn zuster uit aan de koning aan Edwin van Northumbria. Een jaar later beëindigde hij een oorlog tegen Wessex. Eadbald liet in Londen gouden munten slaan en was daarmee de eerste Engelse koning die dat deed. Koning Eadbald overleed in 640. Hoewel zijn sterfjaar in geen enkele Angelsaksische bron is terug te vinden, wordt het wel vermeld in een Frankische bron, met name de annalen van de kerk van Salzburg. Dit getuigt eveneens van een sterke Frankische invloed, die zich in de volgende generatie zou blijven doorzetten. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

980. Emma van NEUSTRIE, geboren ca. 603.

Uit dit huwelijk:

1.             953. Earconbert, geboren ca. 620.

981. Brunulf II van de ARDENNENGAU, geboren dd‑mm‑560, overleden dd‑mm‑618. Der Ardennengau (auch: Ardennergau) war ein fränkischer Gau im Gebiet des heutigen Dreiländerecks BelgienLuxemburg und Deutschland. Der Gau gehörte zum Herzogtum Niederlothringen und kirchlich zum Stift Lüttich. Etwa im 7. Jahrhundert teilten die Franken ihr Reich in Gaue ein. Der Ardennengau lag zwischen dem Eifelgau im Norden und dem Bidgau im Osten. Im 11. Jahrhundert verlieren die Gaue politisch an Bedeutung. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

982. Clothilde van KEULEN, geboren dd‑mm‑565.

Uit dit huwelijk:

1.             956. Ragntrude van de ARDENNEN, geboren dd‑mm‑610.

983. Ansbertus van SCHELDE, hertog; senator, geboren dd‑mm‑523 te Moselle (Austrasië), overleden dd‑mm‑570 te Metz (Fr.). Ansbertus (also transcribed as Ansbert) was a Frankish Austrasian noble, as well as a Gallo-Roman Senator. He is thought to be the son of Ferreolus, Senator of Narbonne and his wife, Dode. This would make him the great-grandson of Tonantius Ferreolus, Praetorian Prefect of Gaul and his wife Papianilla. Little of his actual life is known. His wife Billihild was reputed to be a daughter of Charibert I (reigned 561-567), Merovingian King of Paris, and granddaughter of Chlothar I. The Liber Historiae Francorum, written centuries later, states that he married Blithilde, a daughter of King Hlothar and then continues the line to the Pippinids through his son Arnoald to Arnulf of Metz, one of the progenitors of the Carolingians. William of Malmesbury in his History of the Kings of England, repeats the line, without naming his source. While some versions of the relationship identify this “King Hlothar” as the “father of Dagobert” and hence Clothar I, a 9th century genealogy and some modern reconstructions posit that Ansbertus’ wife must have been a daughter of Clothar I, making her the offspring of his brief relationship with Waldrada. However, Gregory of Tours, writing contemporary to the sons of Clothar I and our main source on the early Merovingians, does not ascribe to Waldrada any children by her brief extra-marital relationship with Chlothar. The following children are proposed for Ansbertus and Blithilde:

Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

984. Blithildis van SOISSONS (der Merovingen), geboren dd‑mm‑536 te Parijs (Fr.), overleden dd‑mm‑580.

Gehuwd (1) met Ansbertus van SCHELDE.

Gehuwd (2) met Ethelbert van KENT.

Uit het eerste huwelijk:

1.             959. Arnoald, geboren ca. 550.

2.             991. Erchenaud von SCHELDE, geboren dd‑mm‑560.

3.            994. Gertrudis de MOSELLE, geboren dd‑mm‑560.

985. Garibald I van BEIEREN, hertog van Beieren, geboren ca. 530, overleden ca. 593.

Garibald I van Beieren

Garibald I was de eerst bekende hertog van Beieren. Garibald was vermoedelijk verwant aan de Merovingische koningen. Hij dankte zijn positie aan Frankische steun. Hij trouwt met Waldrada, een Longobardische prinses die eerder met de Frankische koningen Theudowald en Chlotarius I getrouwd was geweest. Chlotarius had haar echter onder druk van de geestelijkheid moeten verstoten. Het huwelijk met Waldrada zorgde bovendien voor uitstekende verhoudingen met de Longobarden. In 568 trekken de Longobarden naar Italië waardoor ze directe buren van Garibald worden. Naarmate de spanningen tussen de Franken en de Longobarden toenemen, komt Garibald meer in het nauw. Als Garibald in 588 zijn dochter Theodelinde aan de Longobardische koning Authari wil uithuwen, wordt dit niet door de Franken geaccepteerd. Garibald zet zijn zin door maar moet daarna onder Frankische druk zijn functie overdragen aan zijn (vermoedelijke) zoon Tassilo. Garibald en Waldrada hadden de volgende kinderen: Tassilo I van Beieren; Clotarius; Theodelinde; Gundoald. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

986. Waldrada van LOMBARDIJEN, geboren dd‑mm‑530 te Reims (Fr.). Zij was een Langobardische prinses, de dochter van Wacho en Austrigusa. Bron: Wikipedia.

Gehuwd (1) met Garibald I van BEIEREN.

Gehuwd (2) met Chlotarius I der FRANKEN.

Uit het eerste huwelijk:

1.             976. Romilde, geboren dd‑mm‑565.

2.             995. Tassilo I, geboren ca. 560.

3.             963. Grimold ‘de oude’ van AQUITANIE, geboren dd‑mm‑560.

987. Leodegild der VISIGOTEN (Liuvigild), Visigotische koning van Hispania en Septimania van 568 tot 21 april 586, geboren ca. 530, overleden 21‑04‑586 te Toledo (S.). Liuvigild staat bekend om zijn Codex Revisus of Code van Leovigild , een verbindende wet die gelijke rechten toestaat tussen de Visigotische en Hispano-Romeinse bevolking. Zijn koninkrijk omvatte het moderne Portugal en het grootste deel van het moderne Spanje tot Toledo. Liuvigild behoort tot de grootste Visigotische koningen van de Ariaanse periode.

Het Visigotische rijk rond 500.

Het Visigotische rijk was een Europees koninkrijk van 418 tot 721 (tot 475 verbonden met het West-Romeinse Rijk). Het werd gesticht door het Germaanse volk der Visigoten, toen het Romeinse Rijk zijn gezag buiten Italië kwijt raakte. De eerste koning was Wallia. In de 4e eeuw werden de Visigoten, door invallen van de Hunnen verdreven uit het huidige Roemenië en kregen zij toestemming van de Romeinen om zich te vestigen in het Romeinse Rijk. De immigratie van de Visigoten verliep echter desastreus; zij werden slecht behandeld en onder de bevolking heerste hongersnood. Onder leiding van één van hun adellijken, Fritigern kwamen de Visigoten in opstand en brak er oorlog uit met de Romeinen die eindigde met een overwinning op de Romeinen op 9 augustus 378 in de slag bij Adrianopel. Hierna hadden de Visigoten vrije doorgang op de Balkan nu het Romeinse leger voor een belangrijk deel vernietigd was. Met de nieuwe keizer Theodosius I werd vrede gesloten die grotendeels stand hield tot 395. Onder leiding van koning Alarik waren er afwisselend periodes van vrede en oorlog, waarbij een andere Germaanse generaal Stilicho een belangrijke rol vervulde. Na diens executie in 408 raakte Alarik in het voordeel. Hij kon Italië binnenvallen en trok op naar Rome dat op 24 augustus 410 door hem ingenomen werd. Nadat enkele jaren later de vrede opnieuw hersteld was tussen Visigoten en Romeinen, stond keizer Honorius in 418 de provincie Aquitanië af aan de Visigoten om zich te vestigen. Naargelang de Romeinse machtsstructuren verder instortten en de invloed van Rome afnam, was vanaf 425 onder koning Theoderik I al sprake van een semi-zelfstandig gebied. Onder zijn bewind verspreidden de Visigoten zich over grote delen van Gallië en staken zij de Pyreneeën over, naar Spanje toe. Niettemin moesten zij door toedoen van Aëtius, de krachtige opperbevelhebber van het Romeinse leger, het Romeinse gezag dulden. En ondanks de instorting van het feitelijk gezag in Gallië na de dood van Aëtius zou het nog tot 468 duren voordat de Visigoten onder koning Eurik zich pas onafhankelijk van de Romeinen verklaarden. Na de verpletterende nederlaag van de gezamenlijke Romeinse vloot tegen de Vandalen vielen de Visigoten Spanje binnen en bezetten de steden Merikda, Braga, Zaragona, Pamploma en Cluna, waarmee een einde kwam aan de Romeinse heerschappij in Spanje.

Tijdens zijn grootste omvang omvatte het rijk zowel het Iberisch Schiereiland, met uitzondering van Gallaecia en het noordwesten van Hispania Lusitania (hier was het Suevische Rijk) en de Spaanse noordkust (hier woonden de Cantabriërs en Basken), als een groot deel van het tegenwoordige Frankrijk: ruwweg Occitanië en het land ten zuiden van de Loire. Door de Frankische overwinning in de Slag bij Vouillé (507) ging het grondgebied benoorden de Pyreneeën verloren[1], behalve Septimanië en Gascogne (laatstgenoemd gebied werd in 532 pas Frankisch). De Byzantijnse veldheer Belisarius veroverde of heroverde (gezien vanuit Romeins oogpunt) in 554 tijdelijk de Spaanse zuidkust; dit werd Spania genoemd (tot 624). In 585 versloegen de Visigoten de Sueven en lijfden hiermee Gallaecia in bij hun rijk. In 589 bekeerde de Visigotische koning Reccared I zich van het arianisme tot het katholicisme en sloot vrede met de Byzantijnen. De bevolking van het Visigotische Rijk bestond voor het grootste deel uit Romeinen, geromaniseerde Keltiberiërs, Kelten en Basken en diverse groepen Germanen, voornamelijk Visigoten, Sueven en Alanen. Grote Visigotische nederzettingen waren oorspronkelijk geconcentreerd langs de rivier de Garonne tussen Bordeaux en Toulouse in Aquitaine, en later toen Spanje en Portugal veroverd werden bij de Ebro rivier, rond de stad Mérida, tussen de bovenloop van de Douro, in Tierra de Campos ook bekend als Campi Gothorum in Centraal Castile en León, Asturias en Toledo, en langs de rivier de Taag noordelijk van Lissabon. De Romeinse bevolking was voornamelijk katholiek christelijk. De Germaanse onderdanen hingen voor het merendeel de Ariaanse variant aan. De 2 hoofdsteden van het Visigotische Rijk waren Toulouse (Latijn: Tolosa) en Toledo (Latijn: Toletum). Andere grote steden waren Bordeaux, Narbonne, Arles, Barcelona, Merida, Sevilla en Cartagena, toen het rijk op haar grootste was. Na verovering van het Suevenrijk werd ook hun hoofdstad Braga (Latijn: Bracara Augusta) Visigotisch. In 711 staken de islamitische Omajjaden de Straat van Gibraltar over en behaalden een grote zege op de Visigoten in de Slag bij Xeres de la Frontera. Deze nederlaag leidde spoedig tot de ondergang van het Visigotische koninkrijk. Tien jaar later stortte het rijk ineen, om dertig jaar later vervangen te worden door het emiraat Córdoba, later het kalifaat Córdoba. Een deel van de Visigotische adel wist uit handen van de aanvallers te blijven. In het noorden van Spanje hield het stand tegen de Omjjaden en waar op den duur in Asturië het koninkrijk Asturië werd gesticht, van waaruit de Reconquista zou beginnen. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

988. Theodosia van CARTHAGO (Theodora), geboren ca. 535, overleden ca. 567.

Uit dit huwelijk:

1.             965. Recarred I, geboren dd‑mm‑545.

2.             1014. Athanagild, geboren ca. 520.

