Aktes Gelderland

Hieronder is een aantal aktes opgenomen, gevolgd door een chronologisch overzicht van leenheren, uit Gelderland (Millingen en Elst).

1. Millingen

1443 Augustus 29,

Johan van Oyst, zijn vrouw Willem van Bellinchaven en hun oudste zoon Derick van Oyst erkennen schuldig te zijn aan Willem, heer ten Berge, ten Bylant en tot Hedel, een rente, groot 150 rijnsche guldens ‘s jaars, voor zoolang de weduwe van heer Willem van Oy leeft, uit de, door vroegere verpanding aan de Van Oy’s gekomen, aan Bergh leenroerige goederen, nl. het huis te Millingen, den tiend aldaar op het veld, de Assweerd, 35 morgen land, en het goed te Bredeler met het dagelijksch gericht. Gegeven in den jare ons Heren dusent viirhondert drie ende viirtich up sunte Johansdach Decollacionis. Oorspr. (Inv. no. 5771), met de zegels van de scheidslieden Johan van den Bylant en Johan van Redinchaven en van de leenmannen Geryt van der Cornhorst en Johan van den Berghe, bastaard, gend. Raffenbarch; de zegels van de drie oorkonders en den scheidsman Derick Baers van Veler zijn verloren.

Het archief van het huis Bergh, door Mr. A.P. van Schilfgaarde, regestenlijst van oorkonden, eerste stuk (828-1490), nr. 552.

1447 November 10,

Wilhelm, heer ten Berge, ten Bilant en tot Hedel, beleent Deric Schenck van Nydegghen met de hofstede ten Bredeler, groot 24 morgen land, in het kerspel Millingen. Gegeven in den jaire ons Heren dusent vierhondert soeven ende viertich in profesto Martini episcopi. Oorspr. (Inv. no. 3587), met het geschonden zegel van den oorkonder.

Het archief van het huis Bergh, door Mr. A.P. van Schilfgaarde, regestenlijst van oorkonden, eerste stuk (828-1490), nr. 616.

Rentmeester van Moyland en Seeland voor de heren van Anholt 1611-1612. Kennelijk te Emmerik: Peter Boixstartt en zijn vrouw Johanna van Oije laten op 25-11-1611 te Emmerich een akte opmaken, deel van het procesdossier rond de grond van zijn schoonvader in de Duffelt.

De hoffstat ind dat guet ten Bredelar, umbtrynt 24 margen lants, en wenich myn off meer, to guder maten, gelegen mit all der toebehoir in den kerspel van Millingen in Duffel, tot eenen pondighen leen na Zutphenschen rechte.

  1. Derick Schenk van Nydeggen, 1447 December 21.
  2. Idem vernieuwt eed, 1469 April 6.
  3. Derick Schincke Derixsoene, na doode van zijn vader, en na scheiding met zijn broeders, 1488 Juni 21.
  4. Giisbert van Heerde Daemssoen, na opdracht door heer Peter van den Hatert, pastoor van Bymmen en landdeken van Xanten, wien het leen opgedragen werd door Derick Schenck van Nideggen, 1499 November 2.
  5. Daem van Heerd Giisbertsz., na doode van zijn vader, 1551 Mei 22.
  6. Gijsbert van Heerde vernieuwt den eed, 1570 April 24.
  7. Gardtt van Herdtt, 1578 Januari 18. N.B. Het leengoed heet thans: De Breler.
  8. Johan Rentgens, schout te Rheden op de Veluwe, na opdracht door Gaert van Heerde, 1579 Januari 5.
  9. Ruleff Rentgen, van Keecken uit den Duffel, na doode van zijn oudsten zoon Johan vnd., 1583 April 30.
  10. Ces Reintkens Roeloffsdr., na verzuim. Haar man Herman Moor is hulder, 1612 September 3.
  11. Peter Boxtart met de helft beleend, 1615.
  12. Florentius Hachten namens zijn vrouw Bartruydt van Boxtartt, na doode van haar vader Peter, 1649 Mei 8. N.B. De helft wordt voortaan afzonderlijk verheven (zie No. 293 § 1), 1653.
  13. Wilhelm Brandts, na opdracht door Florentius Hachten en diens vrouw Beatrix zum Boxtart, 1653 November 15. Uit het leen wordt 1 morgen, gend. Schenckencampff, van den leenplicht ontslagen, 1654 Februari 23.
  14. Aerent Brants, na doode van zijn in 1653 beleenden vader Willem, 1723 December 11.
  15. Wilhelm Brants, na doode van zijn broeder Arent, 1730 November 22.
  16. Idem vernieuwt den eed, 1738 Juni 17.
  17. Albert Brants, na doode van zijn vader Wilhelm, 1743 November 8. Volgens magescheid d.d. 1733 Juli 28 tusschen Albert Brants en zijn half-broeders en zusters wordt het leen, thans nog 12 morgen groot, in 5 afzonderlijke leenen gesplitst, nl.
  18. Ruim 1 morgen, zie No. 293 § 2.
  19. 1½ morgen, zie No. 293 § 3.
  20. 1½ morgen, zie No. 293 § 4.
  21. 1½ morgen, zie No. 293 § 5.
  22. Ruim 6 morgen, welk 5de leen niet verder wordt verheven, 1747 September 6.