989. Sigebert I der FRANKEN, koning van Austrasië, geboren ca. 535 te Metz (F.), overleden ca. 579 te Vitry (F.).

Sigebert I

Toen Chlotarius I in 561 stierf, werd zijn koninkrijk, in overeenstemming met Frankische gewoonten, onder zijn vier zonen verdeeld: Sigebert werd koning van het noordoostelijk deel, gekend als Austrasië, met als hoofdstad Reims. Austrasië was het gebied in het noordoostelijk deel van Gallië, de Elzas, de Ardennen, de Maas- en de Rijnvallei tot Thuringen en Beieren. Na de dood van zijn broer, Charibert, in 567, verkreeg hij ook diens grondgebied; Chariberts koninkrijk was gecentreerd op Parijs; Guntram ontving het Koninkrijk Bourgondië met als hoofdstad Orléans, en de jongste zoon, de al eerder genoemde Chilperik, ontving een compact koninkrijk rondom Soissons, wat na de dood van zijn broer Charibert samen Neustrië opleverde. Invallen door de Avaren, een geduchte nomadische stam, die verwant was aan de Hunnen, noopten Sigebert de hoofdstad van Reims naar Metz te verplaatsen. Hij sloeg de aanvallen van de Avaren tweemaal af, in 562 en rond 568. Tijdens deze strijd wist Chilperik I hem enkele gebieden te ontfutselen. Sigebert huwde met Brunhilde, de jongste dochter van de Visigotische koning Athanagild. Ze was een mooie, verstandige vrouw met een sterk karakter. Haar moeder, Goiswintha, was de tweede vrouw van haar vader. Toen deze Goiswintha weduwe was geworden, trouwde zij met haar stiefzoon Leovigild, die zijn broer Athanagild was opgevolgd. Brunhilde huwde na de dood van haar gemaal met de zoon van Chilperik I van Neustrië. Chilperik wist het paar echter te scheiden. Ook de Austrasische autocratie was tegen dit huwelijk. Sigebert I had vooral last van het agressieve gedrag van zijn halfbroer Chilperik I, omdat hij na het overlijden van zijn broer Charibert I een groot deel van diens gebied had overgenomen. Hij rekruteerde krijgshaftige soldaten van over de Rijn om tegen zijn broer Chilperik I op te trekken. Guntram, de weifelaar, liep over van het ene kamp naar het andere om zo veel mogelijk broedertwist te voorkomen. Chilperik I gaf zich over. Sigeberts soldaten sloegen aan het plunderen en staken enkele dorpen rond Parijs in brand. Een jaar later sneuvelde Chilperiks zoon Theodebert, en, omdat hij zag dat Guntram zich afzijdig hield, trok Chilperik I zich in Doornik terug. Terwijl Sigebert I in Vitry was en een leger naar Doornik wilde zenden, stuurde Chilperiks vrouw, Fredegonde, twee huurmoordenaars die Sigebert I met giftige messen om het leven brachten. Hij liet drie kinderen na, Ingundis, Clodosinde en Childebert II. Ingundis trouwde met Hermangild, zoon van de Spaanse koning Leovigild, die met Goiswintha was hertrouwd. Goiswintha, moeder van Brunhilde, was dus stiefmoeder van Ingundis’ man Hermangild, en tevens haar grootmoeder. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

990. Brunhilde der VISIGOTEN, geboren ca. 534 te Spanje, overleden dd‑mm‑613 te Dijon (F.).

Zij trad op als regentes voor zowel haar zoon als haar kleinzoon. Deze energieke bestuurder werd het onderwerp van tal van legenden (vermoedelijk ook het Nibelungenlied) en werd zo gekoppeld aan de aanleg en het onderhoud van de heerwegen, vandaar de naar haar vernoemde Chaussée Brunehaut. Brunhilde steunde haar gemaal, Sigebert I, fanatiek tegen Chilperik I, diens broer, de koning van Neustrië. Ze zou vooral een diepe animositeit hebben gevoeld tegen Chilperiks vrouw Fredegonde, een voormalige bediende. Fredegonde zou namelijk Brunhildes zus, Galswintha, hebben laten vermoorden. Eenmaal weduwe sloot ze een overeenkomst met haar schoonbroer Gontram van Bourgondië, in het Verdrag van Andelot, waarmee ze de rivaliteit tussen Austrasië en Bourgondië beëindigde. Toen Brunhilde zich met haar centralisatiebeleid ongeliefd maakte bij de edelen van Austrasië, zoals de latere hofmeier Pepijn van Landen en Arnulf van Metz, en Chlotharius II zijn vader Chilperik als koning van Neustrië opvolgde, werd ze gevangengenomen. Men onderwierp haar aan vreselijke folteringen, waarna ze achter een wild paard werd gebonden en vervolgens in stukken werd getrokken. Zij ligt begraven in Autun (in het Franse departement Saône et Loire). Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             966. Chodoswintha van AUSTRASIE, geboren ca. 547.

991. Erchenaud van SCHELDE, hertog van de Elzas, geboren ca. 575, overleden dd‑mm‑658.

Gehuwd met

992. Leudefindis NN.

Uit dit huwelijk:

1.             968. Leutherius (Egas) von SCHELDE d’ELZAS, geboren ca. 580.

993. Richomir van BOURGONDIë, hertog, geboren ca. 560.

Gehuwd met

994. Gertrudis de MOSELLE, geboren dd‑mm‑560.

Uit dit huwelijk:

1.             969. Gerberge van FRANCONIE, geboren dd‑mm‑588.

995. Tassilo I van BEIEREN, geboren ca. 560, overleden ca. 609. Tassilo I was hertog van Beieren van 591 tot 609. Zijn ouders waren zeer waarschijnlijk koning Garibald I van Beieren en zijn vrouw Waldrada. Beieren was in de tijd van Tassilo een onafhankelijk land, dat in de praktijk was onderworpen aan het gezag van de Franken. Hij werd tot hertog benoemd door koning Childebert II van Austrasië die zijn vader als hertog had afgezet uit onvrede over diens onafhankelijke buitenlandse politiek. Kort na zijn benoeming heeft hij een succesvolle veldtocht tegen de Slaven gevoerd en een grote buit gewonnen. In het jaar 595 stuurde hij opnieuw een leger van 2000 man om een Slavische inval af te slaan maar dat werd in het Pustertal verslagen. Zijn echtgenote is onbekend. Zijn zoon Garibald II volgde hem op als hertog, van hem is alleen bekend dat hij getrouwd was met Galia van Friuli, een Longobardische prinses, en dat hij in 610 door de Slaven werd verslagen. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             970. Garibald, geboren dd‑mm‑585.

975. Gisolf II van FRIULI (zie elders)

Gehuwd met

976. Romilde van BEIEREN (zie elders)

Uit dit huwelijk: 2 kinderen.

996. Leutfried der ALEMANNEN, geboren ca. 525, overleden ca. 587.

Kind:

1.             974. Unzelinus, geboren ca. 550.

997. Grasulf I van FRIULI, geboren ca. 530, overleden ca. 590. Grasulf I was a brother of Alboin, the first Lombard King of Italy, and possibly the first Duke of Friuli. Grasulf’s son, Gisulf, is the other candidate for first Duke of Friuli. Paul the Deacon names Gisulf, but some scholars have favoured Grasulf based on a diplomatic letter which refers to him as duke. This letter was written by GogoFrankish mayor of the palace of Austrasia under Sigebert I and Childebert II, sometime between Gogo’s rise to power in 571 and his death in 581. It is undated and unattached to the name of either king he served. It has traditionally been assigned to around the year of his death (581), but an alternative solution put forward by Walter Goffart places it as early as 571–572 around the time of Sigebert’s embassy to Constantinople. In it Gogo urges Grasulf to ally himself with the Franks to oust the infestantes (presumably the Lombards or other barbarian groups) from Italy in league with the Byzantine Empire and the Papacy. Ambassadors were waiting in Austrasia for Grasulf’s reply in case he wished to delay his response to the emperor. While the exact location of Grasulf’s seat of power is unknown, if he did rule, the letter from Gogo is evidence that the “Friulian court” was capable of handling sophisticated imperial correspondence less than a decade after the Lombard arrival on Italian soil. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             975. Gisolf II, geboren dd‑mm‑565.

985. Garibald I van BEIEREN (zie elders)

Gehuwd met

986. Waldrada van LOMBARDIJEN (zie elders)

Uit dit huwelijk: 3 kinderen.

998. Chlotarius II der FRANKEN, geboren ca. 584 te Parijs (Fr.), overleden ca. 629, begraven te Parijs (Fr.).

Chlotarius II was een zoon van Chilperik I (koning van Neustrië en Aquitanië) en Fredegonde. Hij werd geboren in het voorjaar van 584 en was drie maanden oud toen zijn vader werd vermoord. Hierdoor was hij bijna zijn gehele leven een Frankische koning, gedurende zijn minderjarigheid met zijn moeder Fredegonde als regentes. Zijn heerschappij werd vrijwel meteen bedreigd door de koning van Austrasië Childebert II. Fredegonde vluchtte met Chlotarius en de koninklijke schat naar Parijs en was daar veilig onder de bescherming van Chlotarius’ oom Gunthram (koning van Bourgondië). In 587 sloten de andere koningen een verdrag waarbij een groot deel van het koninkrijk van Chlotarius’ vader werd verdeeld en voor hem slechts een restant overbleef. Toen Gunthram in 592 overleed, werd Chlotarius’ positie onzeker. In 593 was er een Austrasische inval maar die werd afgeslagen, Chlotarius (9 jaar oud) was toen bij zijn leger aanwezig. In 596 plunderde Chlotarius zelf de streken rondom Parijs. In het jaar 600 werd hij verslagen door de zonen van Childebert II: Theuderik II (koning van Bourgondië) en Theudebert II (koning van Austrasië) in een veldslag bij de rivier de Orvanne bij Dormelles. Hij moest nu ook het gebied ten zuiden van de Seine, afstaan. In 605 valt hij Bourgondië aan maar zonder succes. In 608 neemt hij deel aan een bondgenootschap tegen Theuderik II met de Visigoten, de Longobarden en Austrasië, maar dat blijft zonder resultaten. In 611 wijzigt hij zijn politiek en sluit hij een bondgenootschap met Theuderik II tegen Theudebert II. Daardoor krijgt hij in 612 zijn oorspronkelijke koninkrijk weer geheel in bezit. Theudebert II is dan overleden en Theuderik II maakt zich op voor een gevecht om de macht met Chlotarius, maar overlijdt tijdens de voorbereidingen van zijn veldtocht. Plotseling is er een geheel nieuwe situatie ontstaan. De oude koningin Brunhilde van Austrasië probeert de macht in Austrasië en Bourgondië te consolideren voor haar minderjarige achterkleinzoon Sigebert II. De aristocratie voelt zich hierdoor bedreigd en de Austrasische edelen Pepijn van Landen en Arnulf van Metz en de Bourgondische hofmeier Warnachar II, sluiten een overeenkomst met Chlotharius: zij zullen hem helpen om koning te worden van het gehele Frankische rijk en hij zal hun positie en autonomie waarborgen. Bij de rivier de Aisne weten ze de troepen van Sigebert en Brunhilde te verslaan. Chlotarius geeft opdracht voor de moord op Brunhilde en haar achterkleinzoons. De jongens worden onthoofd en Brunhilde zou drie dagen zijn gemarteld en daarna zijn vastgebonden aan een wild paard en zijn voortgesleept tot ze was overleden. Na de overwinning onderhandelde Chlotarius in Andernach met de Austrasische adel over de nieuwe staatsinrichting. Als resultaat daarvan vaardigde hij 18 oktober 614 te Parijs, het Edictum Chlotharii uit. Hierbij werd een systeem gecreëerd met autonome deelkoninkrijken waar het hoogste gezag bij de hofmeier lag. Ook de verdere positie van de adel werd versterkt door de bepaling dat functies moesten worden vervuld door adel uit de betreffende regio, waardoor de grote families de gelegenheid kregen om een sterke lokale machtsbasis op te bouwen. Joden werden uitgesloten van overheidsdienst. In 617 maakte hij de functie van hofmeier tot een positie voor het leven. Ook kocht hij in dat jaar de Austrasische schatting aan de Longobarden af. In 623 gaf hij in de persoon van zijn minderjarige zoon Dagobert I, Austrasië een eigen deelkoning, die onder voogdij van Arnulf van Metz werd geplaatst. Al snel liepen de spanningen tussen Dagobert en Chlotarius op maar door bemiddeling van Arnulf van Metz werd er in 625 een verdrag gesloten waarin hun verhouding werd geregeld. Chlotarius bevorderde het werk van Ierse zendelingen. Van Chlotarius zijn drie huwelijken bekend: Adaltrudis (ca. 585 – 604), begraven St Pierre te Rouen, kind: Emma, gehuwd met Eadbald van Kent; Bertrude (ca. 590 – 618), afkomstig uit Bourgondië, kind: Dagobert I; Sichildis, kinderen: Charibert II en Oda. Bron: Wikipedia.

Gehuwd (1) met

999. Bertrude van BOURGONDIë.

Gehuwd (2) met Adaltrudis NN.

Gehuwd (3) met Sichildis NN.

Uit het eerste huwelijk:

1.             977. Dagobert I, geboren ca. 603.

Uit het tweede huwelijk:

2.             980. Emma van NEUSTRIE, geboren ca. 603.

999. Bertrude van BOURGONDIë, geboren ca. 582, overleden ca. 620.

Gehuwd (1) met Chlotarius II der FRANKEN.

Gehuwd (2) met Eberhard van SAKSEN, geboren ca. 580, overleden ca. 649.

Uit het eerste huwelijk: 1 kind.

Uit het tweede huwelijk:

2.             Sighardus, geboren ca. 610, overleden ca. 691. Gehuwd met Julanthe van der HERULES, geboren ca. 615, dochter van Goswin van der HERULES.

Generatie XLVII

1000. Ethelbert van KENT, geboren ca. 550, overleden 24‑02‑616.

Gehuwd (1) met

984. Blithildis van SOISSONS (der Merovingen).

Gehuwd (2) met

1001. Bertha van KENT, geboren ca. 539, overleden ca. 612.

Uit het tweede huwelijk:

1.             979. Eadbald, geboren ca. 580.

998. Chlotarius II der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd (2) met

1002. Adaltrudis NN, geboren ca. 585, overleden ca. 604, begraven te Rouen (Fr.).

Uit het tweede huwelijk: 1 kind.

1003. Brunulf I van de ARDENNENGAU, graaf, geboren dd‑mm‑522, overleden dd‑mm‑563.

Gehuwd met

1004. Clothilde BALTHES, geboren dd‑mm‑520.

Uit dit huwelijk:

1.             981. Brunulf II, geboren dd‑mm‑560.

1005. Ferreol (Wambert) van SCHELDE, Hertog aan de Moezel; senator van Rodez, geboren dd‑mm‑489 te Tecklenburg, Westfalen (Dl.), overleden dd‑mm‑528 te Lorraine, Moselle (Fr.).

Gehuwd met

1006. Dodo de MONTFAUCON, Prinses van de Franken in Keulen; non te Reims, geboren dd‑mm‑508 te Westfalen (Dl.), overleden dd‑mm‑530 te Westfalen (Dl.).

Uit dit huwelijk:

1.             983. Ansbertus, geboren dd‑mm‑523 te Moselle (Austrasië).

1007. Chlotarius I der FRANKEN, geboren dd‑mm‑497 te Soissons (F.), overleden 23‑11‑561 te Compiègne (F.).

Chlotarius I

Na de dood van zijn vader in 511 werd het rijk opgesplitst tussen Chlotarius I en zijn drie broers, die elk een koningstitel kregen. Chlotarius I kreeg het oorspronkelijke kerngebied van de Salische Franken en het zuidelijk deel van Aquitanië, met Soissons als hoofdstad. In 523 / 524 viel hij met zijn broers Chlodomer en Childebert I Bourgondië binnen, hiertoe aangezet door hun moeder die nog een persoonlijke rekening met het Bourgondische koningshuis had te vereffenen. De Bourgondische koning werd gedood, maar zijn broer Gundomar II nam de leiding van het verzet op zich en wist Chlodomer te doden. De Bourgondische koningin-weduwe Guntheuca huwde (gedwongen) met Chlotarius I. Childebert I en Chlotarius I wilden Chlodomers koninkrijk verdelen maar vreesden dat zijn zonen hun erfdeel zouden opeisen. Daarom lokten zij hun neven weg van Guntheuca die hen in bescherming had genomen. Ze twijfelden of ze hen zouden doden of scheren “zoals het overige volk” (los, lang haar was een teken van het koningschap) en in een klooster zouden wegsluiten, maar ze lieten de keuze uiteindelijk over aan Guntheuca. Ze zonden haar een bode, voorzien van schaar en zwaard, met de volgende vraag: “… of zij wenste dat haar kinderen met geschoren haar het leven behouden bleef, of dat zij zouden worden gedood.” In haar verslagenheid antwoordde ze, dat – als ze dan toch de troon niet zouden bestijgen – zij hen liever dood zag dan geschoren. Twee van de zonen werden omgebracht. Een derde wist te ontkomen, maar werd geestelijke om aan zijn ooms te ontkomen. Chlotarius en Childebert verdeelden nu het bezit van Chlodomer; Chlotarius kreeg de streken rond Tours en Poitiers. In 534 vielen Chlotarius I en Childebert I opnieuw Bourgondië aan. Ze belegerden en veroverden Autun, wisten het hele koninkrijk te bezetten en zetten koning Godomar af. Chlotarius verwierf de gebieden rond Grenoble, Die, Valence en Embrun. De Bourgondiërs behielden wel hun eigen wetten. In 531 veroverde Chlotarius I samen zijn halfbroer Theuderik I het koninkrijk Thüringen. Chlotarius I nam als deel van de buit zijn tweede vrouw mee naar huis, maar het lukte hem niet ook een deel van het koninkrijk te verwerven. De onenigheid liep zo hoog op dat Theuderik een moordaanslag op Chlotarius liet uitvoeren, maar die mislukte. Rond 535 werd Chlotarius I aangevallen door Theuderik I en Childebert I. Hij werd ernstig in het nauw gebracht, maar zijn broers zetten uiteindelijk niet door. In 536 bezette Chlotarius I de gebieden rond Orange, Carpentras en Gap toen de Ostrogoten de Provence opgaven. In 541 viel hij met zijn broer Childebert I de Visigoten aan en belegerde Zaragoza, maar ze werden teruggedreven. Na een aantal jaren van betrekkelijke rust erft Chlotarius I alle Frankische koninkrijken als hun koningen kinderloos overlijden: In 555 overlijdt Theudowald, koning van Austrasië. Chlotarius gaat snel een verbintenis aan met zijn weduwe Waldrada en verkrijgt zo het koninkrijk. In 556 onderdrukt hij een opstand van de Saksen en de Thüringers en legt ze een schatting van 500 runderen per jaar op. In 558 erft Chlotarius I het koninkrijk van Childebert. Chlotarius I kan niet verhinderen dat de Italiaanse gebieden die Theudowald en Childebert I hadden veroverd toen het rijk van de Ostrogoten instortte, verloren gaan. Hij sluit een bondgenootschap met de Longobarden. Chlotarius I laat in 560 zijn opstandige zoon Chramnus en zijn gezin opsluiten in een boerderij in Bretagne (waarheen hij was gevlucht), die vervolgens wordt afgebrand. Chlotarius doet daarna boete in Tours. In 561 overleed hij, nadat hij tijdens een jachtpartij koorts had gekregen, en werd het rijk verdeeld tussen zijn vier zoons, Charibert I, Guntramnus, Chilperic I en Sigebert I. Hij ligt begraven in de door hem gestichte Sint-Medardusabdij in Soissons. Chlotarius I was meerdere malen getrouwd: Guntheuca, weduwe van Chlodomer; Radegund van Thüringen; Ingonda. Vanaf 517 was ze al de minnares van Chlotarius I. Als zij Chlotarius I vraagt om een goede echtgenoot voor haar zuster te vinden, besluit die dat er geen betere kan zijn dan hijzelf. Hij sluit een polygaam huwelijk en laat de zusters ook tezamen leven. Moeder van Charibert I, Guntram en Sigebert I; Aregonda (polygaam). Moeder van Chilperik I; Waldrada, een Langobardische prinses, weduwe van zijn achterneef Theudowald. Toen de bisschoppen bezwaar maakten wegens verwantschap, heeft hij haar verstoten en met hertog Garibald I van Beieren laten trouwen. Overigens is het onduidelijk of ze echt getrouwd zijn, Gregorius van Tours vermeldt alleen dat ze gemeenschap hadden. Er zijn nog enkele minnaressen geweest die niet met naam bekend zijn. Bron: Wikipedia.

Gehuwd voor de kerk (1) dd‑mm‑538 te Soissons (Fr.) met Radegundis van THÜRINGEN.

Gehuwd (2) met Waldrada van LOMBARDIJEN.

Uit het eerste huwelijk:

1.             989. Sigebert I, geboren ca. 535 te Metz (Fr.).

2.             984. Blithildis van SOISSONS (der Merovingen), geboren dd‑mm‑536 te Parijs (Fr.).

3.             1017. Chilperich I, geboren voor 535.

4.             1022. Charibert I, geboren ca. 520.

1008. Radegundis van THÜRINGEN, koningin der Franken, geboren ca. 520, overleden 13‑08‑587.

Ze was de dochter van koning Berthachar die samen met zijn broers Baderik en Hermanfried over het koninkrijk Thüringen heerste. De broers betwistten elkaars macht en Hermanfried doodde Berthachar. Diens bezittingen gingen over naar Hermanfried die zich ook ontfermde over de twee kinderen, Radegundis en haar broer, die Berthachar achterliet. Bij zijn poging om ook het deel van Baderik te veroveren zocht hij steun bij koning Theuderic, die heerste ten oosten van het Thüringse koninkrijk. Hermanfried beloofde Theuderic de helft van het grondbezit van Baderik, als deze verslagen zou worden. Baderik werd verslagen en gedood, waarna Hermanfried vergat om zijn belofte aan Theuderic na te komen. Theuderic nam wraak, daarbij geholpen door zijn broer Chlotarius I, koning der Franken, en Hermanfried sloeg op de vlucht. Chlotarius nam de twee kinderen over wie Hermanfried zich ontfermd had, gevangen: Radegundis was toen 10 jaar oud. Beide kinderen werden christelijk opgevoed. De leermeesters van Radegundis merkten dat ze een grote interesse vertoonde voor Latijn en Grieks. Op haar zeventiende nam haar leven een plotselinge wending: Chlotarius wilde met haar trouwen. Zij wilde echter niets met de moordenaar van haar familie te maken hebben en besloot te vluchten. Dat mislukte, en Radegundis onderwierp zich aan de wil van de koning. Het huwelijk werd in 538 in Soissons gesloten. Opnieuw nam haar leven een dramatische wending, toen Chlotarius de broer van Radegundis liet vermoorden, vermoedelijk omdat hij in hem een gevaar zag voor zijn aanspraak op de troon van Thüringen. Radegundis besloot zich in een klooster terug te trekken. Hiertoe werd ze in staat gesteld door Medardus, bisschop van Noyon. Ze zou ook de spirituele leiding over de kluizenaar Johannes van Chinon op zich nemen. Haar vermogen stelde ze ter beschikking aan de armen en ze wijdde zich aan de verzorging van de zieken, vooral van de lepralijders. Ze stichtte het klooster van het Heilige Kruis in Poitiers, maar weigerde daar abdis te worden. Ze stierf in 587. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk: 4 kinderen.

1009. Theudebert I der MEROVINGEN, koning van Austrasië, geboren dd‑mm‑504, overleden dd‑mm‑548.

Theudebert I

Hij werd geboren als de zoon van Theuderik I van Austrasië en werd na de dood van zijn vader in 533 koning van Austrasië. Dit ging niet zonder slag of stoot omdat zijn ooms Childebert I en Chlotar I ook hun oog op Austrasië hadden laten vallen. Door echter een verbond met de kinderloze Childebert I te sluiten kon Theudebert I toch zijn heerschappij over Austrasië veiligstellen. Hij leidde in 539 een veldtocht naar het noorden van Italië tegen de Byzantijnen en de Ostrogoten. Hij zou zelfs Pavia veroverd hebben. Doordat zijn leger echter geteisterd werd door epidemieën werd hij gedwongen zich terug te trekken. Hierna sloot hij een verbond met de Longobarden en trouwde met Wisigarda, de dochter van de Longobardische koning. Zodoende kreeg hij steeds meer controle over het gebied dat tegenwoordig Zuid-DuitslandOostenrijk en Noord-Italië omvat (de Romeinse provincies Vindelicia (Raetia II) met als hoofdstad Augsburg en de provincie Noricum (ongeveer het huidige Karinthië). In 545 bezette hij grote gebieden rond Venetië hoewel hij een directe confrontatie met de Byzantijnse keizer uit de weg ging. Na een zeer lang ziekbed overleed hij in 547 of 548. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

1010. Deotheria van REIMS, geboren ca. 503, overleden dd‑mm‑548. Deoteria (ou Deuterie) est une reine des Francs de par son deuxième mariage avec Thibert Ier, roi de Reims et d’Austrasie. Elle succède à ce titre à Radegonde, épouse de Clotaire Ier, et y précède Wisigarde, seconde épouse de Thibert Ier. Originaire d’Auvergne, issue d’une grande famille aristocratique gallo-romaine, Deoteria est probablement apparentée à Sidoine Apollinaire, saint Avit et à l’empereur Avitus. Elle a d’abord vécu (avant 533) en Septimanie (aujourd’hui correspondant approximativement à la région du Languedoc-Roussillon en France) qui était alors une possession wisigothique. Elle y avait un mari et une fille, Adia. Vers 536, pensant que sa fille Adia, qui est alors une adolescente, représentait une rivale et craignant que Thibert la prenne comme favorite à sa place, Deoteria tua sa fille aînée. Le meurtre eut lieu dans les environs de Verdun. Deoteria fit monter sa fille dans un char tiré par des bœufs sauvages qu’elle excita volontairement alors que le char traversait un pont au-dessus du fleuve de la Meuse. Cela eut pour effet de faire tomber le char du pont et Adia se noya dans le fleuve. Après ce meurtre, le statut de Deoteria de reine des Francs et de favorite du roi Thibert Ier ne suffit plus. L’aristocratie austrasienne attendait depuis longtemps déjà la célébration selon les traditions de l’union qui avait été prévue sept ans auparavant entre Thibert et la princesse lombarde Wisigarde, sa fiancée officielle. Sous la pression, Thibert Ier répudia donc Deoteria qui fut chassée de la cour royale, laissant derrière elle son fils Thibaut (le futur roi Thibaut Ier) qui restera auprès de son père en tant qu’héritier. Thibert épousa alors Wisigarde. Celle-ci mourut quelques années plus tard, mais le roi n’osa pas rappeler Deoteria à la cour et prit une troisième épouse (inconnue). Bron: Wikipédia.

Uit dit huwelijk:

1.             985. Garibald I van BEIEREN, geboren ca. 530.

1011. Athanagild BALTHES, koning der Visigoten, geboren ca. 510. Regeerde van 554 tot 567. Overleden 14-05-567 te Toledo (Sp.).

Cordoue ayant refusé de reconnaître le roi Agila. Ce dernier l’assiège. Lors du siège de la ville, il pille la basilique située hors de cette ville, et profane le sépulcre de saint Asiscle et souille l’église en y décapitant les prisonniers, et en la transformant en étable pour les chevaux. Cette impiété porte au comble la fureur des habitants de Cordoue. Lors d’une sortie ils tuent son fils, pillent son bagage, et le contraignent de se retirer â Mérida. Cette défaite ayant enhardi Athanagilde, très certainement un membre du clan Balthes à former un parti contre Agila, il demanda du secours à l’empereur Justinien, qui lui envoie le Patrice Liberius avec une armée. De fait, en 551, les armées byzantines s´emparent de l´Andalousie avec le soutien des populations locales, principalement d’origines hispano-romaines. Les deux partis en viennent aux mains. Agila est encore vaincu, près de Séville. Tant de défaites font concevoir du mépris pour lui, en sorte que les troupes le massacre à Merida et mettent sur le trône, en 555, Athanagilde. Pour des raisons stratégiques, il installe la cour royale à Tolède, au cœur de la péninsule Ibérique. Selon Grégoire de Tours, Athanagilde combattit souvent l’armée (byzantine) et la vainquit à plusieurs reprises, remettant sous sa domination une partie des cités qu’elle s’était emparée. Cependant, les Byzantins restent maîtres d’un territoire côtier allant de Cadix à Valence. Cordoue n’est, en 560, ni aux Byzantins, ni aux Wisigoths. Bron: Wiki Guy de Rambaud.

Kind:

1.             987. Leodegild der VISIGOTEN (Liuvigild), geboren ca. 530.

1012. Severijn van CARTHAGO.

Gehuwd met

1013. Theodora AMALES.

Uit dit huwelijk:

1.             988. Theodosia (Theodora), geboren ca. 535.