De helft van het goed ten Bredelar, groot 12 morgen:

  1. Wilhelm Brants (overleden in 1723) krijgt op 23 febr.1653 De Hoffstat ind dat guet te Bredelar als leen.
  2. Arndt Sanders Brandts (zoon van Brand Sanders en Jutgen Jan Derricksendochter) Krijgt op 30 juni 1653 de helft van het goed ten Bredelaar tot leen.
  3. Maria Brandts (overleden 19-09-1706 te Bimmen, Duitsland) verkrijgt met Roeleman Huysmans (overleden 18-10-1686 te Bimmen, Duitsland) bij magescheid op 16 april 1660 land, genaamd “op den Breiler” te Millingen.
  4. Hendrick Brants volgt op 27 november 1661 Arndt Brants (zijn vader) op voor een deel van het leen ten Bredelar. (Hendrick trouwde voor de kerk te Herwen op 3 augustus 1678 met Enne Brans ’s Gravenwaard).
    Hendrick Brants, na verzuim, 1661 November 27. Van het leen wordt 3½ morgen afgespleten.
  5. Peter van Kempen, na opdracht door Hendrik Brants, 1707 Januari 22.
  6. Mechtelt van Kempen, na doode van haar vader Peter. Evert Geurtsz. is hulder, 1754 April 8.
  7. Hendrik van Kempen, na doode van Mechtelt vnd. Hij vernieuwt tevens den eed, 1783 September 30.
  8. Idem vernieuwt den eed, 1788 April 21.

Een parceel lants, 3½ mergen groot, op den Breiler genaamt, in den kerspel van Millingen gelegen.

  1. Frederick Moers, als man van Ernstie Huisman, wie het na magescheid van den boedel van haar vader Roelman Huysman was toegevallen, welke Roelman dit gedeelte bij magescheid van 1660 April 16, als man van Maria Brants, had verkregen, 1707 Januari 8.
  2. Johan Brants, na verzuim, 1745 Februari 11.
  3. Idem verkoopt uit dit leen 1 morgen 100 roeden als afzonderlijk leen (zie No. 293 § 1aI), 1745 Februari 11.
  4. Clasyna Meurs. Roelman Hoet is hulder, 1754 Maart 28. N.B. Het leengoed is nog groot 1 morgen 100 roeden, en wordt beleend: Oostwaarts door Roeleman Aarents, Westwaarts door Johan Georg Reche, Noordwaarts door Peter van Campen, en Zuidwaarts door Albert Brans.
  5. Roeleman Arents, 1754 Maart 28.
  6. Nicolaus Verhoeven, na opdracht door Peter Meurs, 1766 September 22.
  7. Roelman Hoedt, te Millingen, laat zijn besloten testament, d.d. 1781 November 27, goedkeuren, 1783 Augustus 16.
  8. Idem lijftocht zijn vrouw Maria Elisabeth Hutten, 1793 Juli 24.

1½ Morgen en omtrent 40 roeden van de hoffstede uyt het leenparcheell den Breeler in den kerspell Millingen, aenpalende Noordwaerts aen den Steen, Westwaerts den Rommell, Oostwaerts de hoffstede, en Suydwarts het erve van Peter van Kempen, tot 1 U.

  1. Maurits Jansen, na magescheid, 1747 November 14.
  2. Aleyda Jansen, na doode van haar vader Maurits. Antoni de Both is hulder, 1765 Juli 5.
  3. Eadem vernieuwt den eed, 1783 October 15.
  4. Eadem vernieuwt den eed. Haar broeder Andries Jansen is hulder, 1788 Mei 19.
  5. Andries Jansen benoemt als erfgename Catharina Wansing, dochter van Hendrik Wansing en diens vrouw Hendrina Jansen, 1799 November 5.
  6. Catharina Wansing, na doode van Aleyda Jansen. Haar vader Jan Hendrik Wansing is hulder, 1801 Juli 20.

1½ Morgen, den Dries genaemt, affgedeylt uyt het goed den Breeler, aenpalende Noortwaerts aen de Seven mergen, Westwaerts aen het erve van Peter van Kempen, Suytwaerts aen de wegh, en Oostwaerts aan de ‘s Graven-Dries, tot 1 U.

  1. Anna Maria Hopmans, na magescheid. Daarna draagt zij het leen op ten behoeve van Johan Derck Thomasse, 1747 September 14.

1½ Mergen lants uyt het goet den Breeler, aenpaelende Noortwaerts het erve van Jan Brants, Westwaerts het Kremerstuck, Zuydwaerts de Bimmense weteringe en Oostwaerts neffens het erve van Derck Brants, tot 1 U.

  1. Jan Arentz, na magescheid, 1747 November 14.
  2. Idem vernieuwt den eed. Zijn broeder Willem Arents is hulder, 1783 September 30.

1½ Mergen lants uyt het goet den Breeler in den kerspell Millingen, aenpaelende Westwaerts het erve van Jan Arentse, Oostwaerts aen de Bimmense gemeente, Zuytwaerts aen het Eykelbooms-stuck, en Noordwaerts het vierkant stuxken van Albert Brants, tot 1 U.

  1. Derck Brants, na magescheid, 1747 November 14.

2. Elst

Elst 1754 WB en Anna van Driel , Jan Verplack en Evertje Hendrix, Derk Hendrix, Gradus Hendrix, Anthony Bruins en Johanna Bruyns, Hendrik Meurs voor Willemijn (Dercksdr.) v Driel alle erven Derk v. Driel en Maria Derckse verkopen 2 Morgen ‘Hoge Velt’ in Bredelaar, buurschap van Elst, fl 240,= (verponding fl 3,=, thijns 2/5 deel van 4 stuivers p. jaar) aan Meyer Samson.