1007. Chlotarius I der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd voor de kerk (1) dd‑mm‑538 te Soissons (F.) met

1008. Radegundis van THÜRINGEN (zie elders)

Uit het eerste huwelijk: 4 kinderen.

1011. Athanagild der VISIGOTEN (zie elders)

Gehuwd met

1015. Goiswintha der VISIGOTEN, koningin, geboren ca. 520, overleden 589. Goiswintha (of Goswinthe of Gonsuinthe) was een Visigotische koningin uit het Visigotische rijk in het huidige Spanje in de tweede helft van de zesde eeuw. De moeder van Brunhilde van Austrasië wordt gezien als een energieke en vastberaden vrouw en als een fervent aanhangster van het Arianisme. Na de dood van koning Athanagild, haar eerste echtgenoot, in 567 trad zij in het huwelijk met zijn broer en opvolger, koning Leovigild, en bleef zo koningin. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             990. Brunhilde, geboren ca. 534 te Spanje.

983. Ansbertus van SCHELDE (zie elders)

Gehuwd met

984. Blithildis van SOISSONS (der Merovingen) (zie elders)

Gehuwd (1) met Ansbertus van SCHELDE.

Gehuwd (2) met Ethelbert van KENT.

Uit het eerste huwelijk: 3 kinderen.

985. Garibald I van BEIEREN (zie elders)

Gehuwd met

986. Waldrada van LOMBARDIJEN (zie elders)

Uit dit huwelijk: 3 kinderen.

1016. Leuthari der ALEMANNEN, geboren ca. 490, overleden ca. 554.

Kind:

1.            996. Leutfried, geboren ca. 525.

1017. Chilperik I der FRANKEN, geboren voor 535, overleden 27‑09‑584 te Chelles (Fr.), begraven te Parijs (Fr.).

Chilperik I

Chilperik I was vanaf 561 tot zijn dood een Frankische deelkoning, met als hoofdstad Soissons. Hij was een zoon van Chlotarius I en Aregonda. Chilperik werd begraven in de Saint-Germain-des-Prés te Parijs. Na de dood van zijn vader in 561 legt Chilperik de hand op de koninklijke schat en eist in Parijs het gehele koninkrijk op. Zijn oudere halfbroers dwingen echter een deling af. Chilperik wordt koning van het (kleine) deelkoninkrijk van Soissons. In 562 valt hij Austrasië aan als Sigebert I aan zijn oostgrens de Avaren bevecht, en verovert Reims. Hij moet daarna vluchten als Sigebert in de tegenaanval gaat en Soissons verovert. Uiteindelijk wordt vrede gesloten en belooft hij Sigebert niet meer aan te vallen. In 567 overlijdt Charibert I en wordt zijn koninkrijk verdeeld. Chilperik ontvangt het nog ontbrekende deel van Neustrië en de omgeving van Bordeaux en Limoges. Parijs blijft buiten de deling en krijgt een aparte status. Sigebert heeft de omgeving van Tours en Poitiers ontvangen, Chilperik probeert deze gebieden te veroveren maar wordt eruit verdreven door Guntram. Als Chilperik een jaar later zijn tweede vrouw Galswintha doodt, ontstaat er een nieuw conflict met Sigebert. Sigebert is namelijk getrouwd met Brunhilde, de halfzuster van Galswintha, en zij maken aanspraken op de gebieden die Chilperik als morgengave aan Galswintha heeft geschonken: de omgeving van Bordeaux, Limoges en Bigorre. In die regio wordt een aantal jaar lang oorlog gevoerd. In 573 sluit Chilperik een bondgenootschap met Gunthram tegen Sigebert maar in 575 laat Gunthram hem in de steek. Sigebert kan vervolgens eenvoudig Parijs en een groot deel van het koninkrijk van Chilperik veroveren. Chilperik moet zich helemaal terugtrekken op Doornik. Als de nederlaag onafwendbaar lijkt, stuurt Fredegonde (de derde vrouw van Chilperik en zijn grote liefde) twee vertrouwelingen met vergiftigde messen naar het kamp van Sigebert. Het lukt hun om Sigebert te vermoorden. Chilperik gebruikt dit moment om het Austrasische leger te verslaan. Hij herovert zijn gehele koninkrijk en verovert ook weer de omgeving rond Tours en Poitiers. Ook lukt het om Brunhilde gevangen te nemen. Een jaar later weet Brunhilde met hulp van Merowech, een zoon van Chilperik, te ontsnappen naar Austrasië. Brunhilde neemt de leiding van dat koninkrijk op zich. Merowech wordt kort daarop vermoord. Chilperik heeft nu, naast zijn oorspronkelijke koninkrijk, ook vrijwel het gehele koninkrijk van Charibert in handen. Afgezien van enkele gebieden van Gunthram, regeert hij over geheel Neustrië en Aquitanië. In 578 verovert Chilperik Bretagne na een bloedige veldslag die drie dagen duurde. De kwestie van de erfopvolging in Bourgondië zorgt voor een tijdelijke diplomatieke toenadering met Austrasië. Een opstand tegen Brunhilde in Austrasië geeft Chilperik eindelijk de kans om met haar en met Bourgondië af te rekenen. Hij sluit een bondgenootschap met de opstandelingen en met het Byzantijnse Rijk. De opstand wordt echter neergeslagen en de plannen gaan niet door. In plaats daarvan sluit Chilperik in 583 een defensief bondgenootschap met de Visigoten. Er wordt een huwelijk tussen zijn dochter Rigundis en de Visigotische kroonprins overeengekomen en Rigundis trekt met een grote bruidsschat naar het zuiden. In 584 wordt Chilperik vermoord tijdens de jacht, door een edelman die zich door hem vernederd voelde. Het huwelijk van Rigundis wordt afgeblazen en zij moet haar reis afbreken. In 576 stuurt Chilperik zijn zoon Merowech, die dan zijn oudste levende zoon is, naar Poitiers. In plaats daarvan reist Merowech via Tours naar Rouen om daar zijn moeder te bezoeken. Ook Brunhilde leeft daar in ballingschap en zij worden getrouwd door bisschop Pretextatus (hoewel het volgens de opvattingen uit die tijd een incestueus huwelijk was). Drijfveer van Merowech was waarschijnlijk de geboorte van Samson, de oudste zoon van Fredegonde. Vermoedelijk was hij bang hierdoor de troon van Neustrië mis te lopen, en door dit huwelijk kreeg hij kans om koning van Austrasië te worden. Chilperik belooft Merowech en Brunhilde een vrije aftocht maar breekt zijn woord en neemt Merowech gevangen en onterft hem. Brunhilde krijgt wel vrije aftocht, met haar schat, naar Austrasië. Merowech wordt gedwongen om in een klooster te treden. Hij ontsnapt echter snel naar Tours en zoekt de bescherming van het kerkasiel. Ondanks druk van Chilperik en Fredegonde handhaaft Gregorius van Tours zijn bescherming en enige tijd later weet Merowech met een kleine groep soldaten via Bourgondië te ontsnappen naar Austrasië. Daar wordt hij echter niet als koning erkend. Merowech krijgt wel de steun van een adelsfractie en kiest een verblijfplaats in de omgeving van Reims. In 577 wordt een concilie bijeengeroepen in Parijs. Daarbij wordt Pretextatus veroordeeld en verbannen naar Jersey. Gregorius van Tours wordt aangeklaagd wegens verraad maar tijdens een verzoeningsmaal wordt de kwestie bijgelegd. Chilperik stuurt een leger naar Reims om Merowech gevangen te nemen maar dat mislukt. Dan krijgt Merowech het bericht dat de stad Thérouanne in opstand is gekomen en hem als koning heeft gekozen. Met een kleine groep reist hij naar Thérouanne, en wordt gevangengenomen – het bericht was vals. Volgens de lezing van Chilperik heeft Merowech zelfmoord gepleegd om gevangenschap te voorkomen maar veel tijdgenoten denken dat Chilperik hem heeft laten doden. Chilperik was in conflict met de kerk door de confiscatie van kerkelijke goederen en de benoeming van hovelingen tot bisschop. Hij zou ook bisschopsambten aan de hoogste bieder hebben verkocht en nalatenschappen ten gunste van de kerk ongeldig hebben verklaard. Chilperik hief hoge belastingen maar verbrandde de belastingregisters als boetedoening nadat twee van zijn zoons bij Fredegonde aan dysenterie waren overleden. Hij had uitgesproken theologische opvattingen over de Drie-eenheid die neigden naar ketterij. Ook probeerde Chilperik het alfabet te hervormen door letters toe te voegen die pasten bij de Frankische taal. Hij introduceerde het uitsteken van de ogen als straf (naar Byzantijns voorbeeld, als beschaafd alternatief voor de doodstraf). Hij had ook enig talent als musicus en dichter en liet de amfitheaters van Soissons en Parijs herstellen. Chilperik was driemaal getrouwd: Audovera, verstoten. In 580 vermoord in opdracht van Fredegonde. Ze kregen vijf kinderen: Theodebert, gesneuveld in de oorlog tegen Sigebert; Merovech Clovis, 580 vermoord door Fredegonde omdat ze hem beschuldigde door hekserij de dood van haar kinderen op zijn geweten te hebben en omdat Clovis, toen hij na hun dood de enige levende zoon van Chilperik was, Fredegonde had gedreigd om met haar af te rekenen als hij eenmaal koning zou zijn. Basina, verkracht in opdracht van Fredegonde (waardoor ze geen belangrijk huwelijk meer kon sluiten en dus politiek was uitgeschakeld) en daarna in een klooster in Poitiers getreden. Was betrokken in de opstand der nonnen aldaar. Childeswindis; Galswintha, geen kinderen; Fredegonde, vier zoons zijn jong overleden aan dysenterie (wat in die periode epidemisch was in het Frankische Rijk). Daarnaast: Rigundis; Chlotharius II, geboren kort voor de dood van zijn vader. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

1018. Fredegonde (ca. 545 — Parijs, 597) was de derde echtgenote van de Frankische koning Chilperik I. Tijdens zijn eerste twee huwelijken was ze al zijn minnares. Al die tijd had ze een grote invloed op Chilperik en heeft ze op cruciale momenten een beslissende rol gespeeld. Haar afkomst is onbekend, vermoedelijk was ze afkomstig uit de lage adel. Net als Chilperik is ze begraven in de Église Saint-Germain-des-Prés te Parijs.

Weinig vrouwen in de geschiedenis hebben zo’n slechte reputatie als Fredegonde. Ook als we er rekening mee houden dat de belangrijkste informatiebron, Gregorius van Tours, om politieke redenen tegen haar was ingenomen en bovendien haar gedrag ongepast vond voor een vrouw, blijft het beeld over van iemand die over lijken ging om de positie en het leven van zichzelf, haar partner en haar kinderen, te beschermen:

  • 568 betrokken bij de moord op Galswintha
  • 575 de moord op Sigebert
  • 580 eliminatie van Audovera en haar nog levende kinderen:
    • moord op Clovis, zoon van Chilperik uit zijn eerste huwelijk met Audovera. Na de dood van haar jonge zoons beschuldigde ze Clovis ervan schuldig te zijn aan hun dood doordat hij ze door een heks had laten betoveren. Ook vormde Clovis een directe bedreiging voor haar omdat hij had gedreigd dat als hij eenmaal koning zou zijn, hij wel met haar zou afrekenen.
    • moord op Audovera
    • verkrachting door haar volgelingen van Basina, de dochter van Chilperik uit zijn eerste huwelijk met Audovera, waardoor ze geen belangrijk huwelijk meer kon sluiten en dus politiek was uitgeschakeld. Ze werd daarna in een klooster in Poitiers geplaatst
  • mislukte moordaanslagen op Brunhilde en haar zoon Childebert II
  • mislukte moordaanslag op Gunthram
  • 586 moord op bisschop Praetextatus van Rouen, in zijn eigen kathedraal
  • na een hooglopende ruzie met haar dochter Rigundis (die volhield dat zij als dochter van een koning van hogere status was dan haar moeder) probeerde ze Rigundis te vermoorden. Toen deze iets uit een schatkist wilde pakken, sloeg Fredegonde met kracht de deksel op haar hoofd.
  • Volgens sommige bronnen zou ze ook achter de moord op haar man (584) zitten omdat die een nieuwe minnares zou hebben genomen. Deze beschuldiging lijkt onjuist; vermoedelijk is Chilperik vermoord door ontevreden edelen. Ook ging het gerucht dat ze hem vermoord heeft omdat Chilperik er achter was gekomen dat zij zelf een nieuwe minnaar had genomen. Daar ze bang was voor de gevolgen, heeft ze hem laten vermoorden toen hij terugkwam van de jacht. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             998. Chlotarius II, geboren ca. 584 te Parijs (Fr.).

1019. Richomer van BOURGONDIë, geboren ca. 555, overleden na 607.

Gehuwd met

1020. Gertrude GARIBALDI (d’Hamage), geboren ca. 555.

Uit dit huwelijk:

1.             999. Bertrude, geboren ca. 582.

Generatie XLVIII

1021. Eormenric van KENT, geboren ca. 520, overleden ca. 565. Eormenric (ook Irminric, Iurminric) was koning van Kent en de vader van koning Aethelberht. Zijn genealogie wordt gegeven als zoon van Octa, zoon van Œric (ook bekend als Oisc), zoon van Hengest. De historiciteit van zijn voorgangers wordt echter betwijfeld, en Eormenrics naam doet een in elk geval gedeeltelijk Frankische afstamming vermoeden. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             1000. Ethelbert, geboren ca. 550.

1022. Charibert I der FRANKEN, geboren ca. 520, overleden ca. 567.

Charibert I

Hij regeerde van 561 tot 567 over het westen van Neustrië en over Aquitanië met Parijs als hoofdstad. Hij ligt begraven in de abdij van Sint Vincent te Parijs. In 556 moet hij voor zijn vader samen met zijn broer Gunthram, de opstand van zijn broer Chramm onderdrukken. Chramm laat ze geloven dat hun vader is overleden en de broers keren terug zonder slag te hebben geleverd. In 561 wordt hij koning maar doet vooral van zich spreken door zijn huwelijksleven. Na zijn dood werd zijn koninkrijk onder zijn broers verdeeld omdat hij alleen maar dochters had. Huwelijken:

  1. Ingoberga, van wie hij reeds voor hun huwelijk een dochter had: Bertha, die later met koning Ethelbert van Kent trouwde. Charibert nam tijdens zijn huwelijk twee dochters van een wolbewerker tot minnares. Uit boosheid liet Ingoberga hun vader aan het hof komen zodat iedereen kon zien van welke lage afkomst ze waren. Charibert werd hierover zo boos dat hij Ingoberga verstootte.
  2. Merofledis, een van de dochters van de wolbewerker. Hun dochter, Berthefledis, werd kloosterlinge in Tours, maar hield meer van lekker eten en lang slapen dan van de dienst des Heren.
  3. Theudichildis, dochter van een schaapherder, van wie hij een dochter, Chlotilde, kreeg. Deze Chlotilde was later als religieuze betrokken bij de opstand der nonnen in Poitiers.
  4. Marcofleva, zus van Merofledis. Marcofleva was eerder non geweest en daarom werden zij en Charibert door de bisschoppen geëexcommuniceerd. De werkelijke reden tot de excommunicatie was echter een conflict over bisschopsbenoemingen.

Ingoberga leefde eenentwintig jaar langer dan haar man. In 588 overleed zij in Tours op zeventigjarige leeftijd. Zij was vroom, vol wijsheid en leefde in een geur van heiligheid door gebed, vasten en aalmoezen. Bij testament schonk zij al haar bezittingen aan de kerken van Tours en van Le Mans. Theudichildis trok na de dood van Charibert met al haar schatten naar de broer van Charibert, koning Gunthram in Bourgondië en wilde met hem in het huwelijk treden. Gunthram weigerde het huwelijk maar hield de schatten en sloot Theudichildis op in een klooster in Arles. Na een mislukte ontsnappingspoging liet de abdis haar en folteren tot aan haar dood. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

1023. Ingoberga NN, geboren ca. 525, overleden 588 te Tours (Fr.).

Uit dit huwelijk:

1.             1001. Bertha van KENT, geboren ca. 539.

1024. Waudbert I de PONTHIEU, graaf, geboren dd‑mm‑490, overleden dd‑mm‑538. The County of Ponthieu (French: Comté de Ponthieu, Latin: Comitatus Pontivi), centered on the mouth of the Somme, became a member of the Norman group of vassal states when Count Guy submitted to William of Normandy after the battle of Mortemer.[1][2] It eventually formed part of the dowry of Eleanor of Castile and passed to the English crown. Much fought-over in the Hundred Years’ War, it eventually passed to the French royal domain, and the title Count of Ponthieu (comte de Ponthieu) became a courtesy title for the royal family. Bron: Wikipedia.

Gehuwd ca. 510 met

1025. Lucille Tarasicodissa van Byzantium (de PANNONIE), geboren dd‑mm‑495.

Uit dit huwelijk:

1.             Ansbert de BRANDENBOURG. Gehuwd met Mathilde de BOULONGE, dochter van Clodgar II de BOULOGNE.

2.             1003. Brunulf I van de ARDENNENGAU, geboren dd‑mm‑522.

1026. Utheric BALTHES, koning der Ostrogothen, geboren dd‑mm‑490, overleden dd‑mm‑522.

Koning bathes der ostrogothen

Gehuwd voor de kerk dd‑mm‑515 met

1027. Amalasuntha BALTHES, geboren dd‑mm‑496, overleden 30‑04‑535 te Mantana.

Amalasuntha (ook bekend als Amalasuentha of Amalaswintha) was een koningin van de Ostrogoten. Als dochter van de Ostrogotisch koning Theodorik de Grote en Audofleda, de zuster van Clovis I, werd zij in 515 uitgehuwelijkt aan Eutharik, een Ostrogoot van de oude Gebiedslijn, die eerder in Spanje had gewoond. Haar echtgenoot stierf, naar alle waarschijnlijkheid in de vroege jaren van haar huwelijk. Ze bleef toen achter met haar twee kinderen, Athalarik en Mathesuntha. Amalasuntha nam het regentschap waar over het Ostrogothische rijk tijdens de minderjarigheid van haar zoon van 526 to 534, en regeerde in eigen naam van 534 tot 535. Haar ideaal was om de Romeinse waarden en deugden in ere te houden. Ze is best bekend omwille van haar diplomatieke relaties met de Oost-Romeinse keizer Justinianus I, die Italië binnenviel toen zij vermoord werd. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.            1004. Clothilde, geboren dd‑mm‑520.

1028. Tonantius Feriolus III de NARBONNE, geboren dd‑mm‑450 te Narbonne (Fr.), overleden dd‑mm‑517 te Narbonne (Fr.). Hij was de zoon van Tonantius Ferreolus en Papianilla. Hij was getrouwd met Industria, vermoedelijk dochter van Flavius Probus (zoon van Flavius Magnus) en Eulalia (dochter van Thaumastus). Het is bekend dat hij in 469 en in 475 te Rome verbleef. Van 479 tot 517 was hij senator van Narbonne, van 507 tot 511 was hij ook senator van Rome. In 517 wordt hij bezocht door zijn neef, bisschop Appolinaris van Valence. Er wordt meerdere malen over hem geschreven door de bekende briefschrijvers van zijn tijd, zoals Sidonius Apollinaris. Daarin wordt een beeld geschetst van het beschaafde leven dat de Gallo-Romeinse elite in die tijd nog probeerde voort te zetten terwijl het West-Romeinse Rijk ten onder ging. Samen met Industria had hij een zoon, Ferreolus van Rodez, senator van Narbonne en Rodez. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

1029. Industria van REIMS, geboren ca. 470 te Narbonne, overleden dd‑mm‑517 te Narbonne. Zij was vermoedelijk dochter van Flavius Probus (zoon van Flavius Magnus) en Eulalia (dochter van Thaumastus).

Uit dit huwelijk:

1.             1005. Ferreol (Wambert) van SCHELDE, geboren dd‑mm‑489 te Tecklenburg, Westfalen (Dl.).

2.             1010. Deotheria van REIMS, geboren ca. 503.

3.             Lucilia FERREOL, geboren dd‑mm‑485 te Narbonne (Fr.), overleden dd‑mm‑526. Gehuwd met Ansbert van THURINGEN, geboren dd‑mm‑480, overleden dd‑mm‑556, zoon van Sigiswald I van THÜRINGEN.

1030. Clovis I der FRANKEN, koning der Franken, geboren ca. 466 te Reims (Fr.), overleden 27‑11‑511 te Parijs (Fr.).

Clovis of Chlodovech was de eerste koning der Franken die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser. Hij was ook de eerste katholieke koning die heerste over Gallië (Frankrijk). Hij was de zoon van Childerik I en Basina. In 481, toen hij vijftien jaar oud was, volgde hij zijn vader op. De Salische Franken en de Ripuarische Franken waren Frankische stammen die het gebied ten westen van de Nederrijn bezetten, met hun centrum in een gebied bekend als Toxandrië, tussen de Maas en de Schelde (in wat nu België en Nederland is). Clovis’ machtsbasis lag ten zuidwesten hiervan, in de buurt van Doornik en Kamerijk, langs de moderne grens tussen Frankrijk en België. Clovis veroverde de naburige Salisch Frankische koninkrijken en vestigde zichzelf als enige heerser van de Salische Franken voor zijn dood. De kleine kerk waarin hij werd gedoopt, heet nu het klooster van Saint-Remi en er staat een standbeeld van hem, tijdens zijn doop door Remigius van Reims. Clovis en zijn vrouw Clothilde werden begraven in de basiliek van de Heilige Apostelen in Parijs, op de plek waar later de kerk van Sint-Genevieve kwam te staan (rue Clovis, 5e arrondissement). Na de sloop van deze kerk in 1807, is de tombe van Clovis overgebracht (in 1816) naar de abdijkerk van Saint-Denis. Het is echter niet bekend waar zijn stoffelijke resten zijn, omdat deze nooit zijn teruggevonden. Clovis versloeg in 486 de Gallo-Romein Syagrius in de Slag bij Soissons. Clovis werd bekeerd tot het katholicisme op initiatief van zijn vrouw, Clothilde, een Bourgondisch Gotische prinses die, ondanks het arianisme dat haar aan het hof omringde, katholiek was. Het arianisme was de voornaamste godsdienst onder de Goten die in die tijd over het grootste gedeelte van Gallië heersten. Clovis werd gedoopt in een kleine kerk die zich bevond op de plaats van, of naast de Kathedraal van Reims, de kerk waar de meeste toekomstige Franse koningen gekroond zouden worden. Deze daad was van enorm belang in de latere geschiedenis van West- en Centraal-Europa in het algemeen, omdat Clovis zijn domein uitbreidde over bijna de hele oude Romeinse provincie Gallië (ruwweg modern Frankrijk). Komende uit het huis van Merovech wordt hij beschouwd als de stichter van de Merovingische dynastie die heerste over de Franken voor de volgende twee eeuwen. Naar hem verwijst de naam van vele Franse koningen die later regeerden (van CLOVIS over LOVIS naar LOUIS of Chlodovech – Lodewijk – Ludwig). Op 15-jarige leeftijd, in 481 volgde Chlodovech zijn vader op als koning van de Salische Franken in Doornik. In het begin was zijn grondgebied nog bescheiden. De Franken beheersten alleen het uiterste noorden van Gallië. Hij moest zijn macht bovendien delen met andere, deels aan hem verwante hertogen, leiders van naburige Salische stamgroepen. Bekend zijn Chararik en Ragnachar, van wie de laatste in Kamerijk resideerde. Bij de Rijn leefden de Ripuarische Franken, een zelfstandige stam. Gallië was verder verdeeld in een Romeins restgebied onder Syagrius, rondom Parijs en Soissons, het zuiden en zuidwesten, dat deel uitmaakte van het koninkrijk van de Visigoten, en zelfstandige koninkrijken van de Alemannen en Bourgondiërs in het oosten en Bretagne in het westen. Door de dood van de Visigotische koning Eurik wordt het machtsevenwicht in Gallië tijdelijk verstoord en heeft Clovis de mogelijkheid zijn macht uit te breiden. Hij weet de meeste andere Salische Franken en de Ripuarische Franken te verenigen en in 486 verslaat hij (mogelijk samen met de Alemannen) Syagrius bij Soissons. De Franken breiden hun gezag uit tot de Loire en noemen dit land Neustrië (nieuw land). Clovis en zijn luitenants werden in Reims, eens hoofdstad van de Romeinse provincie Belgica Secunda, toegejuicht als nieuwe bestuurders, volgens de heilige Remigius, alsof het nieuw aangestelde Romeinse ambtenaren waren tijdens hun adventus in de hoofdstad. Clovis heeft nu duidelijk een leidende rol onder de Franken, maar is formeel nog gelijkwaardig aan de andere Frankische leiders, die ook delen van de nieuwe gebieden krijgen. De Franken heersen nu over een groot gebied met een nog min of meer intacte Gallo-Romeinse samenleving en economie (steden, kerk, onderwijs, geschoolde ambachtslieden) wat de basis vormt voor hun verdere expansie. Syagrius vlucht naar de Visigoten maar wordt in 487 uitgeleverd aan Clovis en ter dood gebracht. Het verhaal van de Vaas van Soissons illustreert dat in deze tijd iedere vrije Frank nog de wil van de koning kon trotseren, als hij het recht aan zijn zijde had. Na deze campagne keert Clovis zich tegen Chararik die hem niet tegen Syagrius had willen volgen. Hij ontneemt hem en zijn zoons hun macht en scheert hun lange haren en baarden af (teken van de koninklijke waardigheid). Als hij vervolgens een gerucht hoort dat ze tegen elkaar hebben gezegd dat ze gewoon moeten wachten tot hun haren weer aangroeien, laat hij ze alsnog vermoorden. In 491 verslaat hij een leger van de Thüringers, de oostelijke buren van de Franken, die daarna ook zijn gezag erkennen. In 493 trouwt Clovis met de Bourgondische prinses Clothilde. Zij is katholiek terwijl hij nog de oude Germaanse goden vereert. Clovis wordt nu algemeen als een belangrijk vorst erkend. Hij huwelijkt zijn zuster, Audofleda, uit aan Theoderik de Grote, koning van de Ostrogoten. Zijn vrouw, Clothilde, probeert Clovis tot 496 tevergeefs tot het christelijk geloof te bekeren. Wel worden hun kinderen gedoopt, maar het feit dat deze gedoopte kinderen ziek worden en sterven, is voor Clovis een extra reden om zich niet te bekeren. In 496 vallen de Alemannen de Ripuarische Franken aan. Hun koning Sigebert roept de hulp in van de Salische Franken. Aan het kruispunt van de heerbanen Bavay – Keulen, en Straatsburg – Keulen, komt het nabij Tolbiac, nu Zülpich, tot een treffen. In eerste instantie lijken de Alemannen de slag te winnen, maar uiteindelijk weten de Franken de overwinning te behalen. Volgens de legende heeft Clovis op het dieptepunt van de slag Wodan aangeroepen en om een overwinning gevraagd. Maar de Frankische verliezen bleven doorgaan. Toen dacht hij aan zijn christelijke echtgenote Clothilde, en zei hij het volgende: “God van mijn vrouw: als gij echt zo sterk zijt als mijn vrouw beweert, kom mij dan helpen en laat mij winnen. Dan zal ik mij tot het christendom bekeren.” Het tij keerde als bij donderslag. Hij heeft zijn gelofte gehouden en zou zich in 496 bekeerd hebben. Zowel Edward James (in zijn standaardwerk The Franks, Oxford: Blackwell, 1988) als Marinus Wes (in zijn inleiding tot de Historiën van Gregorius van Tours (vertaald door F.J.A.M. Meijer, Baarn: Ambo, 1994) argumenteren dat Clovis waarschijnlijk al in zijn kindertijd een ariaan was en dus niet rechtstreeks vanuit het heidendom tot het katholicisme overging, zoals Gregorius dat graag voorstelde. Ook Clovis’ omgeving, en dus alle Frankische notabelen waren rond 500 zo goed als zeker oorspronkelijk arianen. In 506 verslaat Clovis de Alemannen opnieuw, ditmaal bij Straatsburg. De Franken achtervolgen de Alemannen tot in het gebied van de Ostrogoten. De gebieden van de Alemannen in het westen van hun koninkrijk en het Rijnland (behalve de Elzas) worden door de Franken geannexeerd. Deze oorlog van Clovis lijkt bedoeld om het gevaar van de Alemannen in zijn rug weg te nemen, voor zijn oorlog tegen de Visigoten in het volgende jaar. De bekering van Clovis tot het katholieke christendom is van groot politiek belang. Terwijl alle Germaanse vorsten ariaans of heidens zijn, maakt dit hem tot de held van de katholieke Gallo-Romeinse bevolking. Het jaar van zijn doop is niet met zekerheid bekend en ook 497, 498, 499, 507 en 508 worden als mogelijkheid genoemd. In 499 sluit Clovis een verdrag met de Bourgondische deelkoning Godigisel tegen diens rivaal Gundobad. Dit is voor Clovis ook een persoonlijke kwestie omdat Gundobad de moordenaar van zijn schoonouders is, terwijl Godigisel zijn vrouw Clothilde toen juist in bescherming heeft genomen. In 500 verzekert hij zijn rugdekking door een verdrag met Bretagne en trekt op tegen Bourgondië. Clovis en Godigisel verslaan Gundobad in de Slag bij Dijon. Gundobad vlucht naar Avignon maar een opmars van de Visigoten dwingt Clovis en Godigisel om zich terug te trekken. Nadat Godigisel is gedood, wordt door Theoderik van de Ostrogoten een vrede bemiddeld. De uitkomsten van de onderhandelingen zijn: Gundobad wordt koning van geheel Bourgondië maar moet in de praktijk een sterke invloed van Clovis accepteren; Gundobad en Clovis sluiten een bondgenootschap; de Visigoten krijgen Avignon. Nadat de Franken Syagrius hadden verslagen, werd het snel duidelijk dat zij de belangrijke rivalen van de Visigoten om de macht in Gallië zouden worden. Deze rivaliteit werd nog veel sterker na de bekering van Clovis waarna de katholieke onderdanen van de Visigoten regelmatig een beroep op hem deden. Al in 498 had Clovis een veldtocht ondernomen tegen de Visigoten die hem tot Bordeaux bracht maar uiteindelijk geen resultaten opleverde. Na de confrontatie over Bourgondië in 500 volgt een periode van toenadering. Er vindt een persoonlijke ontmoeting plaats tussen Clovis en Alarik II en in 502 trouwt Clovis’ zoon Theuderik met een dochter van Alarik. In 507 maakt Clovis afspraken met keizer Anastasius I om gezamenlijk de Goten aan te vallen. De keizer schenkt Clovis in dat verband een diadeem en een mantel. Clovis profileert zich in deze oorlog sterk als de verdediger van het katholieke geloof en de katholieke onderdanen van de ariaanse Visigoten. Hij versloeg samen met de Bourgondiërs, de Auvergners en de Ripuarische Franken, de Visigoten in de slag van Vouillé (Voulan bij Poitiers) en doodde zelf hun koning Alarik II. Anastasius erkende zijn succes door hem tot ereconsul te benoemen. Hoewel de Bourgondiërs Narbonne wisten te veroveren, en ook tot 511 bezet zouden houden, lukt het hen niet om Septimanië te veroveren door interventie van Theoderik van de Ostrogoten. Clovis overwinterde in Bordeaux. Hij veroverde in 508 samen met de Bourgondiërs Toulouse en krijgt de schat van de Visigoten in handen. Zijn zoon Theoderik bezet Auvergne. Afgezien van Septimanië hadden de Franken nu alle gebieden van de Visigoten in Gallië in handen. Al in 486 had Clovis de Salische vorsten die hem niet hadden gesteund, geëlimineerd. Na zijn overwinning op de Visigoten in 508 begon hij een campagne om alle Frankische koningen en aanvoerders, die in theorie gelijkwaardig aan hem waren, uit de weg te ruimen en alleen koning van de Franken te worden – hoewel ze meer dan twintig jaar lang zijn trouwe bondgenoten waren geweest. De Salische koningen Ragnachar, Ricchar en Rignomer, die grote gebieden bestuurden in het westen van Frankrijk, werden verslagen en vermoord. Tijdens de oorlog tegen de Visigoten had Clovis Cloderic, de kroonprins van de Ripuarische Franken, opgestookt om de macht te grijpen ten koste van zijn vader Sigebert de Lamme. Als Cloderic de raad van Clovis opvolgt en in 509 zijn vader vermoordt, laat Clovis (die voorwendt verontwaardigd te zijn) Cloderic op zijn beurt ter dood brengen (510) als straf voor zijn schandelijke misdaad. Clovis roept zich daarna ook tot koning van de Ripuarische Franken uit en is daarmee alleen koning van alle Franken. In 508 geeft Clovis rijke giften aan het klooster van Saint-Martin in Tours. Hij maakt Parijs tot hoofdstad en sticht daar de kerk van Petrus en Paulus (Saints-Apôtres). Dit is vrijwel zeker een nabootsing van Constantijn de Grote die in Constantinopel was begraven in de kerk van de apostelen. Clovis en Clothilde zullen in deze kerk worden begraven. Omdat de heilige Geneviève ook in deze kerk wordt begraven, wordt de kerk later naar haar vernoemd. Op de plaats van deze kerk staat tegenwoordig het Panthéon. In 511 roept Clovis de synode van Orléans bijeen om de hechte band tussen kerk en staat te bevestigen. Bisschoppen zullen door een synode onder voorzitterschap van de koning worden benoemd, en ze zijn belastingplichtig. Clovis zendt een votiefkroon aan de paus. Clovis laat een wetboek opstellen dat is gebaseerd op het Salische gewoonterecht maar introduceert daarin wel een systeem van hovelingen en kerkelijke en burgerlijke bestuurders (graven), in plaats van het oude adelsbegrip. Hij maakt in het wetboek een apart onderscheid voor de Gallo-Romeinse bevolking. Met zijn wetboek neemt Clovis definitief afscheid van het oud-Germaanse idee van koningschap en introduceert hij het middeleeuwse model. Na zijn dood werd het Frankische Rijk, naar Salisch recht, verdeeld onder zijn mannelijke nakomelingen Theuderik I (Reims), Childebert I (Parijs), Chlodomer (Orléans) en Chlotarius I (Soissons). Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

1031. Clothilde NN, geboren ca. 460, een Bourgondisch Gotische prinses.

Uit dit huwelijk:

1.             1007. Chlotarius I, geboren dd‑mm‑497 te Soissons (Fr.).

1032. Berthacharius (Baderic) van THÜRINGEN, geboren ca. 485, overleden ca. 530. Berthacharius was samen met zijn broers Baderik en Hermanfried koning van de Thüringers. Hij was de zoon van de Thüringse koning Bisinus. Berthacharius stierf in de strijd tegen zijn broer Hermanfried. De broers betwistten elkaars macht en Hermanfried doodde Berthacharius. Diens bezittingen gingen over naar Hermanfried. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             1008. Radegundis, geboren ca. 520.

1028. Tonantius Feriolus III de NARBONNE (zie elders)

Gehuwd met

1029. Industria van REIMS (zie elders)

Uit dit huwelijk: 3 kinderen.

1033. Gesalic BALTHES, geboren ca. 485. Gesalic, ook geschreven als Gesalik, was een koning van de Visigoten van 507 tot 511.

Hij was de onwettige zoon van Alarik II. Hij werd door de Visigoten tot koning verkozen na de dood van Alarik, omdat Alarics wettige zoon Amalaric te jong was om koning te worden. Hij werd eerst gesteund door Theodorik de Grote maar die steun vervaagde. Gesalic moest uiteindelijk vluchten naar Barcelona omdat Theodorik de heerschappij van het Visigotisch koninkrijk waarnam in naam van Amalaric. Verdreven van zijn troon zocht hij zijn toevlucht in Carthago bij de VandalenkoningThrasamund. Aanvankelijk steunde hij Gesalic, maar na bedreigingen van Theodorik trok hij zijn steun in. Daarop vluchtte Gesalic naar Aquitanië, maar trok zich toch terug naar Spanje. Blijkbaar is hij gevangengenomen bij het oversteken van de rivier de Durance. Waarschijnlijk is hij geëxecuteerd in 513.

Kind:

1.             1011. Athanagild, geboren ca. 510.

987. Leodegild der VISIGOTEN (zie elders)

Gehuwd met

988. Theodosia van CARTHAGO (zie elders)

Uit dit huwelijk: 2 kinderen.

1007. Chlotarius I der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd vmet

1008. Radegundis van THÜRINGEN (zie elders)

Uit dit huwelijk: 4 kinderen.

1034. Betton van REIMS, geboren ca. 535.

Gehuwd met

1035. Austregilde Aiga van ORLÉANS, geboren ca. 525, overleden ca. 555.

Uit dit huwelijk:

1.             1019. Richomer van BOURGONDIë, geboren ca. 555.

1o36. Theodebald van BEIEREN, geboren ca. 535, overleden ca. 567.

Kind:

1.             1020. Gertrude GARIBALDI (d’Hamage), geboren ca. 555.

Generatie XLIX

1037. Octa van KENT, geboren ca. 500, overleden ca. 543. Octa was an Anglo-Saxon King of Kent during the 6th century. Sources disagree on his relationship to the other kings in his line; he may have been the son of Hengist or Oisc, and may have been the father of Oisc or Eormenric. The dates of his reign are unclear, but he may have ruled from 512 to 534 or from 516 to 540. Despite his shadowy recorded history Octa made an impact on the Britons, who describe his deeds in several sources. The 9th-century Anglo-Saxon Chronicle, one of the most important sources for this period of history, does not mention Octa. It does, however, mention Hengist and gives Oisc as his son. However, Bede‘s Ecclesiastical History of the English People, completed around 731, names Octa as the son of “Orric, surnamed Oisc” and the grandson of Hengist.[1] Conversely, the 9th-century Cotton Vespasian manuscript indicates that Octa was the son of Hengist and the father of Oisc. Octa also appears in the Historia Brittonum, a 9th-century history of the Britons. According to the narrative, Hengist, who had settled in Britain with the consent of the British king Vortigern as defence against the Scots, sends for his sons Octa and Ebusa to supplement his forces. Octa and Ebusa subsequently raid Scotland. After Hengist’s death Octa becomes king of Kent. Some manuscripts of the Historia include genealogies of the Saxon kingdoms; the genealogy of the kings of Kent names Octa as the son and successor to Hengist and the father to the subsequent king Ossa. Octa appears in Geoffrey of Monmouth‘s 12th-century pseudohistory Historia Regum Britanniae. The earlier scenes featuring him are taken directly from the Historia Brittonum, while the later scenes have no known source, and were likely invented by Geoffrey. As in the Historia Brittonum, Octa is brought to Britain by his father with Vortigern’s consent. Later, Vortigern is deposed by the rightful King of the BritonsAurelius Ambrosius (the historical Ambrosius Aurelianus) and Hengist is captured and later executed. Octa leads his men to York and continues to harry the Britons, along with his kinsman Eosa. Aurelius besieges York, and eventually Octa surrenders. He negotiates a truce in which the Saxons are allowed to stay in northern Britain as vassals to Aurelius. After the death of Aurelius, however, Octa and Eosa regard the treaty as no longer binding and resume their belligerence. The new king, Aurelius’ brother Uther Pendragon, leads his armies against the Saxons and routs them in a surprise night attack. Octa and Eosa are taken prisoner, but they eventually escape and return to Germany. They return with a vast army, and Uther meets them again in a battle in which Octa and Eosa are finally slain. Octa may appear in Welsh Arthurian literature as Osla Bigknife, though this character may be better identified with Offa of Mercia. This Osla figures in two medieval prose tales, Culhwch and Olwen (c. 1100) and The Dream of Rhonabwy (12th- or 13th-century). In Culhwch he is a member of King Arthur‘s retinue; he is named in a list of Arthur’s followers, and his weapon “Bronllavyn Short Broad”, which is wide enough for Arthur’s army to use as a bridge, is described. Osla later participates in the hunt for the great boar Twrch Trwyth, during which he nearly drowns when the sheath of his great knife fills with water. In Rhonabwy Osla is Arthur’s opponent at the Battle of Badon. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             1021. Eormenric, geboren ca. 520.

1007. Chlotarius I der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd met

1008. Radegundis van THÜRINGEN.

Uit dit huwelijk: 4 kinderen.

1038. Albéric I van KEULEN, heer der Franken, geboren dd‑mm‑460, overleden dd‑mm‑515.

Gehuwd voor de kerk ca. 485 met

1039. Argothe BALTHES, geboren dd‑mm‑465.

Uit dit huwelijk:

1.             1024. Waudbert I de PONTHIEU, geboren dd‑mm‑490.

1040. Zénon I de PANNONIE, geboren dd‑mm‑472.

Kind:

1.             1025. Lucille, geboren dd‑mm‑495.

1041. Theodemir (de grote) BALTHES, koning der Ostrogothen, geboren dd‑mm‑454 te Pannonia, overleden 26‑08‑526 te Ravenna (I.).

Gehuwd met

1042. Aldofleda der FRANKEN, geboren dd‑mm‑463, overleden dd‑mm‑530.

Uit dit huwelijk:

1.             1027. Amalasuntha, geboren dd‑mm‑496, overleden ca. 535.

1043. Tonantius Ferreolus II van ROME, geboren dd‑mm‑415 te Narbonne (Fr.), overleden dd‑mm‑476 te Rome (I.)? Hij was een belangrijk Gallo-Romeins politicus uit de vijfde eeuw. Tonantius Ferreolus was de zoon van Ferreolus en Syagria, en daarmee kleinzoon van Flavius Afrianus Syagrius. Hij was gehuwd met Papianilla, nicht van keizer Avitus en van de Papianilla die met Sidonius Apollinaris was getrouwd. Hij had grote bezittingen in de omgeving van Nîmes, onder andere de villa Prusianus aan de Gardon (rivier) die door Sidonius Apollinaris in zijn brieven met veel waardering wordt beschreven. Tonantius Ferreolus was Praefectus praetorio van Gallië van 450 tot 453. Hij speelde een belangrijke diplomatieke rol tijdens het beleg van zijn residentie Arles in 453 door de Visigoten. In 469 was hij lid van de delegatie (onder andere samen met Thaumastus) die in Rome ging pleiten tegen de pretoriaans prefect Arvandus. Aanleiding daarvan was dat Arvandus de Visigoten ertoe had aangezet om Bretagne aan te vallen, terwijl de koning van Bretagne bondgenoot was van de Romeinen. Arvandus werd in 470 veroordeeld, afgezet en verbannen. Daarna trok Tonantius Ferreolus zich terug op zijn landgoed Trevidon in de Cevennen. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

1044. Pampianila EPARCHIUS, geboren dd‑mm‑430, overleden dd‑mm‑473 te Narbonne (Fr.).

Uit dit huwelijk:

1.             1028. Tonantius Feriolus III de NARBONNE, geboren dd‑mm‑455 te Narbonne (Fr.).

1045. Probus van REIMS, geboren ca. 430. Flavius Probus, a Roman Senator and a v. nob. (vir nobilis) of Narbonne, then Narbo, was a man of literary taste and precocious ability. His father was Flavius MagnusConsul of Rome in 460. He was a friend of Sidonius Apollinaris from their schooldays. He married before 450 Eulalia (?), born c. 425, a cousin of Sidonius Apollinaris, daughter of Thaumastus. They were perhaps the parents of:

Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

1046. Eulalie NN, geboren ca. 440.

Uit dit huwelijk:

1.             1029. Industria, geboren ca. 470 te Narbonne.

1047. Childerik I der FRANKEN, koning (hertog) van de Salische Franken, geboren ca. 436 te Westfalen (Dl.), overleden 26‑11‑481 te Tours (F.), begraven te Doornik.

Hij volgde zijn vader Merovech op als heerser van de Saliërs in de omgeving van Doornik (België). Childerik diende vermoedelijk als generaal onder de Romeinse keizer Majorianus en in die hoedanigheid ook onder de Gallo-Romeinse heersers Aegidius en diens opvolger Paulus. Childerik verkreeg het leiderschap bij de dood van zijn vader, Merovech, omstreeks 458. Hij had zijn machtsbasis rondom de stad Doornik en beheerste mogelijk de Romeinse provincie Belgica. De geschiedschrijver Gregorius van Tours vermeldt dat Childerik op een zeker moment door zijn volk zou zijn verstoten omdat hij zich zo vaak vergreep aan vrije en adellijke vrouwen dat dit niet meer aanvaard werd. Daarom zou hij 8 jaar in ballingschap in Thüringen hebben geleefd, voordat hij kon terugkeren en het koningschap opnieuw kon opnemen. Het is echter niet duidelijk of dit meer is dan een legende. Dit roept de vraag op of Childerik een echte koning (rex) van de Franken was, of slechts een verkozen legeraanvoerder. Volgens deze geschiedenis zou hij daar de koningin van de Thüringers, Basina, hebben verleid en als zijn echtgenote mee naar huis hebben genomen. Childerik vocht enkele malen aan de zijde van de Romeinen, onder meer met Aegidius tegen de Visigoten bij Orléans in 463 en met comes Paulus tegen de Saksen in de slag bij Angers in 469. Deze Saksen hadden zich aan de monding van de Loire gevestigd. De leider van deze Saksen heette Adovacrius. Volgens de overlevering sloot hij later een verdrag met Odoaker, de militaire leider van Italië, die in 476 de laatste Romeinse keizer met pensioen zou sturen, tegen de Alemannen die Italië waren binnengevallen. Odoaker en Adocacrius waren duidelijk twee verschillende personen. Er zijn aanwijzingen dat het Gallo-Romeinse Rijk van Syagrius er voor verantwoordelijk was dat de macht van Childerik geleidelijk afbrokkelde en wel zodanig dat deze bij zijn dood weinig meer bezat dan het gebied rond en ten noorden van Doornik. Zijn graf werd op 27 mei 1653 intact gevonden op dertig meter van de Sint-Brixiuskerk te Doornik. De doofstomme steenhouwer Adrien Quinquin, bezig met de funderingen van een nieuw armenhuis, was op een goudschat gebotst en had met zijn kreten de hele buurt doen toelopen. Het zou later beloningen vergen om de verdonkeremaande schatten te doen restitueren. Het gevonden graf is het enige uit de tijd van de Grote Volksverhuizing dat met zekerheid aan een historisch persoon is toegeschreven en gedateerd. Het bevatte 21 paardenoffers, een complete wapenrusting (zwaard, messen, werpbijl, lans, schild), een muntschat, talrijke juwelen en een gouden stierenkop. De paardenoffers en andere tekenen wijzen erop dat hij niet christelijk begraven was, maar naar Germaans gebruik, echter zonder daarbinnen verdere precisering toe te laten. De fibula en zegelring van Childerik waren typisch voor Romeinse dignitarissen. Ook de meer dan honderd gouden munten, geslagen door keizer Zeno van Byzantium, wijzen erop dat hij beschouwd werd als foedus met verantwoordelijkheid over de provincie Belgica Secunda. Zijn wapens waren dan weer typisch Frankisch: een lang zwaard, een kleine scramasax en een lans. De vondst gaf aanleiding tot wat beschouwd wordt als het eerste wetenschappelijke verslag van een archeologische opgraving. In opdracht van Leopold Willem van Oostenrijk kreeg historicus-lijfarts Jean-Jacques Chifflet toegang tot de vondsten. Hij beschreef ze nauwkeurig en liet er kopergravures van maken. Later werden ze onderzocht door abbé Cochet. Na Leopolds dood kwamen de Childerikschat in Wenen terecht. De Habsburgers schonken haar in 1665 aan koning Lodewijk XIV van Frankrijk. Die was volgens de overlevering maar matig onder de indruk en bracht ze onder in de koninklijke bibliotheek. In de nacht van 5 op 6 november 1831 werd bij een inbraak in de bibliotheek 80 kg buit ontvreemd, waaronder grote delen van de schat van Childerik. Op enkele stukken na bleken alle juwelen te zijn omgesmolten toen de bende werd opgepakt. De gouden bijen die op de mantel van Childerik waren gestikt, inspireerden Napoleon bij de symboliek van zijn keizerrijk. Ze vervingen de gehate Fleur-de-lys van de Bourbons. Bij nieuwe opgravingen in de jaren 80 bleek dat het graf zich bevond in een eigentijdse necropool. De grafheuvel van Childerik was ruim twintig meter in doorsnede. Het bewaarde deel van de grafgiften, waaronder Childeriks zegelring, bevindt zich in de schatkamer van de Franse munt. In Wenen bevinden zich replica’s die vóór de schenking van de schat gemaakt waren. Ze zijn op hun beurt gekopieerd voor het Römisch-Germanisches Zentralmuseum in Mainz. Bron: Wikipedia.

Gehuwd voor de kerk ca. 466 met

1048. Basine van KEULEN, koningin van Thüringen in het midden van de vijfde eeuw, geboren dd‑mm‑435 te Thüringen, overleden dd‑mm‑491.

Ze verliet haar man koning Bisinus en ging naar het Romeinse Gallië. Zij nam zelf het initiatief om de hand te vragen van Childerik I, koning van de Franken en trouwde met hem. Zij gaf als reden: “Ik wil de machtigste man ter wereld, ook al moet ik voor hem de oceaan oversteken.” Deze opmerking heeft waarschijnlijk te maken met Childeriks overwinning op het Romeinse Rijk en zijn poging om een Frankisch rijk te stichten op Romeins grondgebied. Basina’s naam is waarschijnlijk Nederfrankisch voor ‘vrouwelijke baas’. Zij is de moeder van de man die bekend is als de stichter van het Frankische rijk en het moderne Frankrijk. Zij (niet haar man Childerik) noemde haar zoon Chlodovech. Chlodovech is beter bekend onder zijn gelatiniseerd naam Clovis. Het feit dat de naam Chlodovech van Basina komt, is opmerkelijk voor die tijd; het was namelijk de gewoonte onder de Franken een zoon te vernoemen naar een familielid uit de mannelijke lijn. Door de eeuwen heen zijn de historici geïntrigeerd door de overlevering van Basina: ze speelde een rol als een speler en niet als figurant, wat niet vreemd is voor de vrouwen van de Franken maar wel erg ongewoon voor de Romeinen. Bron: Wikipedia.

Uit dit huwelijk:

1.             1030. Clovis I, geboren ca. 466 te Reims (Fr.).

2.             1038. Albéric I van KEULEN, geboren dd‑mm‑460.

3.             1042. Aldofleda, geboren dd‑mm‑463.

1049. Bisinus II van THÜRINGEN, geboren ca. 460, overleden dd‑mm‑521. Vermoord door zijn ooms.

Gehuwd met

1050. Menia NN, geboren ca. 460.

Uit dit huwelijk:

1.             1032. Berthacharius (Baderic), geboren ca. 485.

1051. Alaric II BALTHES, geboren ca. 458, overleden 507 volgde zijn vader Eurik in 484 op als koning van de Visigoten.

Zijn rijk omvatte niet alleen heel Hispania (behalve de noordwesthoek), maar ook Aquitanië en het grootste deel van de voormalige Romeinse provincia Gallia Narbonensis.

Hij was van het ariaanse geloof, zoals alle vroege Visigotische edelen, maar verzachtte de vervolging van de katholieken en stond hun in 506 toe het Concilie van Agde te houden. Hij stelde een commissie aan om een overzicht te maken van de Romeinse wetten en keizerlijke besluiten, die gezaghebbend moesten zijn voor zijn Romeinse onderdanen. Deze zijn bekend als het Breviarium Alaricianum en worden ook wel Lex Romana Visigothorum genoemd. Het Breviarium Alaricianum kreeg in 506 kracht van wet in Toulouse en zou tot in het midden van de twaalfde eeuw van kracht blijven. Alarik was een vreedzaam man. Hij probeerde het verdrag dat zijn vader had gesloten met de Franken te handhaven, maar de tot het katholicisme bekeerde Clovis I, die de Visigotische provincie in Gallië in handen wilde krijgen, vond het arianisme een reden voor oorlog. Tussenkomst van Theodorik, koning van de Ostrogoten en schoonvader van Alarik mocht niet baten. Na jarenlange strijd met wisselend verloop werden de Visigoten in 507 in de Slag bij Vouillé nabij Poitiers beslissend verslagen. Alarik, die op de vlucht was geslagen, werd door Clovis zelf gedood. Zijn wettige zoon Amalarik was nog een kind, dus werd hij opgevolgd door zijn onwettige zoon Gesalik. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             1033. Gesalic, geboren ca. 485.

1052. Pavorius van REIMS, geboren ca. 510.

Kind:

1.             1034. Betton, geboren ca. 535.

Generatie L

1053. Oisc van KENT, geboren ca. 470, overleden ca. 512. Oisc (ook Æsc of Oeric) wordt door sommige bronnen genoemd als de tweede koning van koninkrijk Kent. Er worden twee jaartallen gemeld voor het begin van zijn koningschap: samen met Hengest in 455 bij de dood van Horsa en alleen in 488, bij de dood van Hengest. Naar hem heet de Kentse koninklijke familie de Oiscengae. Voor de vroege genealogie van de koningen van Kent bestaan twee verschillende versies. Volgens de ene versie is Oisc de zoon van Hengest en was zijn zoon Octha (Ocga, Octa). In andere versies was het juist Octha die de zoon van Hengest was, en is Oisc de zoon van Octha. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             1037. Octa, geboren ca. 495.

1047. Childerik I der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd voor de kerk ca. 466 met

1048. Basine van KEULEN (zie elders)

Uit dit huwelijk: 3 kinderen.

1054. Theodemir BALTHES (zie elders)

Gehuwd met

1055. Elvira van KEULEN van TONGEREN (zie elders)

Uit dit huwelijk:

1.             1039. Argothe, geboren dd‑mm‑465.

2.             1041. Theodemir (de grote), geboren dd‑mm‑454 te Pannonia.

1047. Childerik I der FRANKEN (zie elders)

Gehuwd voor de kerk ca. 466 met

1048. Basine van KEULEN (zie elders)

Uit dit huwelijk: 3 kinderen.

1056. Feriolus van NARBONNE, geboren dd‑mm‑385, overleden dd‑mm‑440.

Gehuwd met

1057. NN SYAGRIA, geboren ca. 404 te Rome, overleden ca. 476.

Uit dit huwelijk:

1.             1043. Tonantius Ferreolus II van NARBONNE, geboren dd‑mm‑429 te Narbonne (Fr.).

1058. Petronius Maximus (c. 397 – 31 May 455) was Roman emperor of the West for two and a half months in 455. A wealthy senator and a prominent aristocrat, he was instrumental in the murders of the Western Roman magister militum, Aëtius, and the Western Roman emperor, Valentinian III. Maximus secured the throne the day after Valentinian’s death by ensuring the backing of the senate and by bribing the palace officials. He strengthened his position by forcing Valentinian’s widow to marry him and forcing Valentinian’s daughter to marry his son. He cancelled the betrothal of his new wife’s daughter to the son of the Vandal king Genseric. This infuriated both his stepdaughter and Genseric, who sent a fleet to Rome. Maximus failed to obtain troops from the Visigoths and he fled as the Vandals arrived, became detached from his retinue and bodyguard in the confusion, and was killed. The Vandals thoroughly sacked Rome. Petronius Maximus was born about 397. Although he was of obscure origin, it is believed that he belonged to the Anicius family. Related to the later Emperor Olybrius, Maximus was the son of Anicius Probinus, and the grandson of Anicia Faltonia Proba and Sextus Claudius Petronius Probus, who was prefect of Illyricum in 364, prefect of Gaul in 366, prefect of Italy from 368 to 375 and again in 383 and consul in 371. Maximus had a remarkable early career. His earliest known office was praetor, held in about 411; around 415 he served as a tribunus et notarius, which was an entry position to the imperial bureaucracy and led to his serving as comes sacrarum largitionum (count of the sacred largess) between 416 and 419. From January or February 420 to August or September 421 he was praefectus urbi of Rome, meaning that he had executive authority for much of the municipal administration of Rome; he held the office again sometime before 439. As praefectus he restored the Old St. Peter’s Basilica. He was also appointed praetorian prefect, a leading military and judicial position, sometime between 421 and 439. It was either while holding this post or during his second urban prefecture that he was appointed consul for the year 433. Becoming a consul was considered the highest honour of the Roman state. From August 439 to February 441 he held the praetorian prefecture of Italy, the most important administrative and judicial non-imperial position in the Western Empire. He was awarded a second consulship in 443. In 445 he was granted the title of patrician, the Empire’s senior honorific title, which was limited to a very small number of holders. During this year he was briefly the most honoured of all non-imperial Romans, until the third consulate of Flavius Aëtius, generalissimo, or magister militum, of the Western Empire, the following year. Between 443 and 445 Maximus built a forum, the Forum Petronii Maximi, in Rome, on the Caelian Hill between the via Labicana and the Basilica di San Clemente. According to the historian John of Antioch, Maximus poisoned the mind of the Emperor against Aëtius, resulting in the murder of his rival at the hands of Valentinian III. John’s account has it that Valentinian and Maximus placed a wager on a game that Maximus ended up losing. As he did not have the money available, Maximus left his ring as a guarantee of his debt. Valentinian then used the ring to summon to court Lucina, the chaste and beautiful wife of Maximus, whom Valentinian had long lusted after. Lucina went to the court, believing she had been summoned by her husband, but instead found herself at dinner with Valentinian. Although initially resisting his advances, the Emperor managed to wear her down and succeeded in raping her. Returning home and meeting Maximus, she accused him of betrayal, believing that he had handed her over to the Emperor. Although Maximus swore revenge, he was equally motivated by ambition to supplant “a detested and despicable rival”, so he decided to move against Valentinian. According to John of Antioch, Maximus was acutely aware that while Aëtius was alive he could not exact vengeance on Valentinian, so Aëtius had to be removed. He therefore allied himself with a eunuch of Valentinian’s, the primicerius sacri cubiculi Heraclius, who had long opposed the general, with the hope of exercising more power over the emperor. The two of them convinced Valentinian that Aëtius was planning to assassinate him and urged him to kill his magister militum during a meeting, which Valentinian did with his own hands, with the help of Heraclius, on 21 September 454. Once Aëtius was dead, Maximus asked Valentinian for Aëtius’s now-vacant position, but the Emperor refused; Heraclius, in fact, had advised the Emperor not to allow anyone to possess the power that Aëtius had wielded. According to John of Antioch, Maximus was so irritated by Valentinian’s refusal to appoint him as his magister militum that he decided to have Valentinian assassinated as well. He chose as accomplices Optilia and Thraustila, two Scythians who had fought under the command of Aetius and who, after the death of their general, had been appointed as Valentinian’s escort. Maximus easily convinced them that Valentinian was the only one responsible for the death of Aetius, and that the two soldiers must avenge their old commander, while at the same time also promising them a reward for the betrayal of the Emperor. On 16 March 455 Valentinian, who was in Rome, went to Campus Martius with some guards, accompanied by Optilia, Thraustila and their men. As soon as the Emperor dismounted to practice with the bow, Optilia came up with his men and stabbed him in the temple. As Valentinian turned to look at his attacker, Optila finished him off with another thrust of his blade. At the same moment, Thraustila killed Heraclius. The two Scythians took the imperial diadem and robe and brought them to Maximus. The sudden and violent death of Valentinian III left the Western Roman Empire without an obvious successor to the throne. Several candidates were supported by various groups of the imperial bureaucracy and the military. In particular, the army’s support was split among three main candidates: Maximianus, the former domesticus (bodyguard) of Aëtius, who was the son of an Egyptian merchant named Domninus who had become rich in Italy; the future emperor Majorian, who commanded the army after the death of Aetius and who had the backing of the Empress Licinia Eudoxia; and Maximus himself, who had the support of the Roman Senate and who secured the throne on 17 March by distributing money to the officials of the imperial palace. After gaining control of the palace, Maximus consolidated his hold on power by immediately marrying Licinia Eudoxia, the widow of Valentinian. She married him reluctantly, suspecting that he had been involved in the murder of her late husband; and indeed Maximus treated Valentinian III’s assassins with considerable favour. The eastern court at Constantinople refused to recognise his accession. To further secure his position Maximus quickly appointed Avitus as magister militum and sent him on a mission to Toulouse to gain the support of the Visigoths.[16] He also proceeded to cancel the betrothal of Licinia’s daughter, Eudocia, to Huneric, the son of the Vandal king Geiseric, and marry her to his own son. Again he anticipated that this would further his and his family’s imperial credentials. This repudiation infuriated the Vandal king, who only needed the excuse of Licinia’s despairing appeal to the Vandal court to begin preparations for the invasion of Italy. By May, within two months of Maximus gaining the throne, news reached Rome that Geiseric was sailing for Italy. As the news spread, panic gripped the city and many of its inhabitants took to flight. The Emperor, aware that Avitus had not yet returned with the expected Visigothic aid, decided that it was fruitless to mount a defence against the Vandals. So he attempted to organise his escape, urging the Senate to accompany him. However, in the panic, Petronius Maximus was abandoned by his bodyguard and entourage and left to fend for himself. As Maximus rode out of the city on his own on 31 May 455, he was set upon by an angry mob, which stoned him to death (another account has it that he was killed by “a certain Roman soldier named Ursus”). His body was mutilated and flung into the Tiber. He had reigned for only seventy-five days. His son from his first marriage, Palladius, who had held the title of caesar between 17 March and 31 May, and who had married his stepsister Eudocia, was probably executed. On 2 June 455, three days after Maximus’ death, Geiseric captured the city of Rome and sacked it for two weeks. Amidst the pillaging and looting of the city, and in response to the pleas of Pope Leo I, the Vandals are said to have refrained from arson, torture, and murder. Such modern historians as John Henry Haaren state that temples, public buildings, private houses and even the emperor’s palace were destroyed. The Vandals also shipped many boatloads of Romans to North Africa as slaves, destroyed works of art and killed a number of citizens. The Vandals’ activities during the sack gave rise to the modern term vandalism. Geiseric also carried away the empress Licinia Eudoxia and her daughters Placidia and Eudocia. Bron: Wikipedia.

Kind:

1.             1044. Pampianila, geboren dd‑mm‑430 (zie Aanvullingen)

1059. Magnus Van REIMS, geboren ca. 410.

Kind:

1.             1045. Probus, geboren ca. 440.

1060. Merovech II der FRANKEN, geboren ca. 411, overleden ca. 458. Merovech was hoogstwaarschijnlijk koning (hertog) van de Salische Franken (447457) na Chlodio.

Hij is de naamgever van de Merovingische dynastie, onder welke het Frankische Rijk tot bloei kwam. Over Merovech zelf is weinig bekend, en hij geldt daarom als een half-mythische figuur. Vermoedelijk was hij de zoon van Chlodio. Volgens de sage werd hij verwekt toen zijn moeder bij het baden een zeemonster tegenkwam. Het vormt een van de mogelijke verklaringen voor de oorsprong van de uitspraak dat iemand van (Europese) adel “blauw bloed” zou hebben, zoals de zeewezens. Omstreeks 450 leefden de Salische Franken op goede voet met de Romeinse generaal Aetius. Als bondgenoten streden zij in 451 mee aan diens zijde tegen de Hunnen tijdens de Slag op de Catalaunische Velden. Aangenomen wordt dat Merovech als aanvoerder van de Frankische hulptroepen daarbij aanwezig was. De Merovingen waren een dynastie van Frankische koningen, die over een regelmatig veranderend gebied in delen van het huidige Nederland, België, Frankrijk en Duitsland regeerden van de 5e tot in de 8e eeuw. De Merovingische dynastie dankt haar naam aan Merovech, een min of meer legendarische koning van de Salische Franken omstreeks 450. Zijn kleinzoon, Chlodovech, ook bekend als Clovis, verenigde het grootste deel van Gallië ten noorden van de Loire onder een gezag. Clovis liet zich in 496 dopen, waardoor het katholieke christendom de staatsgodsdienst van het Frankische Rijk werd. Het rijk van Clovis werd na zijn dood overeenkomstig de Salische wetten over zijn vier zonen verdeeld. De hoofdstad van de Merovingen was tot 486 gelegen in Doornik. Het is onduidelijk wanneer dit de hoofdstad is geworden. Waar het centrum van het Merovingische rijk voordien lag, en tot wanneer, is eveneens onderwerp van discussie. Er is enkel bekend dat dit Dispargum was, waarschijnlijk Duisburg aan de Rijn, hoewel Duisburg nabij Tervuren ook wel gesuggereerd is. Na Doornik verplaatste Clovis zijn hoofdstad naar Parijs. Een belangrijk kenmerk van de Merovingische maatschappij was de co-existentie tussen de Franken en de Gallo-Romeinse bevolking die al langer in de door de Franken veroverde gebieden woonde. Beide bevolkingsgroepen hadden dezelfde leefwijze, ook golden voor beide dezelfde juridische regels en etnisch gemengde huwelijken tussen beide waren toegelaten mits dit gebeurde binnen dezelfde stand. De Merovingen hadden oog voor de technologische voorsprong van de Gallo-Romeinen die gestoeld was op die van de Romeinen en op een hoger peil lag dan de Franken. Een groot deel van de overwonnen bevolking mochten hun bezettingen in eigendom behouden en Gallo-Romeinen konden belangrijke posten bekleden in de regering en het leger. Onder de Merovingen kreeg langzaamaan het middeleeuwse feodalisme gestalte, onder andere door het aanstellen van hertogen die verantwoordelijk werden voor het regeren, verdedigen en rechtspreken in delen van het Frankische koninkrijk. De landbouw vormde in de Merovingische periode veruit het belangrijkste middel van bestaan. Handel en nijverheid vervulden slechts een marginale rol. Omdat er nog geen grote ontginningen hadden plaatsgevonden, bestond de landbouwgrond voor 70-80% uit braakland. Halverwege de 7e eeuw hadden de Merovingen weinig feitelijke macht meer, en waren ze vooral symbolische figuren. Ze begonnen zichzelf steeds meer toe te leggen op wereldlijke geneugten, en lieten het regeren van hun koninkrijk over aan hofmeiers (major domus in het Latijn). Het ambt van hofmeier werd erfelijk vanaf de Karolingen. Bron: Wikipedia.

Gehuwd met

1061. Clotheswinde van KEULEN, geboren dd‑mm‑418, overleden dd‑mm‑449.

Uit dit huwelijk:

1.             1047. Childerik I, geboren ca. 436 te Westfalen (Dl.).

1062. Clodwig van KEULEN, heer der Franken, geboren dd‑mm‑417, overleden dd‑mm‑483, begraven te Cambray (Fr.).

Gehuwd met

1063. Basine der SAKSEN, prinses der Saksen, geboren dd‑mm‑415, overleden dd‑mm‑476.

Uit dit huwelijk:

1.             1048. Basine, geboren dd‑mm‑435 te Thüringen.

1064. Berthaire van THÜRINGEN, geboren dd‑mm‑462, overleden dd‑mm‑526. Vermoord door zijn broer.

Kind:

1.             1049. Bisinus II, geboren ca. 460.

1065. Euric I BALTHES, koning der Visigoten, geboren ca. 420, overleden ca. 484.

Kind:

1.             1051. Alaric II, geboren ca. 458.

1066. Pretexa van REIMS, geboren ca. 480.

Kind:

1.             1052. Pavorius, geboren ca. 510.